De Gids Boeken

Deze boeken zijn ook interessant, en wel hierom

Er verscheen deze week nog veel meer. Hier onze keus uit boeken die we ook nog graag even noemen.

Een Siciliaanse mopperkont om van te houden

Beeld Serena Libri

Afgelopen juli overleed Andrea Camilleri op 93-jarige leeftijd aan een hartaanval. Italië rouwde, zijn fameuze creatie Salvo Montalbano leeft gewoon voort. Hij, de Siciliaanse Columbo, moet in Jacht op de schat weer heel wat krankzinnige kwesties oplossen, maar daar gaat het in deze deeltjes eigenlijk niet om. Waar het om gaat, is dat commissaris Montalbano een mopperkont is om van te houden. In de nachtelijke uren voert deze vijftiger onnavolgbare gesprekken met zichzelf op de veranda (‘…sprak de andere Montalbano’) die hem helpen structuur te ontdekken in ondoorzichtige kwesties. Hij heeft als connaisseur een vaste tafel bij Enzo, de restauranthouder in het fictieve plaatsje Vigàta, en zit in een latrelatie met zijn jeugdliefde Livia Burlando, die hij evenwel nooit ziet. Zelf leest hij in zijn vrije tijd graag Simenon, die van inspecteur Maigret. Bijzaken als hoofdzaak, met even scherpe als achteloze observaties over Italiaanse politiek, kerk en mentaliteit. Inmiddels werden twintig episodes van Montalbano’s lotgevallen in het Nederlands uitgebracht, deze episode stamt uit 2010. Maar daar merk je niets van. (Rob van Scheers)

Andrea Camilleri: Jacht op de schat

Uit het Italiaans vertaald door Hilda Schraa en Rianne Aarts. Serena Libri; € 20,90.

Mieke Bal beschrijft hoe kunst tot werking komt 

Beeld Vantilt

Je oog valt op een detail in een kunstwerk en opeens ontwaar je zin, betekenis. Die ervaring kan behoorlijk overweldigend zijn; het proustiaanse personage Bergotte sterft zelfs na het zien van een vlekje gele verf op een schilderij. Hoe kunst tot werking komt, beschrijft vermaard cultuurwetenschapper Mieke Bal in Het geel van Marcel Proust, haar eerste (fijn geïllustreerde) publieksboek sinds decennia. Lichte kost is het niet: de culturele referenties en theoriegeladen analyses vliegen je om de oren en Bals zinnen zijn soms hakkelend. Maar het is mooi hoe ze een manier van kijken en denken inbrengt die schaars is in ons taalgebied. Bal vindt dat een geïnformeerde, sensitieve ‘lezing’ van kunst diepte kan geven aan een mensenleven, want ‘de geschiedenis reist mee met de zinnelijkheid van de werken’. Naast literair en beeldend werk van kunstenaars als Flaubert, Proust, Bourgeois, Munch en Malani bespreekt ze haar eigen werk als videokunstenaar en curator. Bal is namelijk pleitbezorger van ‘artistiek onderzoek’: het al doende, al scheppende reflecteren op de manier waarop kunst zeggingskracht krijgt. (Marjan Slob)

Mieke Bal: Het geel van Marcel Proust – Over denkbeelden en beelddenken 

Vantilt; € 24,50.

Hoe Ajax eindelijk loskwam van het verleden

Beeld Ambo Anthos

Zeker weten doet hij het niet meer, maar mogelijk was het kort na een afgrijselijk moment in de clubgeschiedenis dat Menno Pot (44) besloot een boek over Ajax te schrijven. Het nieuwe Ajax, heet het, en ook de ondertitel is optimistisch en pretentieus: ‘Hoe een voetbalclub zichzelf opnieuw uitvond.’ Het moment is het doelpunt waarmee Lucas Moura van Tottenham Hotspur in de extra tijd van de tweede halve finale een einde maakte aan de opmars van Ajax in Europa. Supporter (en popjournalist van de Volkskrant) Pot licht er een positieve gebeurtenis uit, de reactie van het Ajax-publiek op de mokerslag: ‘Helend kon het nog niet werken, maar prachtig was het wel: een troostende, saamhorige, dankbare ovatie, dwars door de pijn heen, van supporters die ook nu samen wilden zijn met hun ploeg en elkaar.’

Soepel en met kennis van zaken schetst Pot in thema’s de manier waarop Ajax terugkeerde naar de ‘droomplaneet’, een sportief en financieel paradijs. ‘Ajax keerde in het euforische voorjaar van 2019 niet terug naar het eigen glorieuze clubverleden, maar kwam er juist eindelijk van los.’ (Paul Onkenhout)

Menno Pot: Het nieuwe Ajax

Ambo Anthos; € 16,99.

Op zoek naar betekenis in de zwijgende wereld 

Beeld Wereledbibliotheek

Volgens een oude Joodse traditie is het aan 36 ‘rechtvaardigen’ te danken dat God de aarde niet in de steek laat; mensen die zonder het zelf te weten de zorgen van de wereld dragen met hun kleine, onopvallende goedheid. Jorge Luis Borges schreef er een gedicht over, dat weer het uitgangspunt is van Wie de rechtvaardigen zoekt, de nieuwe roman van Richard Osinga. Het is een verzameling van 36 korte verhalen, blikken in de levens van deze verrassende rechtvaardigen: een Franse priester die zich laat verleiden ortolaan te eten, een Indiase wetenschapper en atheïstische moslim in Zwitserland die zijn bruid voor het eerst ontmoet, een Chinees meisje wier onderzoeksproject wordt gekapitteld. Veel wetenschappers, intellectuelen, denkers. Allemaal zoeken ze naar patronen, naar betekenis in de zwijgende wereld, mooi literair verbeeld door Osinga, die de verhalen met onopvallende motieven aan elkaar weeft.

Wie de rechtvaardigen zoekt is een roman met een haast klassieke humanistische missie, op zoek naar verbinding tussen de volkeren. Voormalig diplomaat Osinga’s wat plechtige proza past daar wel bij: als je de mobiele telefoons en internet wegdenkt, zou je zowaar in een 20ste-eeuwse roman beland kunnen zijn. (Persis Bekkering)

Richard Osinga: Wie de rechtvaardigen zoekt

Wereldbibliotheek; € 24,99.

Sigri Sandberg ontleedt de Noorse duisternis 

Beeld Oevers

Het nachtelijke uitzicht van de Noorse schrijver Sigri Sandberg (1975) vanuit haar hoge flat in Oslo wordt beheerst door kunstlicht. Een sterrenhemel is nauwelijks nog te zien, laat staan de Melkweg. Ze verlangt naar diepe, zwarte duisternis zonder lichtvervuiling. En dat terwijl ze paradoxaal genoeg lijdt aan achluofobie, de angst voor of in het donker. Op zoek naar genezing vertrekt ze per trein naar het Noorse plaatsje Finse, op 1.222 meter hoogte, om zich vijf dagen alleen terug te trekken in een berghut. Bij het vallen van de avond wordt ze overmand door paniek en besluit het begrip ‘duisternis’ te ontleden. In Het belang van duisternis krijgen we vervolgens colleges over astrofysica, de geschiedenis van het kampvuur, het nut van slapen en bewegen, angsthormonen, de wind, zwarte gaten, noorderlicht en luchtruimtewetten. Soms lijkt het te veel op Wikipedia-informatie: weetjes, beetje geschiedenis, snufje psychologie. Fijne afwisselingen zijn de anekdotes over Christiane Ritter, de eerste vrouw die in 1934 een winter op de Noordpool doorbracht, en de gekozen gedichten over het donker, bijvoorbeeld van Jon Fosse: ‘wat doen we als/ het donkert en het huis koud wordt en het nog/ donkerder wordt/ en we bang zijn daar waar we ons bezighouden/ met elkaar en/ we denken dat niemand ons nu mag verlaten.’ (Iris Hannema)

Sigri Sandberg: Het belang van duisternis

Uit het Noors vertaald door Maud Jenje. Oevers; € 19,95.

Ook bij nader inzien geen groot toneelschrijver 

Beeld De Bezige Bij

In zijn regieaanwijzingen bij het toneelstuk King Kong (1967) schrijft Willem Frederik Hermans: ‘Attentie: het is geen uit het Engels vertaald realistisch stuk, dus erg moeilijk voor Nederlandse regisseurs.’ Tot zijn teleurstelling werd Hermans nooit een groot toneelschrijver, maar de schuld daarvan zoekt hij bij anderen, bij hun onwil of onkunde.

Toch valt te betwijfelen of hij veel gevoel had voor theater, gezien zijn constatering (‘Groot voordeel’) dat dankzij de inzet van tolken bij de Duitssprekende personages de betreffende acteurs nauwelijks tekst hoefden te leren.

Het tiende deel van de Volledige werken bevat zes teksten voor toneel, televisie en film. Openbaart zich daar dan toch een miskend toneelauteur? Helaas, ook bij nadere inspectie lijkt King Kong behoorlijk onspeelbaar, door een idiote overdaad aan exposé. Periander (1974) is een ondraaglijke pastiche van een klassieke tragedie; Het omgekeerde pension (1952) weinig meer dan een gedateerde vingeroefening in polderabsurdisme. Wél interessant is Dutch Comfort (1953), over de vrouw van een verzetsheld die het aanlegt met een Duitser. Een wrangkomisch palet van grijstinten in tijden van goed en fout – op dat terrein is Hermans zelfs in zijn toneelwerk op dreef. (Herien Wensink)

Willem Frederik Hermans: Volledige werken deel 10

De Bezige Bij; € 44,99.

Levendig portret van een 17de-eeuwse zakenvrouw

Beeld Querido

Maria van Aelst dreef een bloeiende handel in edelstenen, trouwde vijf keer, onder meer met gouverneur-generaal Antonio van Diemen, en keerde na twintig jaar terug uit Batavia als een van de rijkste inwoners van de Republiek. En dat allemaal voor een eenvoudig meisje van de ‘Volksplanting’, dat in 1625 naar de Oost was gestuurd om gezonde Hollandse kindertjes te baren. Die vrouw verdient een boek, dacht Anneloes Timmerije. In De mannen van Maria tekende zij de memoires op die Van Aelst zelf nooit heeft geschreven. ‘Uit plichtsbesef’, laat Timmerije haar noteren. ‘De meesten van ons hebben immers geen stem meer.’

Het is een levendig portret geworden, en een prachtig tijdsbeeld. Timmerije maakt het allemaal even aanschouwelijk: het barre zeeleven, de drukte van de Compagnie, de stierlijke verveling van vrouwen op stand. Daarbij laat ze zich niet verleiden tot een al te 21ste-eeuwse blik: van lijfstraffen kijkt niemand op, slavernij is deel van het dagelijks leven. Van dierenleed heeft Maria nog nooit gehoord. Alleen klinken 17de-eeuwse echtelieden die uitspraken doen als ‘tuurlijk’ en ‘komt voor mekaar’ wat merkwaardig. (Emilia Menkveld)

Anneloes Timmerije: De mannen van Maria

Querido; € 20,99.

Véronique Bizot temt de tragiek van het ouder worden 

Beeld Uitgeverij Vleugels

De Française Véronique Bizot (1958) debuteerde toen ze 47 was met een verhalenbundel. Mijn bekroning uit 2010 is haar eerste roman. Wat meteen opvalt, is hoe bondig Bizot schrijft: enkele details volstaan voor het schetsen van een situatie, een relatie van jaren of een decennia oud gevoel. Ook schrijft ze rake zinnen over de beoefening van wetenschap.

Een bejaarde natuurkundige krijgt een belangrijke prijs voor iets dat hij vroeger heeft onderzocht. Opeens staat zijn appartement vol onbekende mensen die hem feliciteren. Hij ziet zijn woonkamer door andere ogen: het is een ‘dikke puinhoop’. Toch houdt hij de moed erin. ‘Oké, goed, zei ik tegen mezelf, er zijn dus wat mensen. Het had uren geduurd, maar godzijdank had ik het keukentrapje om me aan vast te houden, niemand had me dat trapje kunnen afpakken.’

Op humoristische en elegante wijze temt Véronique Bizot in Mijn bekroning hier de tragiek – zeg maar gerust: de verschrikkingen – van het ouder worden. (Wineke de Boer)

Véronique Bizot: Mijn bekroning

Uit het Frans vertaald door Sanne van der MeijVleugels; € 22,35.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden