De gids Boeken

Deze boeken zijn ook interessant, en wel hierom

Er verscheen deze week nog veel meer. Hier onze keus uit boeken die we ook graag even noemen.

Kerstvertelling van Dickens, natuurlijk met grande finale  

Beeld Uitgeverij Nimisa

De leertijd van Alfred bij de plattelandsdokter Jeddler zit erop. Hij moet ervandoor. Dat valt hem zwaar, want hij is verliefd op doktersdochter Marion. Als hij tegen Kerstmis terugkomt om zijn verloofde de hand te vragen, is zij ervandoor gegaan: ‘De sneeuw viel, snel en dik. Hij keek een ogenblik omhoog naar het licht en bedacht dat deze witte as, die over zijn hoop en ellende werd uitgestrooid, goed bij de gelegenheid paste.’ Marions voetstappen worden uitgewist. Is ze op het laatst toch gezwicht voor de losbol Warden, die óók verliefd op haar is?

The Battle of Life (1846) is de vierde en voorlaatste kerstvertelling van Charles Dickens, die dezer jaren alle worden vertaald door Mark van Dijk. De Engelse meester jongleert in De strijd van het leven  met een reeks duo’s: twee zussen, twee advocaten en vooral de twee bedienden van de dokter, Clemency Newcome en Benjamin Brittannië – ook wel Klein Brittannië genaamd, om verwarring met Groot te voorkomen.

Natuurlijk zorgt Dickens voor een grande finale met ruimte voor een traan van opluchting. (Arjan Peters)

Charles Dickens: De strijd van het leven 

Uit het Engels vertaald door Mark van Dijk. Nimisa; € 24,95.

Miek Smilde verplaatst zich in een blunderende rechter

Beeld De Arbeiderspers

De omslag van de tweede roman van Miek Smilde (1966) is zo onaantrekkelijk dat je het boek bijna niet zou oppakken: een foto van een oude rechter met zijn ogen, intens levensmoe, gesloten. Je kijkt recht in zijn harige neusgaten, boven zijn bef bungelt het slappe vel van zijn onderkinnetje. Over het beeld is een misselijkmakende groenfilter gelegd.  

Dorsmans dood gaat over raadsheer Pieter Coorn, die in de zaak van een vermoord meisje mogelijk fouten heeft gemaakt. Het leek Smilde – dochter van een rechter – interessant hoe een rechter zo’n ‘dwalingszaak’ ervaart. Dat Smilde goed is ingevoerd (ze interviewde veel juristen) merk je aan de gedecideerde manier waarop ze vertelt over de gang van zaken in de rechtbank en over de ontwikkelingen op strafrechtelijk gebied.

De passages over Coorns persoonlijke klim op de maatschappelijke ladder maken het boek ook voor minder juridisch ingewijde lezers de moeite waard. Wat maar weer eens bewijst dat je een boek nooit op zijn kaft moet beoordelen. (Bo van Houwelingen)

Miek Smilde: Dorsmans dood

De Arbeiderspers; € 19,99.

Te-gek-gave vertaling van een pseudo-Poesjkin 

Beeld Pegasus

Paardje-Bochelaartje is een van Ruslands meest geliefde cultuursprookjes. Vertaler Robbert-Jan Henkes is ervan overtuigd dat het is geschreven door dichtersgod Aleksandr Poesjkin. Russische specialisten zijn minder zeker.

Misschien voelde Henkes zich door dat twijfelachtige auteurschap zelfverzekerd genoeg om met extra bravoure los te gaan op het Russisch. Het leverde een te-gek-gave vertaling op, met regels als ‘…getverderrie, wat een achterlijke herrie’ en kreten als ‘potjepee’ en ‘wat een oen’. Een flits-de-blits pseudo-Poesjkin.

Russische sprookjes zijn leuk – leuker dan de Germaanse met hun onderdrukte lustgevoelens en gesublimeerd sadisme. Russische sprookjes gaan meestal over één ding: de intense dynamiek tussen mazzel en pech. De inhoud is realistisch, maar in de vorm heerst de ongebreidelde fantasie. Onderwaterkoninkrijken, vliegende tapijten, huizen op kippenpoten, opvallend veel pratende vissen en in dit geval dus een combinatie daarvan: een pratend, gelukbrengend, vliegend, lelijk dwergpaardje. Dat bochelpaard helpt de kluns Ivan aan alle geluk van de wereld. Hartstikke tof. Yo, Poesjkin! (Sjeng Scheijen)

Aleksandr Poesjkin: Paardje-Bochelaartje

Uit het Russisch vertaald door Robbert-Jan HenkesPegasus; € 21,50.

 Lekker bijkomen in de trein door Siberië

Beeld Das Mag

Geen betere manier om los te komen van je eigen sores dan een treinreis met de Bajkal Amoer Magistrale, kortweg BAM: 4.000 kilometer dwars door Siberië. Duizenden levens eiste de bouw onder Stalin, inmiddels is de lijn gedegradeerd tot een tweederangstraject, naast de zuidelijker Transsiberië Express. ‘Lekker afgebeuld worden in een Russische trein’, schrijft Jelle Brandt Corstius (41) in BAM – Een reis van niets naar niets: net wat hij kon gebruiken na wat hij zelf ‘een turbulent jaar’ noemt – waarmee hij ongetwijfeld doelt op de #MeToo-affaire die hij in de openbaarheid bracht. Hij is vastbesloten het eindstation te halen, samen met twee bevriende kunstenaars die nog nooit in Rusland zijn geweest.

Met hernieuwde verbazing kijkt de journalist naar het land dat hij zo goed kent. Wie wóónt hier? En waarom? De temperatuur wordt steeds lager, het landschap steeds leger. Schrijnend verhaal volgt op smakelijke anekdote – Jelle Brandt Corstius doet waar hij goed in is.

Als hij een van zijn reisgenoten voorleest uit De reis naar Sachalin van Tsjechov, die met paard en wagen in 1890 ongeveer dezelfde tocht maakte, zegt die: ‘Ik heb in Siberië zelf ook steeds de vage angst dat ik hier niet meer wegkom.’ Ik kan me er alles bij voorstellen. (Emilia Menkveld)

Jelle Brandt Corstius: BAM – Een reis van niets naar niets

Das Mag; € 17,99.

Pacifistische klassieker is nog altijd scherp en meeslepend

Beeld Orlando/Bibliotheek van het Vredespaleis

Niets helpt beter tegen een sluimerende depressie dan ‘een vrolijke, frisse oorlog’. Deze nu nogal idioot klinkende uitspraak is afkomstig uit de 19de-eeuwse pacifistische klassieker De wapens neer! van de Oostenrijkse Bertha von Suttner. Oorlogslievendheid werd indertijd breed gedeeld in hogere kringen. Net als in het huidige Midden-Oosten was oorlog in het Midden-Europa van de 19de eeuw een soort natuurverschijnsel, met grootschalig en gruwelijk individueel leed als collateral damage.

Het is juist deze discrepantie die Von Suttner, een internationaal gevierd vredesactiviste, overtuigend aan de orde stelde in haar ooit invloedrijke roman uit 1889, waarvan een nieuwe vertaling verscheen. Via haar hoofdpersoon, een Weense aristocrate, plaatst ze emoties als verliefdheid, innige liefde, medemenselijkheid, rouw en fysiek lijden – het persoonlijke leed – tegenover het alles vermalende militaire dogma. Hoewel het verhaal hier en daar wat 19de-eeuwse stroperigheid heeft, blijft De wapens neer! scherp en meeslepend. Het feit dat Von Suttner ooit werkte als oorlogscorrespondente echoot door in realistische beschrijvingen van de slagvelden. (Nell Westerlaken)

Bertha von Suttner: De wapens neer! 

Uit het Duits vertaald door Lilian Caris en Iris van der Blom. 

Orlando/Bibliotheek van het Vredespaleis; € 24,50.

Tien boeren die het al helemaal anders doen 

Beeld Noordboek

Boeren die het Malieveld bezetten, een land dat platligt door een overschot aan stikstof, voornamelijk uit de landbouw: een beter moment kon Kees Kooman zich niet wensen voor de publicatie van zijn boek over nieuwe boeren.

De landbouw heeft zich sinds de tweede helft van de vorige eeuw binnen één generatie stormachtig ontwikkeld. Van paard en wagen tot tractoren met gps, van boerenerven met een handjevol beesten tot moderne megastallen. Het is een succesverhaal met een schaduwzijde: de landbouw is een oorzaak van milieuvervuiling, natuurbederf en klimaatopwarming. Dat kan zo niet langer, schrijft Kooman. ‘Een transitie is onvermijdelijk.’

In Nieuw Boeren portretteert hij tien boeren die het anders doen. Zoals een Brabantse theeplanter, een groep melkveehouders op Schiermonnikoog die vrijwillig eenderde van hun koeien wegdoen en Styn Claessens, een jonge kippenhouder in het Limburgse Ysselsteyn. Styns opa begon met een paar honderd kippen, zijn vader maakte er 140 duizend van en Styn bouwde Kipster, de meest milieu- en diervriendelijke kippenstal van Nederland. Het is het verhaal van de nieuwe boeren in een notendop. (Mac van Dinther) 

Kees Kooman: Nieuw Boeren

Noordboek; € 22,50

De andere helft van Wham! laat zien dat hij er ook mocht wezen

Beeld Spectrum

Voor George Michael was het populaire jarentachtigduo Wham! de opmaat naar een imposante solocarrière. Voor Andrew Ridgeley, de andere helft van het duo, was het de tijd van zijn leven. Eén soloalbum maakte hij daarna nog, en dat flopte jammerlijk.

Hoe de verhoudingen lagen, was al duidelijk in de Wham!-jaren. Michael zong de liedjes en componeerde vrijwel het hele repertoire. Ridgeleys zang en gitaarspel waren te verwaarlozen. Hij stond vooral mooi te wezen. Maar in zijn autobiografie Wham! – George & ik wil Ridgeley laten zien dat ook zijn aandeel er mocht zijn. Vanaf het moment dat de twee elkaar op school leerden kennen, ontfermde hij zich over Michael, die worstelde met zijn homoseksualiteit, zijn uiterlijk en zijn muzikale ambities. Daar had Ridgeley allemaal geen last van. Dat Michael hem al snel overvleugelde met zijn succes, moet daarom flink slikken zijn geweest. Dat merk je bijvoorbeeld wanneer Ridgeley het niet kan nalaten Michaels kapsel te vergelijken met dat van prinses Diana. Maar er is vooral bewondering voor het grote talent van zijn oude makker. Dankzij de slingerbewegingen lezen deze popmemoires bijna als een psychologische roman. (Maarten Steenmeijer)

Andrew Ridgeley: Wham! – George & ik 

Uit het Engels vertaald door Marian van der Ster & Paul van den Belt. 

Spectrum; € 20,99.

Voor Maxim Februari moet je de tijd willen nemen

Beeld Prometheus

‘Wie altijd zorgvuldig nadenkt, verwerft geen invloed’, schrijft Maxim Februari in een van de NRC-columns die nu gebundeld zijn in De onbetrouwbare verteller. Gelukkig heeft hij niet altijd gelijk. Zijn eigen nadenkende stem wint juist alleen maar aan invloed. Voor Februari moet je de tijd willen nemen; hij geeft zich niet zomaar gewonnen en zijn superieure zinnen dollen je soms vriendelijk rond. Maar hij heeft altijd wat te melden en doet dat met ingehouden passie.

De geselecteerde columns (en een enkel gelegenheidsstuk) zijn verdeeld in zes groepen. Thema’s als ‘de digitale wereld’ en ‘recht en macht’ wekken geen verbazing, want Februari wijst al jaren op de noodzaak onze modderige en ambigue leefwereld te verdedigen tegen de rekenmeesters die alles in een algoritme willen vangen, en de regelaars die de waarde van het ongrijpbare niet willen zien. Onder de noemer ‘tederheid’ verkent hij waarom de mens geen middel is, maar een doel. In een andere sectie onderzoekt hij de deugd ‘betrouwbaarheid’. En wat hij laat zien in ‘privé’, laat zich raden. (Marjan Slob)

Maxim Februari: De onbetrouwbare verteller

Prometheus; € 19,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden