'Deze film is een waarschuwing'

Michael Caine (76) speelt in Harry Brown zijn 110de rol. ‘Als je denkt: wat is die Michael Caine toch een goede acteur, heb ik gefaald....

Door Floortje Smit

Het moet meteen maar even de wereld uit. De journalist van het gerenommeerde filmtijdschrift Empire had zijn grapje verkeerd begrepen. Zijn rol in Harry Brown is zeker niet zijn laatste hoofdrol, verzekert de 76-jarige Michael Caine. ‘Ik had die journalist gezegd dat ik geen hoofdrol meer wilde spelen omdat je dan nooit een dag vrij hebt. Voor deze film heb ik dag en nacht gewerkt; ik werd er knettergek van.’

Het was een geintje. Het kan ook haast niet als een serieuze klacht hebben geklonken. Caine lijkt niet het type dat zeurt over lange werkdagen of zware klussen. Zelfs een filmfestival als dat van Toronto – voor iedereen slopend – lijkt geen vat op hem te hebben. Vragen over de lichamelijke inspanningen die zijn rol vereisten, wimpelt hij af. ‘Ik ben in uitstekende conditie.’

Hij werkt alleen wat minder, de laatste tijd. Maakt uitsluitend nog films die hij echt wil maken. ‘Tussen deze en mijn vorige film zat twee jaar. ik krijg twee tot drie scripts per week – die kijk ik door en dan stuur ik ze terug. Tenzij ik een voorstel krijg dat ik niet kan afslaan.’

Harry Brown was zo’n film. Niet omdat het hem zoveel geld opleverde: het is een kleine Britse film van debuterend regisseur Daniel Barber, die Caine zelf voorstelde voor het project. Caine speelt titelheld Harry Brown, een bejaarde man die langzaam maar zeker steeds banger wordt om zijn huis te verlaten. Op de hoek van de straat hangen de ‘hoodies’ zoals ze in Engeland genoemd worden. Gewelddadige tieners die de buurt terroriseren, veelal gekleed in capuchontrui. Testosteronbommetjes die elk moment kunnen afgaan.

Caine kent de wijk, met de mistroostige flats en de verwaarloosde groenstroken. Hij groeide er op – al was het toen nog een middenstandsbuurt. ‘In de buurt waar we filmden hing een plaquette aan de muur met mijn naam erop. En het gekke was: die was niet beklad. Maar toch, het beste van die plek is dat het helemaal tegen de vlakte gaat binnenkort. Daarom kregen we er ook de ruimte om te filmen.’

Caine maakte zich zorgen om dat soort wijken in Groot-Brittannië. ‘Voor mij is deze film een waarschuwing. Ik wilde onze politici en maatschappij laten weten: niet alleen hebben jullie deze situatie zelf gecreëerd, jullie doen er vervolgens niets aan. En het wordt steeds erger.’

Eenmaal op de set moest hij zijn mening wel wat bijstellen. Hij zag hoe Barber de jongens van de straat wist te regisseren – in Harry Brown spelen ze zichzelf. Hoe ze luisterden, hoe geconcentreerd ze waren en hoe gretig ze waren om iets te leren. ‘Ik was altijd het type dat zei: ‘hup, al die klootzakjes de cel in.’ En oké, 25 procent hoort gewoon in een psychiatrische inrichting. Maar de andere 75 procent wordt verwaarloosd. Ze willen een opleiding en een alfamannetje in hun leven. Ik sprak met een groep van twintig jongens, types waar je doodsbenauwd van zou worden, maar met mij, een ouwe blanke man, spraken ze op gelijkwaardig niveau. Hun eerste vraag: hoe ben je hier uitgekomen? En ik zei, ik had twee dingen die jullie niet hadden. Een gelukkig gezinsleven en een opleiding. En ik had twee dingen niet die jullie wel hebben: drugs en wapens.’

Wat hij ook had, en waar hij van denkt dat deze jongens er baat bij zouden hebben, is een periode in militaire dienst. ‘Ze hoeven van mij niet in een oorlog te vechten zoals ik moest. Al is het maar een training van zes maanden. Dan leer je hoe je een wapen moet gebruiken, je traint om je land te dienen, staat klaar om dat te verdedigen. Het heeft mij enorm veranderd. In Afrika geven ze je een speer om een leeuw te doden zodat je leert niet bang te zijn.

‘Pas toen ik in Korea had gevochten, wist ik dat ik geen lafaard was. Ik dacht altijd dat ik bij problemen weg zou rennen omdat ik nou eenmaal niet dood wilde. Maar die ervaring leerde me dat als er iets zou gebeuren, ik mezelf staande zou kunnen houden.’

Het is dat aspect waar ook Harry Brown op in speelt. Het maakt van Caine een van de weinige acteurs die een geloofwaardige transformatie kan neerzetten van rouwende weduwnaar tot een bejaarde oud-militair die wraak neemt als zijn beste vriend wordt vermoord. ‘Ik vond het heel belangrijk om een ander soort burgerwacht van hem te maken. Hij is een slachtoffer, geen dader. Hij vindt het niet lekker of leuk om iemand te vermoorden, hij krijgt geen genoegdoening, het is gewoon iets dat hij moet doen. Daarom wilde ik niet laten zien dat hij plezier heeft in wat hij doet.’

Hij is sinds de jaren negentig een ander soort acteur geworden, vertelt Caine. ‘Als je denkt: wat is die Michael Caine toch een goede acteur, heb ik gefaald. Als je wilt weten wat er met Harry Brown gaat gebeuren, heb ik mijn werk goed gedaan.’

Dat was wel anders. Na zijn doorbraak met Zulu (1964) speelde hij legendarische rollen in films als The Ipcresse File (1965), Alfie (1966), The Italian Job (1969) en Get Carter (1971). Sinds de jaren zestig werd hij in elk decennium genomineerd voor een Oscar. Maar vooral aan het einde van de jaren zeventig en in de jaren tachtig gingen steeds meer slechte films zijn cv overheersen. The Swarm (1978) bijvoorbeeld, Ashanti (1979) of Jaws: The Revenge (1987). ‘Een vriend van mij, een succesvolle acteur wiens naam ik niet ga noemen, die zei regelmatig tegen me: je maakt troep. Je doet dit jaar drie films, volgend jaar twee. Ik wacht. En hij wachtte op de grote regisseur die hem die grote rol zou aanbieden. En nadat hij twee jaar stil had gezeten, staat hij op een maandagochtend op de set, en die grote regisseur roept: ‘action’ en hij kon het niet meer. Blanco. Ik heb besloten om de meest ervaren acteur ter wereld te worden. Vooral ook omdat ik pas 29 was toen ik hoofdrollen kreeg. Dus ik pakte alles aan. Bovendien, net toen ik een beetje succes begon te krijgen, kwam er een socialistische regering met hoge belastingen. Dus vanaf dat moment deed ik er eentje voor mezelf, en eentje voor de belasting. En het liet me koud welke dat dan was.’

Spijt heeft hij er niet van, al helemaal niet achteraf. ‘Dat is het mooie van ouder worden, het kan je dan helemaal geen bal meer schelen.’ Toch kwam er halverwege de jaren negentig er een keerpunt. Hij was, zoals hij het zelf noemt, ‘semi-gepensioneerd’. Hij werkte aan een autobiografie – aan het vervolg werkt hij nu –, had wat restaurants en deed steeds minder films. ‘Ik had vier slechte films gemaakt en er lagen tien nog slechtere scripts klaar die ik eigenlijk niet wilde doen. Totdat vriend Jack Nicholson voorstelde samen een film te maken, Blood and Wine.’ Niet dat die film zo’n succes was, integendeel, maar het bracht het plezier in het werk terug en Caine ontmoette Harvey Weinstein, die hem Little Voice aanbood, waarvoor hij een Golden Globe kreeg, en later The Cider House Rules dat hem een Oscar opleverde. Caine was op de weg terug.

‘Het veranderde me van een filmster tot een filmacteur. In plaats van dat jullie allemaal betalen om mij telkens hetzelfde te zien spelen, betalen jullie nu om mij telkens iets anders te zien doen. Een filmster kijkt naar een script en denkt: wat kan ik eraan veranderen zodat het verhaal bij me past? Een acteur kijkt en denkt: wat kan ik veranderen zodat ik in het verhaal pas?’

Bovendien, weet Caine, hij is ouder. ‘Laatst stuurde ik een script terug naar de producent omdat ik de rol te klein vond. Kreeg ik het terug met de boodschap: ‘Lees de rol van de vader, niet die van de minnaar.’ Caine moet er zelf het hardst om lachen.

Het blijft verslavend, acteren. Harry Brown mag dan zijn 110de rol zijn, maar hij blijft op zoek naar goede scripts die hem uitdagen. Een jonge regisseur bijvoorbeeld, nieuw terrein. ‘Dat ene moment is als een drug. Als je het helemaal goed doet. En er een soort gekke stilte op de set valt, waardoor de regisseur bijna vergeet ‘cut’ te roepen.

‘Als je het beter wilt’, zeg ik dan altijd, ‘moet je het niet opnieuw laten doen, maar een ander inhuren.’ Dat zijn de momenten waar ik van houd. En ik ben gedeeltelijk zigeuner – ja, aan mijn moeders kant van de familie zat blijkbaar een dominant blond-gen. Maar zo’n filmset, met die caravans vol mensen die de hele wereld over reizen en spannende dingen doen, dat heeft wel iets zigeuner-achtigs.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden