Essay Turks fruit 50 jaar

Deze expliciete passage schrapte Jan Wolkers uit Turks fruit

Een halve eeuw na de publicatie van Jan Wolkers’ geruchtmakende Turks fruit onthult zijn biograaf Onno Blom een geschrapte passage. Wolkers beschrijft daarin de verhouding tussen zijn alter ego en een zwanger Indonesisch meisje. ‘Soms nam ik zo’n bruin speentje in mijn mond en zoog, want het is verdomde lekker om te spuiten en te drinken.’ 

Turks fruit bestaat vijftig jaar. In november 1969 ontketende Jan Wolkers met de publicatie van zijn roman een storm die nog altijd niet is gaan liggen. Niemand schreef zo rauw en expliciet over seks, niemand wist zo te ontroeren met zijn verhaal van liefde en dood. Wolkersbiograaf Onno Blom reconstrueerde de ontstaansgeschiedenis van Turks fruit en ontdekte een opwindende passage over de verhouding met een zwanger meisje die Wolkers destijds schrapte, maar die nu in de Volkskrant voor het eerst als geheel en in facsimile wordt gepubliceerd.  

Turks fruit sloeg in 1969 in als een bom. Wolkers’ roman over de gedoemde liefde van een beeldhouwer voor de mooie, rooie Olga werd onmiddellijk een bestseller. Toen Paul Verhoeven Turks fruit in 1972 verfilmde met Monique van de Ven en Rutger Hauer in de hoofdrollen gingen er nóg eens een paar honderdduizend exemplaren over de toonbank. Dit jaar verscheen de 57ste druk. Het boek werd in meer dan twintig talen vertaald. Wereldwijd werden er meer dan een miljoen exemplaren van verkocht.

Lees hier de oorspronkelijke versie van deze long read, inclusief de geschrapte passage. 

Jan Wolkers brak in Turks fruit een lans voor de vrijheid op seksueel, maatschappelijk en artistiek gebied. Hoewel de Nederlandse samenleving razendsnel aan het veranderen was, studenten in 1969 universiteitsgebouwen bezet hielden en langharige, wiet rokende jongeren in Amsterdam, ‘provo’s’, in opstand waren gekomen tegen de stadsregenten, veroorzaakte de roman onder veel oudere, kleinburgerlijke en christelijke lezers een schok.

Verwonderlijk is dat niet. Vóór Wolkers waren er maar weinig schrijvers geweest die zo rauw en openhartig hadden geschreven over seks. Al in de eerste zinnen van de roman wond hij er geen doekjes om: ‘Ik was aardig in de rotzooi terecht gekomen nadat ze bij me weggegaan was. Ik werkte niet meer, ik at niet meer. Ik lag de hele dag tussen mijn lakens en plakte foto’s en naaktfoto’s van haar vlak bij mijn gezicht zodat ik op den duur haar dik onder de rimmel zittende oogharen dacht te zien bewegen als ik me aftrok.’

Willem Bloemena, Wolkers’ uitgever bij J.M. Meulenhoff, was zich rot geschrokken van de expliciete openingsscène. ‘Dat komt zo hard aan bij de mensen. Als je die weglaat verkopen we er 100.000 exemplaren meer van.’

‘Over mijn lijk,’ zei Wolkers. ‘Geen woord gaat eruit.’

Door Jan Wolkers gemaakte foto van zijn tweed echtgenote, Annemarie Nauta. Beeld Privé-archief Jan Wolkers

Het grootste deel van Turks fruit heeft Wolkers gebaseerd op de bloei en neergang van zijn liefde voor Annemarie Nauta, zijn tweede vrouw. Zij heeft model gestaan voor Olga, die ‘mooie rooie’. Hij leerde Annemarie in de zomer van 1956 kennen en was op slag dodelijk verliefd. Het was een amour fou.

De naaktfoto’s waarbij de held van de roman zich afrukt, bestaan echt. Ik vond ze in Wolkers’ archief, in een vierkant papieren mapje waarop hij had geschreven: ‘blijf er met je poten af.’

Van Wolkers had ik tijdens zijn laatste levensjaar, voor het schrijven van zijn biografie, exclusieve toegang tot zijn persoonlijke archief gekregen: een tuinkamer met kasten van vloer tot plafond, met allemaal laatjes met mysterieuze opschriften én een aantal ladekasten verspreid door zijn huis op Texel, gevuld met waardevol oud papier. Hij bleek elke snipper uit zijn bestaan te hebben bewaard. Wolkers schreef om zelfinzicht te verkrijgen, was in zekere zin zijn eigen biograaf geweest.

Tien jaar lang heb ik me als een mol door de papierberg een weg naar het licht gegraven. Zo kon ik uit zijn dagboeken, brieven, notities en manuscripten nauwgezet de ontstaansgeschiedenis van Turks fruit reconstrueren. In een oudroze map met ‘oud werk’, ooit door Wolkers’ weduwe Karina bijeengebracht, vond ik zelfs een lange, opwindende passage uit het typoscript van Turks fruit dat hij had besloten te schrappen.

Ik ontdekte dat Wolkers zich op verbluffende wijze op de werkelijkheid had gebaseerd. ‘Ik las haar brieven na,’ staat er op de eerste pagina van Turks fruit, ‘en schreef er zinnen uit op de muur: Nadat ik je verlaten had, moest ik een apotheek inrennen om bloedstelpende watten, die nodig waren om mijn hart in goede conditie te houden. En: Gisterenavond kon je hier in de stad het hooi ruiken. Ik verlang zo naar je. Terwijl ik je schrijf maakt mijn kut zuigende bewegingen als het mondje van een baby.’

De eerste zin komt uit de brief die Annemarie hem schreef op 24 augustus 1956. De laatste zin uit een brief van 30 oktober van hetzelfde jaar, toen Annemarie zich op haar meisjeskamer in haar ouderlijk huis in Leeuwarden voorstelde dat Jan bij haar in bed lag.

Jan Wolkers was nog getrouwd toen hij Annemarie ontmoette. Hij was 31, zij 19. Hij woonde als jonge beeldhouwer in een atelierwoning in de Amsterdamse Zomerdijkstraat met zijn eerste vrouw, Maria de Roo, en hun twee kinderen, Erik en Jeroen. Maria en hij hadden ook nog een dochtertje gehad, Eva, maar zij was op 10 juni 1951 omgekomen bij een gruwelijk ongeluk. De tweejarige Eva was door Maria alleen achtergelaten in de wastafel en had de hete kraan over zich heen opengedraaid. De dood van het meisje was het grootste trauma uit Wolkers’ leven. Hij heeft haar nooit meer bij haar naam kunnen noemen.

Tekeningen die Wolkers vanuit Parijs stuurde aan Annemarie Nauta, met voorbeelden van wat hij na hun hereniging met haar ging doen. Beeld Privé-archief Jan Wolkers

Een paar maanden nadat hij Annemarie had ontmoet, kreeg Wolkers de kans om een half jaar bij de beeldhouwer Ossip Zadkine te studeren in Parijs. ‘Ken je die mop van die twee jongens die naar Parijs gingen,’ zegt de vader van Olga tegen de held van Turks fruit. ‘Die gingen niet.’

Maar Wolkers ging wél. Hij scheidde van Maria. Uit Parijs schreef hij Annemarie stomende liefdesbrieven, die zij gretig beantwoordde. En hij stuurde tekeningen van wat hij allemaal met haar ging doen als ze elkaar weer zouden zien.

Annemarie kwam hem ophalen in Parijs in de zomer van 1957. Ze keerden samen terug naar Amsterdam en het jaar daarop, op 10 november 1958, trouwden ze. ‘Gratis,’ staat er in Turks fruit, ‘alleen het trouwboekje was vijftig cent. We gingen erheen op de fiets. Zij zat op de bagagedrager waar ik voor de gelegenheid een wollig doekje op had gelegd onder de snelbinder. Per slot van rekening hoefde ze zich geen moeten in haar reet te hobbelen op de mooiste dag van haar leven.’

Het huwelijk vlamde op en doofde zo snel als een vuurpijl. Begin 1960 kregen ze heftig ruzie. Zij flirtte openlijk met een zakenpartner van haar ouders, hij gaf haar een klap. Zij vertrok – en liet Wolkers diep bedroefd achter. ‘De dag dat mijn vrouw mij verliet was een zwarte bladzijde in mijn levensboek’, schreef hij in Werkkleding.

Uit gramschap en om zijn verlies te vergeten ging hij met zoveel mogelijk vrouwen naar bed: ‘Ik naaide de ene meid na de andere,’ staat er in Turks fruit. ‘Ik sleepte ze naar mijn hol en rukte ze de kleren van het lijf en ramde me een ongeluk.’

In het archief van Wolkers zitten niet alleen de bewijzen van zijn erotische strapatsen, naaktfoto’s van vriendinnen, niets verhullende brieven en kaartjes, maar ook de bewijzen van rouw en verdriet om Annemarie.

Op 21 mei 1960 schreef hij: ‘Jij vergeet, ik niet. Ik ben je ogen, je handen, je haar, je lieve zorgen, je glaasje water bij de koffie, goed koud. Je schijfjes citroen, kappertjes, leven liefde dood, warm eendejong, dode kat, verdriet, scherfje oorbel, leed. Duimzuigen en angst, kijken naar je als je slaapt. Wrap your troubles in dreams, darling, there is no greater love. Voor ’t laatst de plaat, een platenbrief, een drieëndertigtoeren liefde. My heart belongs to daddy. Laat een d weg, één d maar. Kinderen gaat het makkelijk af. Als je niet wordt als een kind zul je het koninkrijk der hemelen niet beërven. Een enkel klein dtje maar. Ik ben vanavond gelukkig omdat ik weet dat ik van je blijf houden. There is no… genoeg, genoeg. Gewoon kussen en liefde, ik buig m’n hoofd en bid voor de heldin, en gewoon kussen en liefde.’

Tekeningen die Wolkers vanuit Parijs stuurde aan Annemarie Nauta, met voorbeelden van wat hij na hun hereniging met haar ging doen. Beeld Privé-archief Jan Wolkers

Deze brief, geschreven op de tonen van het schrammende trompetje van Dizzy Gillespie, bevat Turks fruit in een notendop. Negen jaar vóór publicatie. Toen al begon Wolkers zich tot Annemarie te verhouden als ‘de heldin’. In een roman kon hij een monument voor zijn verloren geliefde oprichten. Haar vasthouden zoals hij haar had gezien. Wraak nemen op het verleden.

Om dat doel te bereiken, bleek Wolkers tot alles bereid. In de zomer van 1966 – toen zij op het punt stond met haar nieuwe man te emigreren – vroeg hij Annemarie of ze met hem wilde komen praten. In zijn atelier vroeg hij haar in drie opeenvolgende gesprekken de hemd van het lijf. Zonder dat zij het wist, nam hij die gesprekken op met een cassetterecorder die onzichtbaar onder de tafel stond.

Annemarie vertelde zich in het huwelijk gevangen te voelen: ‘Je kon niet eens stiekem in je neus peuteren.’ Ze verwonderde zich over zijn seksuele drift: ‘7 x per dag. Na ’t ontbijt, na de lunch. Als ik in de keuken stond koffie te zetten, dan dacht ik, daar komt hij weer. Ik heb ’t uitgerekend: 7 x per dag. Heb je dat nog? Je was zo’n doordrijver.’

Daaronder schreef Wolkers jaloers: ‘Alle mannen die je na mij had waren slappelingen.’

Op 7 mei 1969 pakte Wolkers zijn spullen om met zijn derde vrouw, Karina Gnirrep, een maand te gaan werken in een piepklein bakstenen huisje in de schaduw van de vuurtoren op Texel. ‘Al het materiaal voor Turks fruit in een koffer, bandjes van gesprekken met Annemarie.’

Het is evident dat Wolkers zich voor Turks fruit tot in de details heeft gebaseerd op de werkelijkheid. Maar hij heeft de geschiedenis naar zijn hand gezet, van alles weggelaten, toegevoegd en op zijn kop gezet. Zijn fantasie de vrije loop gelaten. Een echte, klassieke tragische roman geschreven.

Olga is ook niet het portret van één vrouw. Hij gaf haar het uiterlijk van Annemarie, maar stopte ook allerlei eigenschappen en uitspraken van Karina in Olga. De scène waarin zijn alter ego een klaproos tussen de billen van Olga stopt en die tot mooie rooie moes slaat met een latje, is Annemarie nooit overkomen. ‘Dat was bij mij,’ vertelt Karina Wolkers laconiek. ‘Jan stak die klaproos tussen mijn billen en ik rende giechelend voor hem uit.’

Bovendien ontleende hij de dood van Olga – zij sterft aan een hersentumor – aan het sterfbed van een vriendin, de fotografe Ida Sipora. Ida was in 1962 geopereerd aan een hersentumor die haar uiteindelijk fataal zou worden. Wolkers was haar gaan opzoeken in het Academisch Ziekenhuis in Leiden. Er was een luikje in haar hoofd gezaagd om de tumor weg te halen. Het was een beeld dat Wolkers niet meer kon vergeten – en dat bij hem opkwam toen hij Olga in de roman moest laten sterven.

Jan Wolkers’ foto van een Indonesische vriendin. Beeld Privé-archief Jan Wolkers

Wolkers had de dood van Olga zó overtuigend geschreven dat de hele crew van Verhoevens Turks fruit dacht dat alles zich werkelijk zo had afgespeeld. Monique van de Ven, 19 jaar jong pas, antwoordde bij een interview voor AVRO’s Televizier op de vraag wat ‘de echte Olga’ van haar vertolking zou vinden: ‘Olga is dood.’

Maar Annemarie Nauta is tot op de dag van vandaag in leven.

‘Het geeft mij grote voldoening dat ik die hele bewogen, intense levensfase met die rode vrouw nu, samengevat in één boek, zo uit de kast kan pakken,’ zei Wolkers in een interview vlak na verschijning van het boek. ‘Ik heb het nu helemaal verwerkt. In alle betekenissen.’

Voor Annemarie was dat anders, vertelde zij mij een paar jaar geleden. Zij maakte zich er verschrikkelijk kwaad over dat zij door haar ex-man in haar blote reet was gezet. Maar nog kwalijker dan de weergave van de naakte feiten, vond zij wat Wolkers er in zijn roman mee had gedaan. Juist de fictie stond haar tegen.

Het allerergste vond zij dat Olga in Turks fruit doodsbang is om zwanger te worden. Terwijl het tegendeel het geval was. Wolkers vroeg Annemarie tijdens het tweede gesprek in 1966 naar de eerste keer dat zij met elkaar naar bed gingen, op een matras op de grond van het atelier: ‘Weet je nog dat je vroeg: ‘Maak me een kind?’

‘Daardoor is het fout gegaan,’ zegt Annemarie. ‘Het is jouw schuld. Vanaf mijn 14de heb ik al een kind willen hebben.’

‘Toen ik haar vaststak,’ staat in Turks fruit’, zei ze in trance: “Maak me geen kind hoor, maak me geen kind.”’

Geen kind of een kind. Eén letter – en een wereld van verschil.

Gedurende de hele zomer van 1969 op Texel tikte Wolkers gestaag één of twee pagina’s per dag. Karina las mee, corrigeerde de tikfouten en zei hem wat ze ervan vond. Op 11 augustus noteerde Wolkers in zijn dagboek: ‘Karina leest Turks fruit helemaal. Ze is erg enthousiast. We neuken op de divan.’

Wolkers maakte altijd verschillende versies van zijn romans. In de eerste versie zorgde hij dat hij zo min mogelijk hoefde te stoppen. Hij draaide lange stroken faxpapier in de machine, zodat hij kon dóórtikken, en geen nieuw vel hoefde te pakken. En daarna tikte hij het hele typoscript nog een paar maal uit.

‘Tik tot pagina 80 uit van Turks fruit’, noteerde Wolkers op 31 augustus in zijn dagboek. ‘Ben om vijf uur op en ga uittikken. Leg een doek onder mijn schrijfmachine zodat hij minder kabaal maakt en Karina blijft slapen. Ik lees hardop iedere dag een hoofdstuk van Turks fruit voor. Ik heb een potlood en geef een streepje als iets me niet zint, Karina hoort het aan met papier en ballpoint. Na afloop vergelijken we. Er zit niet veel meer in.’

In het laatste stadium van het schrijven las Wolkers zijn roman ‘als zijn ergste vijand’. Hij schrapte wat hij te veel vond. Of toch niet goed genoeg.

Beeld Privé-archief Jan Wolkers

Geen van de typoscripten van Turks fruit bestaan nog. Zelfs het definitieve niet. Maar er zijn wel twee passages bewaard gebleven die Wolkers uit de uiteindelijke versie van zijn roman heeft geschrapt. Eén passage beschrijft de kinky verhouding met een Frans model. ‘Je mocht pas met haar naar bed als je, wanneer je je had uitgekleed, een paar van die korte Duitse laarzen aandeed, die ze van onder haar bed tevoorschijn haalde.’

Maar er was nóg een passage die Wolkers schrapte. Die maakte deel uit van het hoofdstuk ‘Veiligheidslucifers’, over de vriendinnen, vrouwen en meisjes met wie de held na het vertrek van Olga allemaal naar bed gaat. Die passage was veel betekenisvoller en telde meer dan tweeduizend woorden.

Wolkers beschreef er de verhouding in tussen zijn alter ego en een hoogzwanger meisje uit de buurt, een van de prachtige Indonesische meisjes die hij leerde kennen na het vertrek van Annemarie. Het had ‘de zwangerschapsneuker’ hevig opgewonden. ‘Soms nam ik zo’n bruin speentje in mijn mond en zoog, want het is verdomde lekker om te spuiten en te drinken. En andersom.’ In hetzelfde bed waarin de held de grootste liefde van zijn leven beleefde, wordt de baby van de Indonesische geboren. ‘Noem haar maar Olga.’

De scène maakte alles misschien té mooi rond. Voelde niet authentiek aan. Er was – voor de goede orde – ook nooit een minnares bevallen in Wolkers’ bed. De geboorte van een meisje in zijn eigen bed kan hem wel eens te nabij zijn gekomen.

Het trauma van de dood van zijn dochtertje had er ook voor gezorgd dat hij absoluut niet wilde dat Annemarie zwanger zou worden. Niet zij, maar híj was er doodsbang voor. Hij vertrouwde er niet op dat Annemarie altijd bij hem zou blijven. En het idee dat er ergens een kind van hem zou rondlopen waar hij niet voor zou kunnen zorgen was voor hem onverdraaglijk.

De dag nadat hij met Karina in 1969 terugkeerde van Texel, typoscript van Turks fruit onder de arm, is Wolkers in zijn atelier in de Zomerdijkstraat achter de Olivetti gaan zitten. Hij wilde een slothoofdstuk schrijven, een epiloog bij zijn verhaal van liefde en dood. Maar zijn vingers bleven rusten op de toetsen. Hij stond op en zei tegen Karina: ‘Het is goed zo. Het is af.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden