Der Nederlanden Nederland Gidsland; Verkade

De Nederlander bestaat niet, zei prinses Máxima. Daar werden veel Nederlanders kwaad om. Er is echt wel een Nederlandse identiteit, zeiden ze....

gidsland, nederland ‘Het gidsland ontmaskerd’, schreef Hugo Camps afgelopen zaterdag op de voorpagina van de Vlaamse krant De Morgen: ‘De crisis kwam van rechts, de winnaar van de Nederlandse stembusgang ook. Er dreigt nu een coalitie van de liberale VVD, het weggeveegde CDA en extreem rechts.’

Is Nederland inderdaad gidsland af? En zo ja, wanneer kwam de klad erin?

In 1990 in elk geval nog niet. In NRC Handelsblad roemde de schrijfster Ethel Portnoy, dochter van Russisch-Poolse immigranten, het land waar ze in 1970 was komen wonen als een ‘toevluchtsoord’ waar ze ongestoord haar werk kon doen. ‘Ik vind ook dat Nederland een gidsland is waaraan de rest van de wereld zich zou moeten spiegelen. Nederland neemt zijn zwakkeren en buitenlanders veel beter op dan een land als Amerika.’

Dat vond Nederland zelf ook wel. Volgens de sociologen Herman Vuijsje en Jos van der Lans stond Nederland ‘net als Dik Trom altijd klaar om blinden en oudjes naar de overkant te helpen’. Die behulpzaamheid manifesteerde zich al in 1913, toen koningin Wilhelmina het Vredespaleis in Den Haag opende als zetel van een internationaal Hof van Arbitrage – inmiddels uitgegroeid tot het Internationaal Gerechtshof.

Nederland liep decennialang voorop in morele kwesties als abortus, euthanasie en softdrugsbeleid, was lief voor homo’s, droeg de Derde Wereld, het milieu en de mensenrechten een warm hart toe en was nooit te beroerd om andere landen te wijzen op hun kleine gebreken. Toen in het Duitse Solingen een asielzoekerscentrum in brand werd gestoken, kreeg bondskanselier Helmut Kohl tachtig postzakken met 1.117.043 kaarten uit Nederland erin, waarop ‘Ik ben woedend’ stond. En toen de extreemrechtse Jörg Haider in 2000 in Oostenrijk ging regeren, nam eenderde van de Nederlandse bevolking het koningin Beatrix bijzonder kwalijk dat ze haar skireis naar Lech niet annuleerde.

Historicus James Kennedy wijst er in Nederland als voorbeeldige natie op dat Nederland in de 20ste eeuw niet alleen stond in zijn gidsambities. ‘Er lijkt een patroon te bestaan waarbij (post-)protestantse, zelfbewuste, verlichte en egalitaire democratieën in hun jonge jaren een ‘passie voor het publieke welzijn’ ontketenen, met alle goede (actieve betrokkenheid) en slechte (morele arrogantie) aspecten die daarbij horen. Dat idee een gidsland te zijn komt vooral naar voren als sociale en politieke veranderingen niet alleen mogelijk, maar ook waarschijnlijk lijken te zijn.’

In de naoorlogse periode, schrijft Kennedy, had niet alleen Nederland maar ook Zweden het idee een gidsland te zijn. Zweden liep voorop; in Nederland begon het gidslandgevoel zich pas echt te nestelen in de tomeloze jaren zestig. ‘Maak je nuttig, Nederland’, dichtte Simon Vinkenoog, ‘de wereld wacht op bevrijding. Nederland, ga vóór.’ Het kabinet-Den Uyl (1973-1977) leek Nederland Gidsland tot motto te hebben verheven voor zijn buitenlandpolitiek. Het waren de hoogtijdagen van het linkse gelijk, die uitmondden in grote vredesdemonstraties met slogans als ‘Help kernwapens de wereld uit, te beginnen in Nederland’.

Ergernis was er uiteraard ook. De Amerikaanse historicus Walter Laqueur vond dat Nederland doorsloeg in zijn pacifistische neigingen (en eigenlijk in alles) en introduceerde begin jaren tachtig de term ‘Hollanditis’.

Volgens Kennedy is de scepsis over Nederland als gidsland begonnen in 1995, met het falen van de vredesmissie in Srebrenica (zie ook: nationale trauma’s) toen onder het wakend oog van Nederlandse VN-soldaten duizenden Bosnische moslims werden vermoord. Nederland Gidsland stortte definitief in elkaar in 2002, met de opkomst en ondergang van Pim Fortuyn.

verkade Toen in 1947 de Amerikaanse diplomaten Averell Harriman en Paul Hoffman op bezoek waren bij de Nederlandse premier Willem Drees, in diens bescheiden woning aan de Haagse Beeklaan, serveerde mevrouw Drees – zo wil het verhaal – de gasten een kopje thee met één Mariakaakje. Harriman en Hoffman waren gekomen om te praten over de Marshallhulp, de Amerikaanse financiële bijdrage aan het herstel van Nederland na de Tweede Wereldoorlog.

Het droge koekje overtuigde de twee. ‘In een land waar de premier zo leeft, is ons geld goed besteed’, zou Harriman hebben gezegd. Nederland kreeg ruim 1 miljard dollar, relatief het meest van alle Europese landen, waarmee onder meer de Velsertunnel werd betaald.

Wat er zou zijn gebeurd wanneer mevrouw Drees had uitgepakt met een pak frivole Frou Frou’s of wanneer ze een grote schaal San Francisco’s op tafel had gezet – twee van de andere populaire koekjes uit het assortiment van de Zaanse fabrikant van koekjes en chocolade Verkade – laat zich raden.

Mariakaakje en vermoedelijk ook het sobere Verkade-waxinelichtje onder de theepot van de Dreesjes waren doorslaggevend voor de Wederopbouw.

De 51-jarige Vlaardingse notariszoon Ericus Verkade opende op 2 mei 1886 in Zaandam zijn stoombakkerij ‘De Ruyter’ – vernoemd naar de eerste meelmolen van Zaandam. Hij ging er brood, beschuit, honing ontbijtkoek en lange beschuitjes met suiker en kaneel fabriceren – de laatste zijn als ‘Langetjes’ nog altijd te koop.

Onder zijn zonen Arnold, Anton en Ericus jr. – de vierde, Eduard, gaf de voorkeur aan een carrière aan het toneel – werd het bedrijf uitgebouwd. In 1911 ging Verkade ook Engelse biscuits – biskwie – produceren en toen in de Eerste Wereldoorlog de import uit Engeland kwam stil te liggen vertienvoudigde de omzet. In 1918 begon het bedrijf met chocolade.

In 1898 was Verkade ook kleine kaarsjes voor onder de theepot gaan maken, door Anton Verkade ‘waxinelichtjes’ gedoopt. De waxinelichtjes vormden Verkades eerste succesvolle exportproduct. Behalve onder Nederlandse theepotten deden de kaarsjes het ook goed als sfeerverlichting in moskeeën en harems in het Midden-Oosten.

Kees van Kooten en Wim de Bie schreven er een ode aan in ‘1948’: ‘En Nederland was groot en niemand ging nog dood/ En gezelligheid kende nauw’lijks tijd/ Bij waxinelichtjes van Verkade.

Het grote succesverhaal van het bedrijf begon in de jaren dertig met de derde generatie Verkades, de broers Frans, Co en Arnold jr. en hun neven Jan en Tom, die vele jaren de vijfkoppige directie vormden. Aan de basis stond Co, in 2008 op 102-jarige leeftijd overleden. Verkade was van meet af aan goed in marketing en reclame, maar Co zorgde ervoor dat de fabrieksnaam een ijzersterke merknaam werd, aanwezig in elk Nederlands huishouden.

Co’s oom Ericus had in 1900 al het concept van plaatjesalbums bedacht en in 1904 de vermaarde bioloog Jac. P. Thijsse ingehuurd voor het schrijven van teksten voor de legendarische Verkade-albums, à 750 gulden per album. De albumplaatjes werden bij Verkade-producten gevoegd. Ze werden, voor 10 gulden per stuk, onder meer getekend door J. Voerman jr., kleinzoon van oprichter Ericus.

Het idee was bijna onmiddellijk een doorslaand commercieel succes. Dat werd door Co, die in de VS de finesses van moderne marketingtechnieken had geleerd, verder uitgebouwd. De Verkade-albums die door hem werden uitgebracht bereikten oplagen van ver boven de honderdduizend exemplaren. In Zaandam werd zelfs een ‘ruilkantoor’ ingericht, waar op het hoogtepunt van de rage, in het midden van de jaren dertig, dertig mensen werkten. Tot 1940 gingen meer dan drie miljoen albums over de toonbank.

Om de binding tussen product en klant te bevorderen bedacht Co ook de beschuitbussen, waarvan er honderdduizenden hun weg naar de voorraadkasten vonden. De gele met de oost-indische kers, of de bij koninklijke hoogtijdagen uitgebrachte speciale versies.

Verkade was een van de eerste vrouwenwerkgevers. Vanaf 1891 maakten de vermaarde ‘meisjes van Verkade’ hun opwachting. Later vulden de fabriekshallen zich met honderden vrouwen, die koekjes inpakten of Café Noirs glazuurden – dat gebeurde decennialang met de hand. Voor het grootste deel waren ze afkomstig uit de Amsterdamse Jordaan. De meisjes van Verkade hadden het imago er een losse moraal op na te houden, wat in 2001 werd gecorrigeerd in het boek Ruytermeisjes en Verkadevrouwen: keurige types.

Verkade – sinds 1950 ‘Koninklijke Verkade’ – leek niet kapot te kunnen. Maar globalisering en concentratie eisten in de jaren tachtig hun tol. Verkade balanceerde even op de rand van de afgrond en verloor in 1990 zijn zelfstandigheid. Het bedrijf werd overgenomen door het Engelse United Biscuits, nog altijd eigenaar. In 1992 verlieten de laatste Verkades, Ericus’ achterkleinzonen Erik en Arnold, het bedrijf. In een fabriek in Zaandam worden nog altijd koekjes gebakken. Volgend jaar viert het Mariakaakje haar honderdste verjaardag.

De Verkade-chocolade komt tegenwoordig uit Halfweg. In de historische bedrijfspanden langs de Zaan huist nu onder meer restaurant De Koekfabriek. Wie wil weten hoe het er rond 1930 aan toe ging, in de Verkadefabriek, kan terecht in het Verkade Paviljoen van het Zaans Museum, bij de de Zaanse Schans.

illustraties Ien van Laanen mmv NED. centrum voor volkscultuur

uw reacties en tips
Wat een leuke serie. Proficiat! Als DNB-er (36 jaar) zag ik heel wat keren het poldermodel de revue passeren. Degene die het woord ‘poldermodel’ ooit claimde is Evert Rongen, toen directeur bij DSM. Hij zei letterlijk: ‘Ik kwam (in 1995) op de term poldermodel via een boek van de Engelse historicus Simon Schama.’

(Prof. dr. Marius van Nieuwkerk)

Naar aanleiding van het berichtje over Zaagmans die op woensdag de werkweek doormidden komt zagen wil het volgende opmerken. Voor mijn moeder, die in de jaren twintig van de vorige eeuw op kantoor werkte, lag de helft van de werkweek op donderdagochtend. Ze reciteerde altijd het volgende rijmpje: Donderdag, o donderdag/de schoonste dag der dagen/’s morgens nog een halve week/en ’s middags nog twee dagen.

(C. Kool, Almere)

Veerponten zijn inderdaad eeuwen oud, nog ouder zelfs dan uw melding van het Gorinchemse-veerrecht uit 1329. Het veer in Wijk bij Duurstede over de Lek wordt al in een rekening uit 1295 genoemd. Waarschijnlijk is het Wijkse veer het oudste nog in bedrijf zijnde veer in ons land.

(Ad van Bemmel, Wijk bij Duurstede)

Volgende week: weer, het mail: dernederlanden@volkskrant.nl of kijk op vk.nl/dernederlanden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden