Deze dichters dichten voor de eenzame doden

Een groep dichters maakt gedichten voor mensen die in eenzaamheid sterven en draagt ze voor tijdens de uitvaart. Hun werk is nu gebundeld. Waarom dichten voor iemand die het zelf nooit zal horen?

Beeld Claudie de Cleen

Er was een man gestorven, helemaal alleen, in een benedenwoning aan de Amsterdamse Fagelstraat. Dichter Wim Brands, die om de hoek woonde, fietste erheen en tuurde naar binnen. Hij verwachtte er iets van de onzichtbaarheid aan te treffen, aanwijzingen waarmee hij de eenzaamheid zou kunnen verklaren. Een man zonder familie en vrienden, met alleen een buurvrouw die hem op straat toeknikte, een man die pas na weken werd gevonden omdat de postbode de politie had gebeld. Maar Brands zag niets bijzonders, gewoon een tafel, een bed, een stoel. De vereenzaamden zijn onder ons, concludeerde hij, alleen we zien ze niet.

F. Starik overleden

Dichter en oprichter van de Amsterdamse Poule des Doods is vrijdag 16 maart 2018 overleden. Lees hier meer over het verdrietige nieuws.

Meer dan een naam

De begrafenis was op een zonnige juni-ochtend. Er kwam niemand opdagen. Toch klonken er woorden, zorgvuldig gekozen, die het bestaan van de eenzame dode benoemden. Naast de eenvoudige kist stond Wim Brands, die dagen had nagedacht over de regels die hij er voordroeg, om zoveel mogelijk in de buurt te komen van de man die hij nu pas kende, omdat hij dood was. Er waren vier dragers, op de kist lag een rouwboeket, er klonk muziek van Bob Dylan en na afloop was er koffie. Het gedicht van Brands ging mee in het graf.

Zo gaat het in Amsterdam, een keer of vijftien per jaar. Van dakloze illegalen, tot geïsoleerde ouderen, zwervers en vondelingen: niemand gaat, zoals in Eleanor Rigby, het liedje van The Beatles, alleen met een naam het graf in. De gemeente regelt een plechtigheid en poëzie vormt het afscheidsritueel. Vijftien jaar geleden verzamelde de Amsterdamse dichter F. Starik, naar een idee van zijn Groningse collega Bart FM Droog, een groep dichters om zich heen die op afroep beschikbaar zijn: de poule des doods. Ook dichter en tv-presentator Brands maakte daar, tot zijn overlijden in april 2016, deel van uit. Het project heeft navolging gekregen in andere steden, tot Rotterdam, Antwerpen en Leuven aan toe.

Keuze van de hoofdredactieBeeld de Volkskrant

Elke dag tipt de hoofdredactie een bijzonder verhaal uit de Volkskrant

Bij de begrafenissen waar niemand komt, van eenzaam gestorven mensen, laat Amsterdam al 15 jaar een gedicht maken en voordragen door F. Starik en andere dichters. Zoals de burgemeester schrijft: 'Wat voor het slordige oog zinloos lijkt, is een ultiem gebaar van beschaving'. Lees in dit artikel van Ellen de Visser hoe Starik en zijn dichters te werk gaan.
Philippe Remarque

Het lijkt een volstrekt nutteloze bezigheid; de dode merkt er niets meer van, publiek is er niet. Maar wie de verhalen leest van de dichters van dienst, raakt ontroerd door hun betrokkenheid en het respect waarmee zij spreken over al die eenzame doden in wier lot zij zich hebben verdiept.

Hier besta ik heet het boek dat Hester van Hasselt en fotograaf Bianca Sistermans deze week uitbrengen: foto's van een eenzame uitvaart, en portretten van twaalf dichters die zich allemaal nog feilloos herinneren voor wie zij hun afscheidswoorden componeerden en zo mooi onder woorden brengen waarom zij dat belangrijk werk vinden. 'Je vertegenwoordigt de afwezigheid van alles en iedereen', zegt Brands in het boek. Menno Wigman vertelt over de oudere vrouw die net voor Kerst was overleden en die de hele kersttijd met hem meewandelde, zo was hij in gedachten met haar bezig.

Starik, coördinator van de poule, is bij alle uitvaarten aanwezig. Thuis, op fietsafstand van de Amsterdamse begraafplaats Sint Barbara, waar de meeste eenzame doden uit die stad een graf krijgen, vat hij de kracht van het project samen: 'Het is een gebaar van liefde dat mensen die tijdens hun leven onopgemerkt zijn gebleven, met aandacht worden weggebracht, dat er in ieder geval op het laatst nog aan ze wordt gedacht.'

Poëzie past bij de dood, zegt Starik, maar ook bij de geboorte en het huwelijk, 'de grote overgangsfasen van het leven'. Dan gaan mensen die nog nooit een poëziebundel in handen hebben gehad opeens op zoek naar een gedicht. 'Poëzie benoemt gevoelens waarvoor veel mensen op die wezenlijk sprakeloze momenten de woorden niet vinden.'

'In woorden te ruste leggen'

Het begint altijd met een telefoontje van het team rampendienst, uitvaarten en pensionbeheer (TRUP) van de gemeente Amsterdam. Over een man in het verpleeghuis die nooit bezoek kreeg of een naamloze vluchteling die zich in de buurt van de havens heeft opgehangen. De ambtenaar heeft de politie dan al gesproken, het huis geïnspecteerd, mogelijke familie gebeld. Maar als duidelijk wordt dat er waarschijnlijk niemand bij de uitvaart komt opdagen, wordt Starik ingeschakeld.

Hij zoekt een dichter, die een dag of vijf de tijd krijgt om de dode 'in woorden te ruste te leggen', zoals Anneke Brassinga het in het boek omschrijft. Vaak gaat de dichter zelf nog op onderzoek uit, spreekt met buren, bezoekt de plek waar iemand naar beneden is gesprongen. Googlen helpt ook. Er zijn mensen die ook op internet niet bestaan, weet Starik, af en toe zelf dichter van dienst. 'Maar soms blijkt iemand opeens een interessante hobby te hebben of op allerlei blogs geweldig tekeer te zijn gegaan. Daar kun je dan wat mee.'

Er zitten natuurlijk ook rotzakken tussen, zegt hij. Zo was er de man die bij vier vrouwen kinderen had en alle vrouwen waren nog voor de geboorte van de baby voor hem gevlucht. 'We oordelen niet, dat is niet onze taak. Meer dan een kleine hint mag het gedicht niet bevatten.'

Vaak zoekt hij zelf de muziek uit. 'Ik heb inmiddels een indrukwekkende muziekbibliotheek in het verdrietige genre opgebouwd.' Maatwerk vaak: You Ain't Alone van de Alabama Shakes voor de verstokte roker, Leonard Cohen voor de zwerver die zich nergens thuis voelde. En dan zit daar, op de dag van de uitvaart, toch een kleine familie in de zaal: Starik, samen met de dichter, de uitvaartleider, de beheerder van de begraafplaats, een gemeente-ambtenaar en de dragers.

Zwaar gemoed

Hij komt er, bekent hij, elke keer weer met een zwaar gemoed vandaan. 'Na afloop fiets ik altijd heel traag naar huis en daarna ga ik meteen het verslag van de uitvaart typen. Voor mij is dat de manier om het af te ronden. Ik ben toch een week lang met de dode beziggeweest.'

De uitvaartverslagen staan op de site van stichting De Eenzame Uitvaart, stuk voor stuk markante tafereeltjes, met informatie over de dode ('Bij leven was hij een vogelspotter'), doorspekt met mededelingen van de gemeentedienst ('Zeker dertig jaar niet schoongemaakt, eenpersoonsbedje midden in de kamer, tussen de rotzooi') notities over het weer ('Een koude, grijze, vochtige windstille ochtend, welja joh stapel het maar op. De beste maandagochtendblues in tijden') en droge humor ('Onderweg zien we een mevrouw nordic walkend over de begraafplaats gaan') Niet voor niets werd een aantal van die verslagen gebundeld, in De eenzame uitvaart (2005) en Een steek diep (2011). 'Zo'n uitvaart is toch iedere keer dezelfde situatie, dan gaat je blik vanzelf de diepte in', verduidelijkt Starik. 'Dingen die niet of nauwelijks worden uitgesproken maar wel worden opgemerkt. Als de koffie mislukt, heb ik daar heimelijk plezier van.'

Waar de betrokkenheid van de gemeente in andere steden wat achterblijft, ziet Amsterdam de waarde in van de uitvaartpoëzie, zegt Starik. De gemeentedienst zoekt tijdig contact, geeft informatie over de dode, ziet het als vanzelfsprekend dat er een dichter wordt ingeschakeld. De Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan, beschermheer van de stichting, heeft het project in zijn hart gesloten en gaf het boek een bewogen opdracht mee: 'Wat voor het slordige oog zinloos lijkt, is een ultiem gebaar van beschaving.' Starik vertelt met zichtbaar plezier over meneer Fritz, de gemeente-ambtenaar van de afdeling uitvaarten die ooit 'vanuit een groot gevoel van rechtvaardigheid' begon met de organisatie van eenzame uitvaarten en die aanvankelijk wat huiverig was zo'n clubje dichters toe te laten. Maar Fritz, de formele ambtenaar, bleek een groot poëzie-liefhebber en er ontstond een voorzichtige vriendschap. Na zijn pensionering vernoemde de stichting een prijs naar hem, voor het treffendste uitvaartgedicht van het jaar. Fritz vormt de eenkoppige jury, de winnaar krijgt een rouwboeket met lint.

Routineus

Routine wordt het nooit, zegt Starik: 220 uitvaarten bezocht hij, maar hij kan nog altijd geëmotioneerd raken. 'Dat heeft te maken met dat grote uiteindelijke ding: hier is een leven voorbij. Soms ook met de kwaliteit van het gedicht, met ontroering over hoe de dragers erbij staan. En soms is een levensverhaal zó treurig. Ik heb een keer of vijf een vondeling begraven en dat is altijd hartverscheurend. Alleen al dat beeld, de uitvaartleider met zo'n heel klein kistje in de hand. En de wetenschap dat er onnoemelijk veel leed schuilgaat achter de dood van zo'n kindje.'

In Hier besta ik vertelt Brassinga over de indrukwekkende begrafenis van een doodgeboren baby, die door haar moeder was achtergelaten in het ziekenhuis. In de kapel van begraafplaats Sint Barbara waren ze met zijn allen om het kistje gaan staan en daar gaf Brassinga het anonieme meisje een naam:

Je hebt geen zon gezien, geen naam
gekregen. Ik noem je Barbara,
naar de grond die jou ontvangt.

Het woord betekent: vreemdelinge.
Maar al is hier alles vreemd voor je
gebleven, je blijft er geborgen en bewaard.

Vier weken geleden kreeg Starik voor het eerst te maken met twee eenzame uitvaarten achterelkaar, van mannen die een tijdlang levenloos in hun huis hadden gelegen. Het was een gulle zomerochtend, schreef hij. Uit het verslag: 'Als het zand de schep verlaat, knikken we naar de kist, als groet. We buigen licht, dag kuil, en wandelen terug de wereld in.'

Hester van Hasselt & Bianca Sistermans: Hier besta ik. In eenzaamheid gestorven. Querido, euro 24,99.

De foto's, gedichten en gesprekken uit het boek zijn te zien in museum Tot Zover in Amsterdam.

N.N.

Iedereen kent ze: de grauwe ruiten
Die als doffe ogen in de gevels hangen
De gesloten leden, de moeie lappen
Waarachter onzichtbare mensen wonen.
Iedereen kent ze: de onzichtbare mensen
Die op banken en bedden liggen, achter
deuren zonder naam erop, iedereen kent ze
De deuren, de ramen, niet de mensen

(F. Starik)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden