Deugnieten met een olijke lach

Meisjesboeken van bijna honderd jaar oud spiegelen een wereld voor die overzichtelijk en duidelijk is. Verzamelaar en liefhebber Sylvia Witteman over de geur van het papier en heimwee naar een voorbije wereld.

Beeld Eva Roefs

Boeken zijn fijn, oude boeken zijn nóg fijner en oude meisjesboeken het allerfijnst. Die geur alleen al! Nieuwe boeken willen nog weleens verkeerd ruiken, schel en opdringerig, maar oude meisjesboeken hebben altijd een heerlijke, rijpe, geruststellend-stoffige vanillelucht die precies past bij de inhoud.

Toen ik een jaar of 10 was, kreeg ik een doos boeken van een oude mevrouw uit de straat. Ze wist dat ik veel van lezen hield en dit was misschien allemaal wel een beetje ouderwets, maar wie weet had ik er toch aardigheid in? Al gauw was ik verdiept in een werkje met de toch weinig tot de verbeelding sprekende titel De zusjes Breesma. Het boek was uit 1935, en indertijd dus pas veertig jaar oud, maar de beschreven gebeurtenissen leken zich voor mij, kind in de jaren zeventig, te voltrekken op een andere planeet.

Beeld Eva Roefs

Zo blij

Zo is de pa van die vrolijke deugnieten Liesje en Loesje 'zeeofficier' in 'de oost', en dus alleen per brief aanwezig bij zijn gezin, tot hij opeens (per telegram) doodgaat aan de cholera, 'heel alleen in dat verre Indië'. Ik vond dat moeilijk te verteren, maar die meisjes zijn twee bladzijden verderop alweer aan het ravotten terwijl ook hun moeder het grote verdriet geduldig draagt. Het gezin heeft een trouwe, dikke dienstmaagd die uiteraard Bet heet, plat praat en een gouden hart heeft, want dat hádden mensen uit de arbeidersklasse toen nog. De poes heet Mies, de hond heet Bello, alleen de dokter en de notaris hebben een auto, de groenteboer en de slager komen aan de deur, er zijn warme schoteltjes bij de koffietafel, je draagt geen spijkerbroek met franje, maar een 'fris, licht katoentje' en een hoedje met 'maartse viooltjes' opzij, en op vakantie ga je niet in een 2CV naar de Dordogne, maar met de trein naar een tobberige oom en tante in Gouda.

Toen ik het uit had, bleken er nog vier delen over die zusjes in die doos te zitten. Ik weet nóg hoe blij ik daarmee was. Zo langzaam mogelijk, om het plezier te rekken, las ik hoe ze opgroeien, een nieuwe vader krijgen, de hbs doorlopen en kennis krijgen aan leuke jongens met goede vooruitzichten. In het laatste deel bereiken ze het zenit van een jongemeisjesleven: 'Lies en Loek verloofd'. 'Kijk mij eens aan, Loek - mág ik het straks aan je ouders vragen... en wil je dan alvast zoo lang deze armband om je pols dragen?' Ze had haar oogen neergeslagen maar nu hief ze ze op, en terwijl een blos op haar wangen begon te branden, fluisterde ze: 'Ja... Jan!'

De vooroorloogse favorieten van Sylvia Witteman

1. Joop ter Heul-reeks: Cissy van Marxveldt (behalve het laatste deel Joop en haar jongen - 'Niet te harden')
2. Schoolidyllen: Top Naeff.
3. Een zomerzotheid: Cissy van Marxveldt
4. De Lies en Loek-reeks met de prequel De zusjes Breesma Tine Brinkgreve- Wicherink
5. Mies Demming: Emmy Belinfante.

Beeld Eva Roefs

Een levenslange liefde voor oude meisjesboeken

Mijn eigen ouders lagen inmiddels in scheiding en van de rust, reinheid, regelmaat en beschaving uit die boeken (laat staan van warme schoteltjes of maartse viooltjes) was in ons huishouden minder dan ooit sprake.

Een levenslange liefde voor oude meisjesboeken was begonnen. Inmiddels heb ik er dankzij boekwinkeltjes.nl minstens honderd, allemaal uit de vroege 20ste eeuw, de een nog mooier dan de ander. In die liefde sta ik allerminst alleen. Zowat alle vrouwen die ik ken, inclusief mijn 18-jarige dochter, hebben Joop ter Heul, School-idyllen en Een zomerzotheid verslonden, toch stuk voor stuk rond een eeuw oud, en deze week verscheen het boek Meisjesboeken van weleer - Wat Joop, Polly, Pitty, Pat en Ann zo leuk maakt van Kristine Groenhart.

Wat maakt die boeken zo meeslepend? Herkenbaarheid kan het niet zijn, want die meisjes hadden heel andere beslommeringen dan wij nu. Een jurkje dat de naaister niet op tijd afheeft, een moeder die (o, schande) kamers moet verhuren om met haar kinderen op stand te kunnen blijven wonen, een dienstbode die haar zieke zus moet verzorgen zodat de dochter des huizes zélf aan de ontbijttafel de thee moet inschenken want haar vader en broer 'vertikken' het.

De naoorlogse favorieten van schrijfster Kristine Groenhart

1. Pitty naar kostschool: Enid Blyton
2. De dolle tweeling naar kostschool: Enid Blyton
3. Marjoleintje van het pleintje: Freddy Hagers
4. Polly Parker-serie en Merel-serie: Anneke Bloemen
5. Alle Bouquetreeks-boekjes en alle boekjes van Leni Saris

Beeld Eva Roefs

Brave leventjes

Die meisjes leidden brave levens, zelfs hun alomtegenwoordige kattekwaad reikte meestal niet verder dan snoepen, kussengevechten, 'een gat in de dag slapen' (tot maar liefst half negen!) zodat ze beknord worden door Paps, Pa, of de Piepert, een nukkig gezichtje trekken aan de koffietafel, een onvoldoende voor Fransch, en later, als jong getrouwde vrouw, de stad in gaan zonder dat je echtgenoot het weet (als hij erachter komt zwaait er wat, en al gauw maakt de komst van 'een klein mensje' sowieso een eind aan alle losbandigheid).

Wie zich na voltooiing van de hbs erg verveelde, kon zich bezighouden met liefdadigheid of eventueel gaan studeren; dat laatste niet zozeer voor het diploma, maar om in de juiste kringen een geschikte huwelijkskandidaat te ontmoeten.

Beeld Eva Roefs

Alles komt altijd goed

Betaald werk verrichten was geen usance voor meisjes van de gegoede middenklasse, maar het kón zijn dat je door omstandigheden (ziekte of financiële tegenvallers in de familie) toch een nette betrekking moest zoeken, zoals Mies Demming bij de damespagina van een krant, (Emmy Belinfante, 1925) of 'Meester Jeanne Jacqueline' (Jet Luber, 1928) op een reisbureau. In dat geval kon je ervan op aan binnen een jaar alsnog te trouwen, zelf amper 20, met de hoofdredacteur van tegen de 40, terwijl je moeder pro forma iets sputtert dat je 'nog zo jong' bent, maar intussen natuurlijk de koning te rijk is dat alles op zijn pootjes terechtkomt.

Is het niet heerlijk? Oké, je kon nog zomaar doodgaan in die tijd, zoals die arme Jet van Marle, maar als je bleef leven kwam alles goed en trouwde je met een man die al je problemen oploste en altijd voor je zou zorgen. Kom daar nog maar eens om!

Nee, ook het huwelijk was niet altijd makkelijk, menig jong vrouwtje moest zich nog léren wegcijferen, eventueel met hulp van God, zoals in Gouden teugels (A. van Hoogstraten-Schoch) waar zelfs dreigend overspel op de loer ligt; maar diezelfde God laat uiteindelijk de akelige rivale van de heldin doodvriezen, voorwaar geen half werk, waarna de ontwrichte echtelieden elkaar terugvinden.

Beeld Eva Roefs

Heimwee naar iets dat ik niet eens heb gekend

Het lezen van die boeken wekt, kortom, heimwee op naar iets dat ik niet eens heb gekend: een overzichtelijk leven, met duidelijke rollen voor mannen en vrouwen, rangen en standen. Die tijden zijn onherroepelijk voorbij. Als meisje hóéf je niet meer de thee voor je broer in te schenken of met een vieze oude hoofdredacteur te trouwen. Je mag zelf de kost verdienen én je kinderen grootbrengen, zonder trouwe Bet om de babykleertjes te wassen en zo'n heerlijk warm schoteltje te maken bij de koffietafel. En zonder hoed met maartse viooltjes.

We hebben nu een beter, eerlijker bestaan, met gelijke rechten en plichten.

Maar een béétje jammer is het wel.

Bij uitgeverij Querido verscheen deze week van Kristine Groenhart: Meisjesboeken van weleer - Wat Joop, Polly, Pitty, Pat en Ann zo leuk maakt. euro 19,90

Beeld Eva Roefs
Beeld Eva Roefs
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden