Detroit begint sensationeel, maar eindigt bloedeloos

Het middendeel van Detroit is sensationeel, maar de drang om volledig te zijn, breekt de filmmakers op. Op sommige momenten is dit een onvoorstelbaar nare film, maar niet verzonnen.

Het waargebeurde drama Detroit, over bruut en racistisch politiegeweld tijdens de stadsrellen van 1967, heeft iets weg van een horrorfilm. Neem een motel, een aldaar gestrande en zich veilig wanende groep (zwarte) mensen en een maniak. Eentje in uniform, in dit geval. Bijgestaan door meerdere collega's. In kwaadaardigheid verschillen ze. Ze zijn geconditioneerd door een systeem waarin een zwart persoon geen gelijke rechten heeft.

'Ik ga ervanuit dat jullie allemaal criminelen zijn', zegt de agent (acteur Will Poulter) die diverse aangetroffen gasten mishandelt, omdat iemand vanuit het motel een pistoolschot zou hebben gelost. 'Want, laten we eerlijk zijn, waarschijnlijk zijn jullie dat ook.' Zijn interpretatie van de wet kennen we dan al: aan het begin van Detroit zien we hem een ongewapende vluchtende zwarte plunderaar in de rug schieten. Ook zien we hoe de moordende agent, in afwachting van het onderzoek, gewoon weer de straat op wordt gestuurd in een stad onder hoogspanning.

Ze vormen een van Amerika's interessantste filmduo's: regisseur Kathryn Bigelow en haar scenarist en echtgenoot Mark Boal. Na hun historische Oscarzege (onder meer voor beste film en beste regie) voor het in Amerika matig bezochte The Hurt Locker, over de verslaving aan oorlog, trakteerden ze het Amerikaanse publiek op Zero Dark Thirty (2012), een penetrante thriller over de rol van de CIA bij de jacht op Osama bin Laden.

Ook Detroit belicht de ontwrichtende werking van Amerikaanse overheidsdiensten.

Detroit (***)
Drama
Regie: Kathryn Bigelow.
Met: John Boyega, Anthony Mackie, Algee Smith, Will Poulter, Jason Mitchell
143 min., in 46 zalen.

'Het is mijn droom ervoor te zorgen dat iedereen erbij hoort'

Het verraste acteur John Boyega én regisseur Kathryn Bigelow zelf: dat juist zíj Detroit, over de rassenrellen in '67, zou regisseren. Maar ja: de discussie over racisme gaat iedereen aan. Lees hier het interview met Boyega en Bigelow (+).

De bijna tweeënhalf uur lange film begint met een politie-inval in een zwarte privébar: de benodigde vonk voor burgerrellen, waarna de camera verschillende personages volgt in de tot oorlogsgebied verworden stad. De zwarte zanger van een r&b-groep (Algee Smith), twee witte meisjes uit Ohio, een zwarte supermarktbeveiliger (John Boyega, uit Star Wars), de sadistische agent.

Vanaf het moment dat de groep bijeen is gebracht in het motel, rekt Bigelow de verteltijd op. Dan volgt een uur lang een pure nachtmerrie. Naar is dat, op momenten onvoorstelbaar naar, maar niet verzonnen. Zo intens als de aanloop en dat sensationele middendeel, zo bloedeloos is de afronding van Detroit als rechtbankdrama. De drang om volledig te zijn, breekt de filmmakers op.

In Amerika, waar Detroit deze zomer flopte, was er waardering voor de onderdompelende filmstijl, die de gejaagdheid van de personages op de kijker overbrengt. Ook klonk er kritiek: waarom kozen Bigelow en Boal nu juist voor het perspectief van passieve zwarte personages? Deed de film zo wel recht aan de zwarte burgerwoede en de betekenis van de opstanden?

Toch: wie Boyega ziet, in zijn solide rol als geïntimideerde zwarte supermarktbeveiliger, die als gebaar in een gespannen nacht de bewapende reserve-eenheden in z'n straat een kan koffie brengt, ontwaart niks passiefs, niks serviels. Wat we wel zien: de notie dat een zwarte man in dit Detroit áltijd op zijn hoede moet zijn voor het gezag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden