Deux bonbons Napoléon

Totaalvisie op periode 1789-1848

De slag bij Waterloo is bijna jarig, en twee boeken weten daar nog een bijzondere visie aan toe te voegen: een over Nederlandse herdenkingscultuur, en een over de Slag als ijkpunt voor hysterisch aangewakkerde revolutievrees.

Beeld Jimmy Kets

Op 18 juni 2015 is het precies tweehonderd jaar geleden dat Napoleon zijn definitieve nederlaag leed bij Waterloo. De herdenking van deze mijlpaal uit de Europese geschiedenis wordt groots aangepakt: zesduizend acteurs zullen de slag naspelen, er zijn tal van congressen en er verschijnen fraaie gedenkboeken. Toch loopt het niet allemaal vlekkeloos. Het Nederlandse koningspaar, en de Belgische en Luxemburgse monarchen zullen de officiële plechtigheid bij Waterloo bijwonen, maar de Britten houden intussen hun eigen ceremonie in Londen. Ophef was er ook over een speciale herdenkingsmunt van 2 euro. De Belgen hadden er 175 duizend laten drukken, maar de Fransen maakten bezwaar: waarom een van hun grootse nederlagen in harde valuta laten circuleren? Alle munten moesten worden vernietigd.

Waterlootanden

De zege op Napoleon was het resultaat van een succesvolle samenwerking tussen de geallieerde troepen, maar al snel maakte verbroedering plaats voor nationale rivaliteit. Elk land creëerde zijn eigen mythen en helden rondom Waterloo: de Engelsen hadden Wellington, de Pruisen Blücher, de Belgen Van Merlen en de Nederlanders de prins van Oranje.

De Nederlandse herinneringscultuur wordt uitgebreid beschreven in Onze Slag bij Waterloo door Louis Sloos. Deze militair historicus heeft een indrukwekkende hoeveelheid objecten bijeen weten te brengen, waaronder prenten, versierde portemonnees, monumenten, reisgidsen, panorama's, spelletjes, medailles, kaarten, straatnamen en vaandels. De herinnering aan Waterloo drong zelfs door tot in het menselijke lichaam: de tanden van gesneuvelde soldaten werden gebruikt om kunstgebitten mee te maken. Nazaten en liefhebbers droegen deze 'Waterlootanden' met trots.

Er valt veel te genieten in dit fraai vormgegeven en rijk geïllustreerde overzichtswerk, maar het is ook duidelijk dat de eigenlijke belangstelling van de auteur bij krijgshistorische aspecten ligt. Het boek bevat lange en gedetailleerde opsommingen van de samenstelling van corpsen, soorten onderscheidingen en reglementen, bijvoorbeeld die van het militair invalidenhuis te Leiden. Dat komt de leesbaarheid niet altijd ten goede. De culturele verwerking van Waterloo, zoals die tot stand kwam in literatuur, schoolboeken en schilderijen, had bovendien meer aandacht verdiend. Desalniettemin is Sloos erin geslaagd een originele bijdrage aan de enorme hoeveelheid Waterloo-boeken te leveren door de materiële nalatenschap vanuit een nationaal perspectief te beschrijven.

Totaalvisie

De slag bij Waterloo vormt ook een belangrijk ijkpunt in De Fantoom-terreur van Adam Zamoyski. De Pools-Britse historicus schreef al eerder veelgeprezen boeken over de veldtocht van Napoleon naar Rusland in 1812 en het Congres van Wenen in 1814-1815. Dit keer komt hij met een totaalvisie op de periode 1789-1848, waarin de onderdrukking van revolutionaire bewegingen centraal staat. Zijn nieuwste boek dwingt opnieuw bewondering af door de grote hoeveelheid bronnen die hij heeft geraadpleegd en de meeslepende stijl.

Zijn boek opent met de verscheping van Napoleon naar het eiland Sint-Helena in de zuidelijke Atlantische Oceaan op 9 augustus 1815. Met het vertrek van het 'Corsicaanse monster' verdween de angst voor onderdrukking onder de bevolking echter niet, integendeel. Zamoyski laat zien hoe de nieuwe machthebbers in hoog tempo een fijnmazig netwerk van politieagenten, spionnen en informanten opbouwden om elke dreiging van opstand tijdig de kop in te kunnen drukken.

Censuur

De ultieme belichaming van deze controledrift was de Oostenrijkse staatskanselier Klemens von Metternich. De invloedrijke politicus wilde tegen elke prijs opruiing voorkomen en ging daarbij heel ver. Hij zorgde ervoor dat zo veel mogelijk Europese post door Oostenrijk ging, opdat hem niets ontging. Censuurambtenaren draaiden overuren om alle brieven te lezen en geheime codes te kraken. Tijdschriften, kranten, muziek, beeldmateriaal en zelfs grafschriften op zerken werden gecontroleerd. Legio boeken werden verboden, omdat ze het publiek op verkeerde gedachten zouden kunnen brengen. Op straat wemelde het van de informanten, die de opdracht hadden samenzweringen te ontmaskeren. Als ze niets konden vinden, verzonnen ze wel wat, met als gevolg dat vele onschuldigen in de val werden gelokt. Het leidde tot ridicule praktijken. Op zeker moment verklaarden de Beierse autoriteiten zelfs het dragen van een snor onwettig, omdat het een uiting van opstandigheid kon zijn.

De repressieve maatregelen hadden ook ernstige gevolgen. In 1836 kregen 36 studenten de doodstraf, omdat ze betrokken waren geweest bij een opstand in Frankfurt. Sluitend bewijsmateriaal was er nauwelijks. Dit soort praktijken kwam ook voor in Engeland, Frankrijk en Rusland. Zo liet tsaar Nicolaas in 1825 vijf rebellen ophangen, omdat hij de maatschappij wilde zuiveren van 'kwaadaardige invloeden'. Op basis van flinterdun bewijs werden nog eens vele anderen gevangen gezet of naar Siberië verbannen.

Retoriek

Fascinerend is de opgeblazen retoriek waarvan Metternich zich voortdurend bedient. Hij vergelijkt Europa met 'een door storm opgezweepte zee' en waarschuwt iedereen dat de revolutie er met 'zevenmijlslaarzen' aankomt. Hij gebruikt opvallend veel vulkanische en medische terminologie: 'revolutionaire lava' dreigt Zwitserland te bedelven, terwijl het 'morele koudvuur' zich in ijltempo uitbreidt. Europa lijdt aan 'hoge koorts'. Met dit soort hyperbolen creëerde de Oostenrijkse staatsman een spookbeeld van de werkelijkheid, waartegen hij vervolgens fel ten strijde trok.

De vergelijking met de eigen tijd dringt zich op: het is hetzelfde type retoriek dat hedendaagse politici hanteren, wanneer ze over grote dreigingen van buitenaf spreken. Met hun uitspraken zaaien ze angst, maar hoe reëel is die eigenlijk? Zamoyski trekt de lijn door naar het heden door George W. Bush met de Russische tsaren te vergelijken, en Tony Blair met Metternich. Vervolgens moedigt Zamoyski de lezer aan om zelf op zoek te gaan naar parallellen, wat niet heel moeilijk zal zijn (denk aan de angst voor de radicale islam of de 'tsunami' aan vluchtelingen). Precies daarin schuilt de kracht van zijn boek: deze geschiedenis is zo akelig actueel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.