De gidsBoeken

Deze boeken zijn ook interessant, en wel hierom

Er verscheen deze week nog veel meer. Hier onze keus uit boeken die we ook nog graag even noemen.

Een terugblik die weemoedig stemt

Beeld De Arbeiderspers

Liefhebbers van poëzie, beeldende kunst en van het plaatselijk vermaarde hommelbier kennen het dorpje Watou, dichtbij de Belgisch-Franse grens, omdat daar sinds 1980 bijzondere exposities en voordrachten plaatsvinden. Gwy Mandelinck (1937), oprichter van de ‘poëziezomers’ en drijvende kracht tussen 1980 tot 2008, hield een dagboek bij, dat de basis vormt van Dat was Watou. Een terugblik die ook weemoedig stemt, doordat veel dichters inmiddels overleden zijn: Eddy van Vliet (die zijn as liet verstrooien in Watou), Herman de Coninck, Hugo Claus, Rutger Kopland, Menno Wigman. Mooie anekdote: op het marktplein van Watou kwam in 2001 een betonnen kubus van Stéphane Beel, als begeleiding van Rutger Koplands regel ‘een lege plek om te blijven’. De dorpsbewoners vonden het maar niks, Kopland kwam jaarlijks bezorgd kijken of de kubus er nog stond, in 2008 ging koningin Paola er hoogstpersoonlijk in zitten. Twee jaar later ging de sloophamer erin. Goede citaten te over, zoals dit van Esther Jansma, bij een sjofele installatie; ‘later/ wil ik ook zo zijn, zo vanzelf/ door leeftijd als gras overgroeid/ scheef zitten in mijn stoel/ en daar heel goed in zijn.’(Arjan Peters)

Gwy Mandelinck: Dat was Watou. Dagboek van de Poëziezomers 1980-2008. De Arbeiderspers; € 27,50.

Het drama van één man, maar ook dat van een verlopen stadje

Beeld Wereldbibliotheek

Tanguy Viel (1973) is zo’n schrijver die stilletjes en gestaag doorwerkt aan een oeuvre waarmee hij niet al te veel aandacht trekt. Steeds opnieuw onderzoekt hij de geest van de misdadiger, meestal een gewone man met een onopvallend leven die op een dag overgaat tot een daad waartoe hij zichzelf niet in staat achtte.

In Artikel 353 zit Martial Kermeur voor de rechter om zijn verhaal te doen. Ze zijn niet in een rechtszaal, maar in de werkkamer van de rechter. Niet zo’n geloofwaardig uitgangspunt, maar dat vergeet je direct wanneer Kermeur begint te vertellen. Over zijn zoon Erwan, zijn scheiding en zijn eenzaamheid en over hoe hij zich heeft laten manipuleren door een vastgoedontwikkelaar, Antoine Lazenec, met zijn crèmekleurige Porsche en zijn overhemd een beetje te ver open. Over de achteloosheid waarmee Lazenec spreekt over het project dat het stadje gaat opstuwen in de vaart der volkeren, zodat Kermeur tenslotte nog maar één ding wil: erbij horen. In meanderende zinnen, vol omtrekkende bewegingen zet Viel dit drama uiteen. Het drama van één man, maar ook dat van een verlopen stadje aan de Bretonse kust. (Wineke de Boer)

Tanguy Viel: Artikel 353. Uit het Frans vertaald door Katrien VandenbergheWereldbibliotheek; 158 pagina’s; € 18,99.

Ianthe Sahadat maakt de kwetsbaarheid van eenzame mensen invoelbaar

Beeld Prometheus

De jonge student Kat hoort nergens bij. Niet bij de ‘chillmeisjes’ met wie ze een huis deelt en die in elke zin ‘chill’ zeggen; ze is te verlegen om contact te leggen met medestudenten; en als half-Surinaamse is ze niet Surinaams genoeg opgevoed om aansluiting te vinden bij de meisjes uit haar buurt. Dan ontmoet ze ‘rafeljongen’ Rif, een knappe vrijbuiter die haar zomaar vriendschap aanbiedt. Ze weet niets van hem, niet eens zijn achternaam. Hij verschijnt altijd onaangekondigd in het café waar ze werkt, om haar op avonturen mee te nemen in een stedelijk schaduwrijk bevolkt door krakers en hackers. Wanneer ze hem vertelt dat ze vroeger is gepest, plant hij complexe wraakacties op de pestkoppen. Willoos raakt ze steeds verder verstrikt in zijn bizarre intriges.

Zonder handen, de tweede roman van Volkskrant-journalist Ianthe Sahadat, laat schrijnend zien hoe kwetsbaar eenzame mensen zijn. Stilistisch overtuigt het boek niet helemaal, en de naïviteit van Kat is te zwaar aangezet om geloofwaardig te zijn. Maar sterk is de gecontroleerde wijze waarop de auteur Kat laat ontsporen. En de scènes in het sjonniecafé waar Kat werkt, zijn geweldig sprankelend zonder karikaturaal te worden. (Persis Bekkering)

Ianthe Sahadat: Zonder handenPrometheus; € 19,99.

Heldere essays over onze bemoeienis met dieren

Beeld Noordboek

Het gaat lastig worden om het stuifzand en de heide van het natuurgebied Planken Wambuis te behouden. Niet alleen omdat er in de Veluwe te veel stikstof neerslaat. Ook omdat er dan ouderwets met schapen geboerd moet worden. ‘Hou op met dergelijke achterhoedegevechten’, zeggen ecomodernisten. ‘Wij hebben de natuur absoluut nodig om goed te kunnen leven  maar niet per se de natuur zoals die was. Jammer dan als er wat diersoorten uitsterven.’

In Dieren in ons midden beschrijft milieufilosoof Jozef Keulartz in tien heldere essays botsende opvattingen over het doel waartoe, en de mate waarin, mensen zich met dieren mogen bemoeien. Speciaal mooi is het lange hoofdstuk over de ‘saga’ van de Oostvaardersplassen. Nauwkeurig memoreert Keulartz de wordingsgeschiedenis van het gebied, inclusief het recente drama rond uitgehongerde herten en paarden. Ook hier botsen twee zienswijzen op elkaar: kijk je naar individuele dieren, of naar dieren op soortniveau? Dat maakt nogal uit; de beesten vallen daarmee zelfs onder een ander juridisch regime (een verbod op dierenmishandeling versus de plicht om de dieren met rust te laten). (Marjan Slob)

Jozef Keulartz: Dieren in ons midden – Samenleven met dieren in het tijdperk van de mens. Noordboek; € 24,90.

Sprookjesachtige graphic novel in een veelheid van tekenstijlen

Beeld Soul Food Comics

Eustis is een aan alcohol verslaafde zwerver die in een maïsveld woont. Of is hij een sater uit de klassieke oudheid, volgeling van Dionysos, die de opdracht heeft gekregen om naar de Hades af te dalen en op zoek te gaan naar een sfinx? Het antwoord is: allebei. In de grafische roman De dolende god van de Italiaanse tekenaar Fabrizio Dori vertrekt de wijndrinkende Eustis naar een magische wereld, waar hij op nimfen en koningen stuit en van de ene verbazing in de andere rolt. Hij krijgt daarbij gezelschap van een ondermaatse professor en een Griekse held met kiespijn, Leandros, zodat hun queeste verwantschap begint te vertonen met die van de tinnen man, de vogelverschrikker en het meisje met de rode schoentjes in The Wizard of Oz. Stilistisch gezien is het boek al even toverachtig, want Dori tekent dan weer in de stijl van Van Gogh, dan in die van Otto Dix en af en toe komt ook de golvende Jugendstil voorbij. Drie jaar geleden publiceerde Dori een getekende biografie van Paul Gauguin, dus ook diens hallucinant gekleurde landschappen krijgen een plek. Om het boek naar waarde te schatten moet de lezer misschien eerst een glas absint drinken of een jointje opsteken, zodat hij moeiteloos mee kan dolen met de avontuurlijke Eustis, die aan het slot van het verhaal zijn puntige sateroortjes terugkrijgt. (Joost Pollmann)

Fabrizio Dori: De dolende god. Soul Food Comics; € 26.

Merlijn Schoonenboom over wat Duitsland Duitsland maakt

Beeld Querido

Waaruit bestaat de Duitse identiteit? En welke symbolen horen daarbij? Journalist Merlijn Schoonenboom, die al tien jaar in Berlijn woont en werkt, probeert in Een kleine geschiedenis van de grootste Duitse worsteling deze vraagstukken inzichtelijk te maken voor de Nederlandse lezer.

Bijvoorbeeld aan de hand van het barokke stadsslot dat nu wordt herbouwd in het centrum van de Duitse hoofdstad. Past dit gebouw bij het verlichte, weltoffene Duitsland van de negentiende eeuw, met onderzoekers als Alexander von Humboldt? Of is het slot nog steeds een symbool van het autoritaire en militaristische Pruisen? Om nog maar te zwijgen van het christelijke kruis dat de koepel moet gaan sieren… Behalve het stadsslot bespreekt Schoonenboom andere monumenten, denkers en relletjes (zoals dat hoort in Duitsland), soms zoveel dat het de lezer een beetje duizelt.

De vluchtelingencrisis en de opkomst van de AfD hebben de discussie rondom het Duits-zijn op de spits gedreven, en Schoonenboom laat mooi zien hoe identiteit (wie zijn wij?) nauw samenhangt met integratie (wat voor land willen wij zijn?). Een discussie die in Duitsland nog lang niet voorbij is. (Arnout le Clercq)

Merlijn Schoonenboom: Een kleine geschiedenis van de grootste Duitse worsteling. Querido;  € 22,99.

Willem Schinkel wil munitie geven aan links van links

Beeld De Bezige Bij

Stropdasmannetjes, dat is de verzamelnaam voor de types die het volgens hoogleraar sociologie Willem Schinkel allemaal gedaan hebben. ‘Dat zijn niet altijd mannetjes, en ze hebben niet altijd een stropdas’, het zijn wel propagandisten van de bestaande orde. Tegen hen trekt Schinkel van leer in deze Politieke stenogrammen, notities van soms één zin en hooguit twee pagina’s, die munitie moeten geven aan links van links, in wat Schinkel ‘een politiek gevaarlijke tijd’ noemt. De exercitie is interessant, in de landelijke politiek is links van links nagenoeg afwezig, er zijn weinig politieke denkers die zich daar wagen.

De munitie die Schinkel aandraagt is van wisselende kwaliteit. Soms scherp, zoals wanneer hij het gebruik van de term ‘antropoceen’ hekelt, of ‘pathetische pleidooien voor het vrije woord’. Soms flauw of bot, als hij maar doorgaat over die stropdassen (zelf is Schinkel uiteraard stropdasmijder). Maar altijd provocerend. Het laatste aforisme luidt: ‘Vergeet het nooit: drie dingen hebben de fascisten niet: denken, vreugde en liefde.’ Vreugde en liefde komen niet aan hun trekken in deze bundel, aanzetten tot denken zijn er genoeg. (Ariejan Korteweg)

Willem Schinkel: Politieke stenogrammen. De Bezige Bij; € 21,99

Joke van Leeuwen brengt een poëtische ode aan het leven

Beeld Querido

Levenslust van Joke van Leeuwen is één lang gedicht, van tachtig precies even grote strofen, zonder hoofdletters en punten, en verbonden met een getekend touw dat ons naar het einde trekt. Je moet maar durven, zo’n titel, zonder ironie, want dit gedicht is een onversneden ode aan het leven van geboorte tot dood. Aan het leven en haar leven. Het ontkiemt met ‘wat uit het kikkervisjesbegin/ hersentjes krijgt, ellebooggewrichtjes/ wat vet opslaat, wat door een buikwand bach/ kan horen’ en eindigt met ‘blijf nog,/ blijf blijf, heb geduld als het wit/ van erkannogvanallespapier’.

Daartussenin trekt de tijd voorbij: ‘de tijd van de petticoat, hoelahoep, loepdiloep’, van ‘een zwempak van wol dat de halve zee opzoog’ en ‘je eerste bal toen je gekostumeerd/ komen moet kwam je als schemerlamp’. Er is ook verlies: van geliefden en vrienden, het kwijtraken van de verwondering en de macht van de commercie.

De stomende, ritmische, associatieve zinnen, met enjambementen en binnenrijm, vol zelfspot en melancholie, geven uiting aan een onverwoestbare drang tot leven die overal doorheen breekt. Zoals op de stoel op een van de tekeningen die aan het gedicht voorafgaan: het riet dat tot zitting is geperst, groeit aan de onderkant uitbundig verder als gras. Niet stuk te krijgen, het leven. (Aleid Truijens)

Joke van Leeuwen: Levenslust – Een gedicht. Querido; € 16,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden