Der Nederlanden; Poldermodel; Pontje, het; Zaagmans

lenstra, abe Legendarische Nederlandse voetballer (1920-1985). Ús Abe kon trouwens ook erg goed schaatsen, biljarten, dammen en schaken. Hij speelde van zijn 15de tot zijn 34ste voor SC Heerenveen (‘Abeveen’) en daarna nog zes seizoenen als prof voor Sportclub Enschede en Enschedese Boys....

Lenstra was een genie met een fraaie kuif, dat onnavolgbare dribbels, passeerbewegingen en passes afwisselde met perioden van grote passiviteit. Met Faas Wilkes en Kick Smit stond hij model voor de stripheld Kick Wilstra. Hoewel hij lucratieve aanbiedingen kreeg van onder meer Inter Milaan zag hij af van een buitenlands avontuur vanwege zijn ambtenarenpensioen. Hij speelde 47 keer voor Oranje, maar zegde ook wel eens af om lekker te gaan vissen.

In 1949 wijdde de Volkskrant een 13-delige serie aan hem, onder de titel Abe Lenstra, de mens, de Fries en de voetballer. De serie werd briljant geparodieerd door Godfried Bomans, in Arie Rekelbast, de mens, de Haarlemmer, de voetballer. Abe was ook de hoofdpersoon in het instructieboekje Voetballen doe je zo.

Volgens veel Friezen was hij beter dan Johan Cruijff, maar dat is nooit bewezen. Cruijff was wel een groot bewonderaar van Lenstra.

poldermodel, het ‘Tuig van de richel’: dat zijn niet de eerste woorden die je te binnen schieten als je over polderen praat. Polderen is juist niet elkaar meedogenloos stijf schelden. Polderen is de boel bij elkaar houden. Samen zoeken naar de grote gemene deler. Eindeloos overleggen tot iedereen lamgeslagen in de touwen hangt en het zoveelste zaaddodende compromis een feit is. Pappen en nathouden, dat is polderen.

Dus was de schok groot toen FNV-voorzitter Agnes Jongerius in september vorig jaar hard uithaalde naar de werkgevers en ze ‘tuig van de richel’ noemde. Jongerius was kwaad omdat de werkgevers niet waren komen opdagen in het gebouw van de Sociaal Economische Raad, terwijl het de bedoeling was dat de FNV en de werkgevers daar saampjes een akkoord zouden sluiten over de verhoging van de AOW- en pensioenleeftijd. Even werd gevreesd dat het poldermodel na Jongerius’ scheldkanonnade definitief passé was; maar sinds een week ligt er gelukkig gewoon weer een mooi nieuw akkoord dat aan alle kanten is af- en doorgepolderd.

Het is niet bekend wie het woord ‘poldermodel’ voor het eerst heeft gebruikt. De term is tamelijk jong, en nauw verbonden met de naam van Wim Kok, die namens de FNV in 1982 het Akkoord van Wassenaar ondertekende, samen met de werkgevers. De vakbeweging stemde in met loonmatiging, de werkgevers beloofden zich in te spannen voor behoud en herstel van de werkgelegenheid, en het Akkoord leidde tot een belangrijke vermindering van de werkloosheid.

Sindsdien wordt de naam poldermodel (ook wel: consensusmodel of overlegmodel) gebruikt om een cultuur te schetsen waarbij belangrijke politieke beslissingen worden genomen na overleg met werknemers en werkgevers.

Onder Wim Kok, die eerst als vakbondsvoorzitter en later als premier vorm gaf aan de Nederlandse overlegcultuur, werd het poldermodel in het buitenland vermaard. Halverwege de jaren negentig wekte de bloeiende Nederlandse economie de interesse van leiders als Tony Blair in Groot-Brittannië en Bill Clinton in de Verenigde Staten, die in het Nederlandse poldermodel inspiratie vonden voor hun eigen ‘derde weg’, de zoektocht naar een ander, menselijker soort kapitalisme.

Het woord ‘polder’ wordt nogal eens gebruikt als pars pro toto om heel Nederland mee aan te duiden - het platte, natte Nederland met zijn grijze luchten, verre horizonten en altijd tegenwind. Moslim in de polder, noemde Frits Bolkestein het boek over integratie dat hij in 1997 schreef. Diversiteit in de polder heette het antwoord van GroenLinks dat vier jaar later verscheen.

Maar in het echt zijn polders door dijken omringde gebieden waarbinnen de waterstand wordt beheerst. Waarmee we terug zijn bij het poldermodel, want als verklaring voor het feit dat Nederlanders zo overleggerig zijn, wordt vaak onze omgang met het overvloedig aanwezige water genoemd.

Nederland ligt voor een groot deel beneden de zeespiegel. Ruim 17 procent van de oppervlakte van Nederland bestaat uit water, en alles wat geen water is wordt al eeuwen bedreigd door water, vanuit de zee en vanuit de rivieren. Grote overstromingen leidden in 1916 en 1953 tot de aanleg van de Afsluitdijk en de Deltawerken, maar al veel eerder – vanaf de 12de eeuw – werden de eerste dijken gebouwd (zie ook: Dijken), en in de 16de eeuw werd de windwatermolen uitgevonden waarmee diepe watervlakten konden worden drooggemalen. Dat dijken aanleggen en watervlakten droogmalen waren geen simpele klusjes die je op zondagmiddag even samen met de buurman deed, maar ingrijpende en langlopende projecten die veel overleg vereisten; en daarom zit het overleg in onze genen.

Maar dat zijn vooral mooie theorieën. Het is niet erg waarschijnlijk dat het droogleggen van land en het tegenhouden van water een heel land aan een op consensus en overleg gericht karakter heeft geholpen.

Met evenveel gemak kun je de verzuiling als diepere oorzaak aanvoeren; tot ver in de jaren zestig zaten Nederlanders immers allemaal opgesloten in hun eigen zuil (politieke partij, vakbeweging, school, sportvereniging, omroep), maar om het land te kunnen besturen was tussen die zuilen intensief overleg nodig; en daarom etc.

In 2009 constateerde de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) dat het beeld van Nederland als een ‘rustige poldersamenleving waar naar compromissen wordt gezocht, desnoods in achterkamertjes’, niet meer met de werkelijkheid overeenkomt. Volgens de RMO gaan we van ‘polderen naar polariseren’, en of die polarisatie fijn is, valt nog maar te bezien.

pontje, het De frase komt 131 keer voor in het lied, dat trouwens ook zo heet: Heen en weer. De grote tekstdichter Drs. P. beschreef het wezen van overzetveren en pontjes met de volgende geniale zinnen: We zijn hier aan de oever van één machtige river/ De andere oever is daarginds, en deze hier is hier.

In maart van dit jaar telde Nederland 243 ‘zoete’ veerdiensten, de boten naar de Waddeneilanden dus niet meegerekend. De veerponten, veerboten, kabelveerponten, gierponten en andere varende overzetvarianten zetten in 2009 32 miljoen passagiers over.

De oever waar we niet zijn noemen wij de overkant/ Die wordt dan deze kant zodra we daar zijn aangeland.

De veerpont is vanzelfsprekend geen exclusief Nederlands verschijnsel, maar het Nederlandse landschap met zijn langzaam stromende rivieren is ondenkbaar zónder pontjes. Het oudst bekende veerrecht werd in 1329 verleend in Gorinchem, maar veren voeren er toen al vele eeuwen. De Romeinen staken de brede rivieren over op plaatsen waarvan de naam nu nog verwijst naar traiectum - oversteken: Utrecht, Dordrecht, Maastricht. Op veel plaatsen in Nederland varen al eeuwenlang pontjes eindeloos heen en weer.

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw legden veel pontjes het loodje. Voor auto’s waren bruggen handiger en omrijden ging meestal sneller dan wachten op de veerman. Maar in 1982 wordt de Vereniging Vrienden van de Voetveren opgericht, die zich sterk maakt voor het behoud van bedreigde pontjes. Dat, en de toenemende populariteit van de veren onder fietsers en wandelaars, zorgde voor een kentering.

Tussen 2004 en 2009 nam het aantal pontjes in Nederland met 24 procent toe. Daar waren kabelveerponten met zelfbediening bij en zelfs veerpontjes op zonne-energie, maar een overzetveer is een overzetveer.

En dit heet dan de overkant, onthoud u dat dus goed/ Want dat is van belang voor als u oversteken moet.

In het recent verschenen onderzoek De verdiensten van veerdiensten wordt berekend dat de 243 veren jaarlijks 333 miljoen omrijkilometers besparen, zodat het aloude pontje nog goed is voor het milieu ook. In 2006 zorgde een initiatiefwet van de SGP ervoor dat er een pondjesfonds van tien miljoen in het leven werd geroepen, zodat veel onrendabele pontjes in de vaart konden blijven. De veerman die van zijn pontje kon leven bestaat niet meer, rendabele veren bestaan niet. Het totale exploitatietekort bedraagt jaarlijks zes miljoen euro.

Heen en weer, heen en weer.

zaagmans Hogere Hollandse kantoorhumor op de woensdag, iets voor twaalven: ‘Zo, daar heb je Zaagmans.’ ‘Huh? Zaagmans?’ ‘Jaaa, dat is die vent die altijd op woensdag de week doormidden zaagt!’ Variant: Zaagmans die het jaar doormidden zaagt. Komende week is het weer zover.

tekstwilma de rek & bert wagendorp illustratiesien van laanenMMVNED. centrum voor volkscultuur

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden