Designmuseum Londen spectaculair in omvang en uiterlijk

Ook in Amsterdam zijn er plannen voor een designmuseum

Het nieuwe designmuseum in Londen is spectaculair in zijn omvang en in zijn uiterlijk. Naast kritische observaties biedt het ook een feest van herkenning.

Het nieuwe Design Museum in Londen. Beeld Gareth Gardner

'Die hadden wij vroeger ook thuis', zegt een oudere man tegen zijn buurman. Hij wijst naar een metalen koffiekan met ouderwets opschenkfilter. De drie jonge Scandinavische vrouwen geven eveneens blijk van herkenning bij het zien van de tientallen gebruiksvoorwerpen die staan uitgestald voor een metershoge muur in het nieuwe Design Museum in Londen. Zo staat er een Fender Stratocaster-gitaar, een Londense metrokaart, een typemachine van Olivetti, een Sony Walkman en nog veel meer iconische designs, die uit een online-enquête kwamen rollen. Het is veruit de populairste plek in het museum, dat een breed publiek wil bedienen - jaarlijks worden 600 duizend bezoekers verwacht.

Met het nieuwe museumgebouw heeft Londen er een topattractie bij. Neem alleen al de ligging, op loopafstand van Exhibition Road, met het Victoria & Albert Museum en het Science Museum. Ook de huisvesting in het Commonwealth Building uit 1962 is ronduit spectaculair. Deze modernistische betonkolos, ooit gebouwd als presentatieplatform voor de Gemenebestlanden, is door de minimalistische architect John Pawson getransformeerd tot een stijlvol kabinet voor hedendaags design, met een oppervlakte van ruim 10 duizend vierkante meter.

Nederlands tintje

Vanuit de entree, die reikt tot het welvende en wervelende plafond, is in een oogopslag het hele gebouw te overzien. De indeling is helder, het materiaalgebruik spaarzaam. Witte muren met houten panelen verdelen de grote open ruimte in vier expositieruimten, kantoren, een bibliotheek, panoramarestaurant, koffiebar, twee winkels en studio's voor 'inwonende ontwerpers'. Drie strakke trappen, elk aan een andere zijde van het gebouw, voeren naar de drie verdiepingen. Verdwalen is onmogelijk.

Het particuliere museum - gefinancierd door investeerders en crowdfunding - heeft een Nederlands tintje. Het renovatieplan van het Commonwealth Building, een Brits Rijksmonument, is van Rem Koolhaas' architectenbureau OMA, dat ook de strakke witte nieuwbouw naast het museum tekende. De museumtuin en de verbinding met het achterliggende park zijn ontworpen door landschapsarchitect Adriaan Geuze van het Rotterdamse kantoor West 8. De website, ten slotte, is ontwikkeld door Fabrique, het digitale ontwerpbureau dat ook de online communicatie van het Rijksmuseum en het Van Gogh Museum verzorgde.

Binnen in het nieuwe Design Museum in Londen. Beeld Gareth Gardner

Realistisch en kritisch

Ook op de openingsexpositie Fear & Love is het Dutch design met drie van de elf installaties rijkelijk vertegenwoordigd. Productontwerper Christien Meindertsma maakte uit honderden weggegooide truien nieuwe balen wol, katoen en acryl, als aanklacht tegen de verspillende mode-industrie. Al even activistisch is de film van grafisch ontwerpbureau Metahaven voor milieuorganisatie Sea Sheperd. OMA heeft een stijlkamer ingericht, waarbij elk van de 27 meubels afkomstig is uit een ander EU-land. In Brussel mag dan gesteggeld worden, in de Europese woonhuizen is de eenwording al lang een feit, is de boodschap. De installatie reageert op de Brexit: 27 lamellen in de kamer vertegenwoordigen de vlaggen van de lidstaten; alleen de Britse 'vlag' ligt verkreukeld op de grond.

Met Fear & Love wil het Design Museum inventariseren welke rol design kan spelen in een steeds sneller veranderende wereld. Bezoekers moeten er niet op rekenen hier de allerlaatste consumentensnufjes of kunstzinnige pronkstukken te zien. Design is bovenal een manier om de samenleving te begrijpen en te veranderen, aldus Britse directeur Deyan Sudjic.

Design Museum in Londen. Beeld Gareth Gardner

Al moeten hierover de verwachtingen ook weer niet te hoog worden opgeschroefd, blijkt op de permanente opstelling Designer User Maker. Naast onvermijdelijke designklassiekers als de buismeubels van Bauhaus, het New Alphabet van Wim Crouwel en een punkoutfit van Vivienne Westwood (de bezoeker wordt voortdurend fijntjes ingepeperd waar het museum is gevestigd) zijn op de gratis toegankelijke tentoonstelling ook het kalasjnikov-machinegeweer en plastic wegwerpbestek te zien.

Het Design Museum biedt een realistische en kritische kijk op design. In een overweldigend gebouw, dat wel.

Fear & Love, Design Museum, Londen, (Kensington High St.), t/m 23/4.

Meer ontwerpmusea

In 1989 opende in een oud bananenpakhuis aan de Thames het Design Museum, toen nog een unicum. De verhuizing naar een drie keer zo groot gebouw illustreert de groeiende museale aandacht voor design. In Lissabon opende dit najaar MATA en Nederland heeft met Cube in Kerkrade sinds 2015 een eigen plek. Het Stedelijk Museum in Den Bosch verlegt de focus naar vormgeving. Maar het onbetwist grootste designmuseum staat aan de chique Kensington High Street in Londen.


Plannen voor designmuseum in Amsterdam

Het Nieuwe Instituut (HNI) wil een designmuseum openen in Amsterdam. Het museum zal geen eigen collectie aanleggen maar werken tonen uit de collectie van diverse Nederlandse musea.

De reden voor dit op te richten museum zijn 'de bezuinigingen op en versnippering van de Nederlandse vormgevingsarchieven', zegt Floor van Spaendonck van HNI, het sectorinstituut voor design, architectuur, mode en digitale cultuur. 'Er is behoefte aan een plek waar de volle breedte van het ontwerpveld samenkomt.' Ook zullen actuele tentoonstellingen met niet-aangekochte werken te zien zijn. 'Om het rijke verleden van de Nederlandse vormgeving recht te doen, moet het ook in een hedendaagse context worden geplaatst.'

Het nieuwe designmuseum krijgt in eerste instantie een tijdelijke opzet. HNI heeft positieve eerste gesprekken gevoerd met onder meer het Textielmuseum in Tilburg, het Stedelijk Museum Den Bosch, het Amsterdam Museum en het Wim Crouwel Instituut in Amsterdam. 'In een later stadium hopen we ook grote instellingen als Museum Boijmans van Beuningen, het Groninger Museum en natuurlijk het Stedelijk Museum Amsterdam aan ons te binden.' Door depotstukken in bruikleen te geven kan het designmuseum volgens Van Spaendonck de vitrine zijn voor de deelnemende musea.

HNI heeft in zijn gebouw in Rotterdam - het voormalige Nederlands Architectuur Instituut - drie tentoonstellingszalen tot zijn beschikking. Toch is gekozen voor een nieuw museum in Amsterdam als uitvalsbasis. 'Het aanleggen en beheren van een vormgevingsarchief behoort niet tot de opdracht van HNI. Bovendien is er behoefte aan één plek, die geheel in het teken staat van design. Dat moet tevens een toegankelijke locatie zijn. Amsterdam biedt daartoe de beste mogelijkheden.' Met de gemeente Amsterdam wordt gezocht naar geschikte locaties; er zijn ook zijn al verkennende gesprekken gevoerd met een projectontwikkelaar.

Het nieuwe designmuseum zal deels 'uit de markt' worden gefinancierd met sponsor- en entreegelden, zegt Van Spaendonck. Daarnaast wordt een beroep gedaan op de overheid en fondsen. 'Bij het Mondriaanfonds ligt nu de eerste aanvraag voor een haalbaarheidsonderzoek.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.