Devotioneel sportproza verwoest het stijlgevoel

Sportliteratuur is de devotieliteratuur van onze tijd, zoals biografieën van sportlieden ook nog het meest doen denken aan de heiligenlevens uit de middeleeuwen....

Michaël Zeeman

De Hongaarse schrijver Péter Esterházy, die enkele aantrekkelijke en interessante boeken heeft geschreven, is zo iemand die aan verstandsverbijstering bezwijkt zodra het over zijn geliefde balspelletje gaat.

‘Voetbalvraagstukken zijn mondiale vraagstukken’, schrijft Esterházy in Reis naar het einde van het strafschopgebied, de collage van getuigenisproza waarin hij uitkomt voor zijn geloof en bericht van de wonderen die hij aanschouwd heeft, met eigen ogen. Nog afgezien daarvan dat ik niet zeker weet of ik snap wat ‘voetbalvraagstukken’ zijn, lijkt de bewering mij ruim bemeten, te ruim.

Als voetbalsupporters in hun kathedralen in koor luide uitroepen ‘ik ram je jodenmoeder op je grote neus’ – een even walgelijke als ondoorgrondelijke litanie, ‘zijn bloed kome over ons en onze kinderen’ – dan betekent dat volgens Esterházy: ‘zeg, jongeman met de geprononceerde gelaatstrekken, wat zonde dat je je talent niet voor onze ploeg wilt komen inzetten.’ Mij lijkt dat, net als in menig theologisch geschrift, een dubieuze exegese. ‘Echt?’ voegt Esterházy eraan toen. ‘Bijna echt.’

En ziedaar hoe de toewijding aan de kitsch niet alleen de redelijkheid, maar ook het stijlgevoel verwoest: dat zou hij in geen van zijn romans over welk ander onderwerp hebben opgeschreven. Wat een nonsens, geschifte en op gezette tijden gevaarlijke nonsens bovendien.

De narigheid is, dat de scepticus door de hystericus buiten de deur wordt gehouden met behulp van diens superieure glimlach: hij begrijpt ‘het’ niet en hij kan dat, o treurige ellendeling die hij is, ook niet begrijpen. Wonderen worden slechts waargenomen door wie erin gelooft, wie ze wil onderzoeken geeft alleen al door dat verlangen aan niet geschikt te zijn voor de devotie.

Zo is het ook met Esterházy’s schriftuur over de voetbaldevotie. Toewijding voor ingewijden, opzettelijk ontoegankelijk gehouden voor andersdenkenden. Pas als hij een anekdote vertelt, en het dus niet over het spelletje zelf heeft, wil hij wel eens amusant worden, ongeveer zoals ook domineesgrappen toegankelijker zijn dan dogmatiek.

Maar dun blijft het, dun en dwaas.Michaël Zeeman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden