InterviewMuziekjournalist Bob Stanley

Deze compilatiealbums zijn eindeloos veel leuker dan de playlists op Spotify

Collage compilatie albums Bob Stanley & Pete Wiggs.Beeld Studio V

Als geen ander weet de Britse compilatiekoning Bob Stanley hoe je een tijdvak vangt in een album. De Volkskrant vroeg hem naar zijn werkwijze.

De laatste jaren sneuvelen jaarlijks zowat alle hitterecords uit het jaar ervoor, maar tot een paar jaar geleden gold de zomer van 1976 als de moeder aller plak- en zweetzomers. Zowel in Nederland als in Groot-Brittannië is deze in het collectieve geheugen verankerd als één lange hittegolf. We zaten te smelten in onze achtertuintjes, voeten in een teil koud water. Of we lagen (zoals ondergetekende, van bouwjaar 1975) in ons blootje te brabbelen op een dekentje onder de parasol.

Britten die de puf hadden om de transistorradio aan te zetten, kregen de lome, gesmolten softpop te horen die Bob Stanley nu heeft samengebracht op zijn compilatie 76 in the Shade. Niks vroege punk of de soulfase van David Bowie, maar Liquid Sunshine van John Cameron, You Are My Love van Liverpool Express of misschien die goeie ouwe Cliff Richard met Nothing to Remind Me. Zó klonk de hete zomer van 1976: een zachte, warme sound, midtempo, veel piano of Fender Rhodes en een drummer met kwastjes.

‘Ik verzamelde liedjes uit 1976’, zegt Stanley (55), vanuit zijn zonovergoten achtertuin in Yorkshire. ‘Zoete, geproduceerde, vaak wat lethargische pop, niet heel avontuurlijk, maar soms wel goed. De link met die zomer drong zich vanzelf op: je vóélt de hitte in de muziek. Zo’n bruggetje tussen de muziek en een tijdsbeeld, dat vind ik dus leuk. Dan denk ik: dat is een compilatie.’

Reken maar dat 76 in the Shade het goed zal doen in de platenzaak, terwijl je zou denken dat met de komst van Spotify het concept van het compilatiealbum wel zou zijn uitgestorven. Genoeg zomerse playlists, toch?

Bob Stanley compilatiealbum.Beeld rv

Vraag het gespecialiseerde Britse compilatielabels als Cherry Red, Ace Records of Soul Jazz: met smaak samengestelde compilaties, voorzien van mooi artwork en informatieve liner notes (hoesteksten), verkopen bijzonder goed, ook (of júíst) op die zieltogende drager, de cd.

Bob Stanley is muziekjournalist, schrijver en muzikant in de fijnbesnaarde, vooral in de jaren negentig succesvolle dancepopgroep Saint Etienne. Maar de laatste jaren is hij toch vooral de zeer productieve compilatiekoning van Ace Records, een titel die hij hooguit moet delen met collega-schrijver Jon Savage, die (ook bij Ace) succesvolle bloemlezingen per popjaar samenstelt (hij heeft de tweede helft van de jaren zestig inmiddels per jaar afgewerkt).

Stanley is productiever en ook speelser in zijn themakeuzen. 76 in the Shade, dat eind augustus verschijnt, is alweer zijn vierde compilatie van dit jaar, na The Tears of Technology (elektronica rond 1980), Tea & Symphony (barokke pop rond 1970) en Occasional Rain (Britse proto-progrock rond 1970).

Ruwweg maakt Stanley compilatiealbums in drie verschillende formaties: in zijn eentje (meestal een genre), samen met Saint Etienne-bandgenoot Pete Wiggs (doorgaans over een historisch tijdvak) of met het complete trio Saint Etienne, inclusief derde bandlid Sarah Cracknell.

Die laatste categorie (‘Saint Etienne present...’) wijkt qua vormgeving en aanpak af van de rest: de albums bevatten muziek die je zou kunnen horen in een fictief etablissement, zoals een Londense pub (de klassieke compilatie Songs for the Dog & Duck, 2009) of een koffiebar in Californië, midden jaren zeventig (het pas verschenen Songs for the Fountain Coffee Room, al net zo’n heerlijk lome zomercompilatie als 76 in the Shade).

Vertel ons, meester Bob, hoe maak je die heerlijke compilaties, die zo eindeloos veel leuker zijn dan de playlists op Spotify?

Stanley zegt dat hij het niet weet (‘Ik klooi maar wat, ik houd van leuke popliedjes’), maar komt daarna toch tot een stappenplan.

Bob Stanley compilatiealbum.Beeld rv

1. Jong geleerd, oud gedaan

‘Ik hoor tot de generatie die mixtapes samenstelde voor vrienden. Ik maakte al compilaties toen ik net puber was. Ik  heb mezelf van jongs af aan getraind in de vraag welke liedjes bij elkaar passen. Sterker nog, van veel van de compilaties voor Ace heb ik decennia geleden al eens een oerversie gemaakt op cassette, want ook met die thema’s was ik toen al bezig.

‘Speel met liedjes, verzin een pakkende volgorde, denk na over je vertelling in muziek.’

2. Eigen platenkast eerst

‘Op mijn compilaties staan vrij veel vergeten liedjes die je niet op Spotify zult aantreffen. Die komen uit mijn eigen platenkast. Dat is maar goed ook, want de platen zijn soms lastig te vinden en we willen natuurlijk mooie lp-hoezen, singlehoesjes en labels afbeelden in de inlay van de compilatie. Die heb ik dus meestal zelf. Dat scheelt veel zoekwerk. Goed compileren begint met platen verzamelen.

‘Als je eigen collectie tekortschiet en je nog wat extra liedjes nodig hebt: op YouTube vind je meer vergeten juweeltjes dan op Spotify. Vervolgens moet je op zoek naar een origineel exemplaar van die plaat en natuurlijk naar de mastertape en de rechthebbenden. Daar hebben we bij Ace Records Liz Buckley voor. Zij doet het echte, zware werk, ik alleen het leuke.’

(Die Liz Buckley is inmiddels labelbaas bij Ace. Ze geniet op Twitter een cultreputatie als zeer toegewijde kattenmoeder.)

3. Ga uit van de muziek

‘De liedjes zijn je uitgangspunt. Niet het thema.’ Als voorbeeld noemt Stanley het eerder dit jaar verschenen Occasional Rain, een compilatie van de experimentele pop die in Groot-Brittannië verscheen op het breukvlak van de jaren zestig en zeventig. ‘Ik verzamelde leuke, rare, experimentele liedjes uit die periode in een map. Toen ik die beluisterde, zag ik een parallel met de sociale ontwikkelingen.

‘Rond 1970 zocht de popmuziek naar een nieuwe richting. The Beatles waren gestopt, het voelde als het einde van een tijdperk. Hoe nu verder? Dat leverde vreemde, wat dolende muziek op, een soort voorloper van de latere progrock: muzikanten gingen met jazz, folk, blues en symfonische elementen in de weer. Ze waren een beetje stuurloos.

‘Op maatschappelijk vlak was die ontwikkeling er ook. De optimistische jaren zestig waren voorbij en mensen voelden dat ook zo: Vietnam, stakingen, racisme, aanslagen, hooligans. Het was een grimmige tijd, waarin veel mensen zich afvroegen hoe het verder moest.

‘De muziek leidde me naar het maatschappelijke verhaal erachter, niet andersom. Zo moet het zijn, want mooie muziek is je uitgangspunt. Als je een thema verzint en daar liedjes bij gaat zoeken, leg je de lat lager en ga je geforceerd mindere liedjes selecteren omdat ze nu eenmaal aansluiten bij het thema.’

4. Vertel een verhaal

‘Ik verheug me altijd weer op het schrijven van de liner notes en de inleiding. Ik ben dol op sociale geschiedenis, op ‘microhistorie’ aan de hand van de muziek uit die tijd, zeker als het gaat om tijdvakken die ik zelf heb meegemaakt.

Progressive rock heeft de reputatie een beetje posh te zijn: de leden van Genesis waren kunstacademiejongens uit rijke families. Maar de directe voorlopers waren juist working class: Barclay James Harvest kwam uit Oldham, Keith Emerson uit Todmorden in Yorkshire. Industriële provinciesteden.

‘De muzikale zoektocht van die jongens weerspiegelt een gebrek aan houvast. Hun fabrieksstadjes gingen rond 1970 drastisch op de schop, nadat de aanblik ruim een eeuwlang nauwelijks was veranderd. Oude wijken gingen tegen de grond, ringweg eromheen, goedkope hoogbouw langs die ring. Als je op zo’n stad afreed, zag je eerst een grote rotonde en flatgebouwen. Het hele land kreeg een ander smoelwerk.

‘De onrust bij het wegvallen van zulke fundamentele zekerheden hoor je terug in die muziek. De liedjes zijn leidend, maar met een goed geschreven, duidend verhaal geef je je selectie meerwaarde, want dat verhaal krijg je er op Spotify nooit bij.’

Al vertellend verontschuldigt Stanley zich een paar keer voor het feit dat zijn perspectief zo onmiskenbaar Brits is. ‘Ik ben nu eenmaal Brits, ik weet niet hoe het in Nederland was.’

Maar dat hij ook over de grens kijkt, bewees hij in 2018 en 2019. In die jaren verschenen compilaties van Franse pop uit revolutiejaar 1968 (Paris in the Spring), een compilatie van Amerikaanse pop uit de morele crisisjaren 1967-1973 (State of the Union) en zelfs een bloemlezing van Amerikaanse hiphop uit The Daisy Age, de vroege jaren negentig, toen De La Soul en A Tribe Called Quest de boze hiphop injecteerden met vrolijkheid en popgevoel in alle kleuren van de regenboog.

‘Toen gingen wij, Britten, pas van hiphop houden, volgens mij omdat het zo goed aansloot bij de house van vlak daarvoor.’

Compilatieplannen heeft hij genoeg. Van Ace Records mag Stanley zijn gang gaan. Braziliaanse ‘post-tropicalia’. De naoorlogse jaren waarin swing (‘met grote orkesten’) onbetaalbaar werd en jazzmuziek voor kleinere combo’s werd. Postpunk, of juist commerciële pop, uit de Winter of Discontent: die van 1979, toen Margaret Thatcher aan de macht kwam en Groot-Brittannië voortdurend werd lamgelegd door stakingen. Ideeën te over.

5. Wees hongerig

Het brengt Stanley op een eigenschap die volgens hem élke compilatiemaker moet hebben: een liefde voor ongeveer álle popgenres, juist ook de gladde en commerciële. ‘Waarom werd deze muziek juist toen gemaakt en waarom was het zo populair? Wat zegt dat over de tijd en de staat van het land? Welwillend op zoek gaan naar de mooie liedjes in genres die misschien niet de jouwe zijn en daarna op zoek gaan naar je verhaal. Dat is waar het allemaal om draait.’

76 in the Shade (Ace Records) verschijnt 28 augustus.

Saint Etienne present Songs for the Fountain Coffee Room (Ace Records).

Yeah Yeah Yeah

Wie de inleidingen en de liner notes bij de compilaties van Bob Stanley leest, krijgt vanzelf zin om zijn boek Yeah Yeah Yeah (2013) te lezen: een voortreffelijke, vuistdikke en scherpzinnige Story of Modern Pop, uitgegeven door Faber & Faber. Stanley werkt inmiddels aan een vervolg, al denkt hij wel dat we nog tot 2022 geduld zullen moeten hebben. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden