Deze Brabantse biënnale combineert moderne kunst met de katholieke kerk

Een heuse biënnale geeft drie kloosters in het Brabantse Oosterhout weer een functie. Moderne kunst en de katholieke kerk: een gewaagde combinatie.

The God of Small Things, installatie met 40 vergrootglazen van Spank Moons. Beeld Merel van den Enden
The God of Small Things, installatie met 40 vergrootglazen van Spank Moons.Beeld Merel van den Enden

Het is gewaagd: eigentijdse kunst in een klooster. Natuurlijk, hoeveel ordes hebben geen schilderijen aan de muur en beelden in de tuin? Het merendeel daarvan zijn afbeeldingen met een religieuze thematiek, variërend van lijdende Christussen en treurende Maria's tot zoete lammetjes en inkijkjes in het Hemels Paradijs. De meeste contemporaine kunst gaat daar niet over.

Toch besloot men in het Brabantse Oosterhout juist dat te wagen. En dan ook gelijk goed. Resultaat: de 1e Biënnale Kunst in de Heilige Driehoek. De naam verwijst naar de locatie aan de oostelijke rand van het stad, waar maar liefst drie kloosters staan. Dit relatief grote aantal (er waren er eerder nog meer) hangt samen met het Rijke Roomse Leven, de periode tussen 1860 en 1960 waarin kloosters als paddestoelen uit de grond schoten, zeker onder de grote rivieren. Brabant telde in de hoogtijdagen een kleine tweehonderd kloosters.

(De tekst gaat verder onder de foto.)

1e Biënnale Kunst in de Heilige Driehoek

Sint-Catharinadal, Onze Lieve Vrouwe Abdij en Sint-Paulusabdij, Oosterhout. T/m 22/10.

Bezoekers bij een videoinstallatie van Spank Moons. Beeld Merel Van Den Enden
Bezoekers bij een videoinstallatie van Spank Moons.Beeld Merel Van Den Enden

De drie bakstenen kerken en abdijen in Oosterhout liggen aan kasseienlaantjes, tussen de landerijen en tuinen, als vredige rustoorden, het ongeschonden paradijs indachtig. Maar schijn bedriegt. De ingezetenen, veelal benedictinessen en norbertinessen, raken op leeftijd. Opvolgers zijn schaars en de gebouwencomplexen zijn gewild bij projectontwikkelaars, die op de plaats van cultureel erfgoed het liefst resorts en bejaardenwoningen zouden bouwen.

Dat mocht niet gebeuren, vond een aantal Oosterhouters. Een stichting werd opgericht. Die besloot het gebied te 'dynamiseren', zoals dat heet. Met kunst. Et voilà, er was een nieuwe biënnale geboren. Om het geheel ordentelijk te laten verlopen, zonder te veel eigentijdse ongepastheden, werd Guus van den Hout als samensteller uitgenodigd, oud-directeur van Museum Ons' Lieve Heer op Solder in Amsterdam en Museum Catharijneconvent in Utrecht. Dus dat kwam wel goed.

(De tekst gaat verder onder de foto.)

Non loopt door het werk At the Foot of the Gods van Michael Petry. Beeld Merel Van Den Enden
Non loopt door het werk At the Foot of the Gods van Michael Petry.Beeld Merel Van Den Enden

Misschien is het iets te goed gekomen. Zo welwillend je tegenover het biënnale-initiatief moet staan, zo wisselend van kwaliteit zijn de bijdragen. Religie mag dan in het verleden tot de prachtigste kunstwerken hebben geleid, denk aan Matisse, Nolde en Beckmann, een eigentijdse voortzetting van vergelijkbare kwaliteit is niet vanzelfsprekend. Religiositeit en spiritualiteit leiden al snel tot kitscherig keramiek, uitbundige bloemenpracht, thematisch zwaar beladen primitivisme en een overdaad aan symbolen en verwijzingen. En natuurlijk: Moeder en Kind, de Slang, Appel aan Boom en de Lijdende Mens.

Neemt niet weg dat de wandeling door tuin en bos van de ene kerk naar de volgende abdij op zich al een verademing is, die je leidt langs wél opmerkelijke beelden. Zo heb ik nooit eerder zo op relieken gelet als de schedel en botten die door Caspar Berger zijn afgegoten, gegraveerd of in aluminiumfolie verpakt. Of het rek met patroontekeningen van broeken, hemden, kimono's en bomberjacks van Aziz Bekkaoui. Het benadrukt het 'monnikkenwerk' dat couturiers en naaisters moeten verzetten voordat hun creaties op de catwalk te zien zijn.

Voor wie in hogere sferen wenst te geraken (toch een relaxed kenmerk van religiositeit) moet enige tijd doorbrengen op de banken van de abdijkerk van het Sint-Paulusklooster. Daar klinken onder de gewelven de gouden stemmen van het Utopia Ensemble, dat een opvoering geeft van Jago Moons' Ecce tu pulchra es. Polyfonische a capella-muziek die alle registers van de menselijke stem opentrekt. Je vergeet even dat de kerk uit zware baksteen is opgetrokken.

Zijn zelfs stemmen te veel? Stiefel dan door, over het keienplaveisel van de Kloosterdreef, langs de wijnranken van het Sint-Catharinadal naar de Onze Lieve Vrouwe Abdij. Het klooster in 'Bossche stijl' heeft een kerk met meubilair van Dom van der Laan. Donkerbruine banken in een roomwit interieur, met aan het plafond modernistische aluminium hanglampen. De stilte is er hoorbaar. Overweeg je toch even om in te treden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden