Detective in Shanghai

BIJ KAZUO Ishiguro weet je nooit wat je aan hem hebt. Zijn personages doen alsof ze niets te verbloemen hebben, maar als lezer doet je er goed aan ze niet op hun woord te geloven....

Of het nu de weduwe Etsuko is in A Pale View from Hills (1982), de kunstenaar Ono in An Artist of the Floating World (1986), de butler Stevens in The Remains of the Day (1989) of de pianist Ryder in The Unconsoled (1995), geen van allen zijn het vertellers waar je als lezer van op aan kunt. Het zijn, wat dat betreft, net echte mensen. Ze houden feiten achter die hun minder goed uitkomen, benadrukken dingen die in hun voordeel zijn, zien door heftige preoccupaties wezenlijke zaken over het hoofd en hechten groot gewicht aan andere, schijnbaar veel minder belangrijke aangelegenheden.

Het werk van Ishiguro wordt, met andere woorden, bevolkt door onbetrouwbare vertellers. We moeten wat ze zeggen, voortdurend toetsen aan wat anderen beweren, ook al bereikt ons dit door diezelfde ongeloofwaardige verteller, want zelfs de meest toegewijde manipulator van de lezer laat af en toe een steek vallen en vertrouwt ons dingen toe, die de waarheid aan het licht brengen.

Ishiguro's eerste drie romans hadden allemaal een tamelijk realistische opzet. In The Unconsoled verliet de schrijver dit pad en gaf hij bij vlagen ruimte aan een Kafka-achtige vorm van surrealisme, waardoor de hoofdpersoon zijn hotel kon verlaten, een uitgebreide taxirit kon maken en vervolgens op een diner in zijn eigen hotel kon verschijnen alsof hij de deur niet uit geweest was. Of kon hij een hem onbekende vrouw ontmoeten, die deed alsof ze al jaren een verhouding hadden. Om nog maar te zwijgen van de vele beloften waarop hij werd aangesproken, maar waarvan hij zich niets meer wist te herinneren. Of beweerde te herinneren, want zoals gezegd: met de personages van Ishiguro weet je het nooit.

In When We Were Orphans keert Ishiguro goeddeels - maar niet helemaal - terug naar de realistische verteltrant van zijn eerste boeken. Hoofdpersoon is Christopher Banks. De lezer ontmoet hem voor het eerst op het moment dat hij zich een gevierd detective in de Londense society mag noemen. Over zijn werk komen we niet veel te weten. Het wordt zelfs niet duidelijk of Banks politieman dan wel privé-detective is. Hier en daar stuiten we op zulke evidente clichés dat er wel sprake lijkt te zijn van een pastiche op Dorothy L. Sayers. Maar hoe het ook zij: op de feestjes van de bovenlaag is Banks een graag geziene gast. Er wordt zelfs gesuggereerd dat hij kan helpen naderend politiek onheil - dat velen zien opdoemen - te bezweren. Een ramp als de Great War moet de wereld immers bespaard blijven.

Op de derde bladzijde van het boek wordt al duidelijk dat Banks, evenmin als de andere vertellers in Ishiguro's boeken, ons de hele waarheid en niets dan de waarheid zal gaan vertellen. Wanneer een oud-studiegenoot zich laat ontvallen: 'Mijn hemel, je was zo'n vreemde vogel op school', en Banks zelf vervolgens constateert: 'In mijn herinnering paste ik juist perfect in het Engelse schoolleven', is de lezer gewaarschuwd. Er zullen nog diverse kleine incidenten volgen, waaruit 'verschillen van inzicht' naar voren komen, die van belang zullen blijken voor het verhaal. Voor een beroemd detective, gewapend met een fraaie loep uit 1887 (in Zürich geslepen), is Banks soms opmerkelijk kortzichtig.

Ook zijn ontmoetingen met het ambitieuze societymeisje Sarah Hemmings wijzen erop dat hij een soms moeizame betrekking met de realiteit onderhoudt. Zij ziet hem voor het eerst op een feestje. Voor haar is het zonneklaar dat hij diep onder de indruk van haar is, maar hij - net als zij een wees - laat daar niets van merken. Het duidt erop hoe emotioneel geremd hij is. In dat licht moet ook de verhouding tot zijn adoptiekind Jennifer - door hem niet materieel, maar des te meer emotioneel verwaarloosd - worden gezien.

Christopher Banks blijkt te zijn opgegroeid in Shanghai, waar zijn vader in dienst was van de handelsonderneming Butterfield & Swire. Hij had een Japans jongetje, Akira, als speelgenootje. Regelmatig deden ze wedstrijdjes wie dapperder was, de Brit of de Japanner, hoewel ze allebei zo hun bedenkingen tegen hun vaderland hadden, vooral Akira die als de dood was om door zijn ouders teruggestuurd te worden omdat hij 'niet Japans genoeg' zou zijn. Christopher vreesde op zijn beurt door zijn ouders 'niet Engels genoeg' te worden gevonden. Zouden ze daarom steeds ruziemaken?

De lezer krijgt de werkelijke reden te horen. Christophers moeder bestreed heftig de opiumhandel, waaraan Butterfield & Swire kapitalen verdiende. Het leidde tot grote spanningen tussen de echtelieden, die op een goed moment allebei spoorloos verdwenen. Waren ze gekidnapt door een Chinese warlord, die zijn opiumhandel met de Britten in gevaar zag komen? Waren ze vermoord? Werden ze ergens gevangen gehouden? Wat er ook was gebeurd, de pas achtjarige Christopher werd 'teruggestuurd' naar het hem onbekende Engeland, waar een tante zijn opvoeding ter hand nam.

Nu, anno 1937, acht Banks de tijd rijp voor het oplossen van zijn belangrijkste 'zaak': de verdwijning van zijn ouders. Hij vertrekt naar Shanghai, waar de Japanners inmiddels tot de buitenwijken zijn doorgedrongen, en komt aldaar twintig jaar na de verdwijning van zijn ouders tot de conclusie dat hij weet in welk huis ze zitten opgesloten. Hij spreekt met een inmiddels aan lager wal geraakte detective, manipuleert een Chinese politie-officier om hem te helpen, en belandt in de sloppenwijken van Shanghai, waar de Chinese en Japanse troepen in heftige straatgevechten gewikkeld zijn.

Er spelen zich groteske, bijna absurdistische taferelen af. Op een gegeven moment stuit Banks zelfs op een gewonde Japanse soldaat, van wie hij zeker denkt te weten dat het zijn oude makkertje Akira is.

Ishiguro's bladzijden over de geobsedeerde Banks die temidden van chaos, ellende en bloedvergieten blind zijn eigen doel blijft nastreven, behoren tot de indringendste die hij heeft geschreven. Het zijn beelden van een gruwelijke nachtmerrie, gespeend van alle logica, maar in wezen verschillen ze niet van zijn schijnbaar veel rustiger, maar vaak net zo broeierige schilderingen van het leven van de Britse middle-class en sluiten ze aan bij de vervreemdende ervaringen van Ryder in The Unconsoled.

Na de heftige scènes in Shanghai, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog - een thema dat telkens in Ishiguro's werk terugkeert -, krijgt de roman een tamelijk prozaïsche, maar daarom niet minder schrijnende apotheose.

When We Were Orphans is een boek dat een boel overhoop haalt, vooral als het gaat om kwesties als 'trouw' en wat je hebt met je land, je cultuur, je verwanten. Zoals al Ishiguro's personages is Banks er voortdurend op uit zijn betrokkenheid en verwantschappen te formaliseren. Zijn lang uitgestelde speurtocht naar zijn ouders is geen Vater- of Muttersuche, maar een 'zaak' die hij moet oplossen om zichzelf als detective geslaagd te kunnen noemen.

Het is verleidelijk te speculeren over de vraag in hoeverre de jonge Christopher en zijn vriendje Akito elementen uit de biografie van de schrijver vertegenwoordigen: opgegroeid in Nagasaki (terwijl zijn vader in Shanghai werkte) en op zesjarige leeftijd overgeplant naar Engeland.

When We Were Orphans is een schitterend boek, dat je ook lang nadat je het uit hebt, maar niet wil loslaten. Het vraagt erom zo spoedig mogelijk herlezen te worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden