Der Nederlanden; gulden; Jordaan, bij ons in de;kroket, de

De Nederlander bestaat niet, zei prinses Máxima. Daar werden veel Nederlanders kwaad om. Er is echt wel een Nederlandse identiteit, zeiden ze....

GULDEN, de We waren hem bijna vergeten, maar nu na de banken ook alle warme landen van Europa dreigen om te vallen, duikt hij ineens weer op in het debat: de gulden. Op 21 juni 2001 werd het laatste exemplaar bij de Koninklijke Nederlandse Munt geslagen door minister van Financiën Zalm. In 2002 werd de gulden vervangen door de euro.

De gulden is vermoedelijk een nazaat van de ‘fiorino’, een munt die in 1252 werd geboren in de Italiaanse stad Florence. Het was een klein gouden muntje met een doorsnee van 21 mm en een gewicht van 3,5 gram. Op de achterkant stond een lelie afgebeeld; aan deze bloem (florenus in het Latijn, fiorino in het Italiaans) dankt de fiorino zijn naam. In de jaren erna werd de fiorino de internationale handelseenheid. In Nederland dook het muntje ergens vóór 1300 op en werd hij gulden genoemd, wat gouden munt betekent; de aanduiding f of fl verwijst nog naar de oorspronkelijke naam.

Volgens het Nederlands Centrum voor Volkscultuur werd de eerste gulden/florijn in deze streken geslagen in 1355, in Valkenburg. De ‘Hollandse gulden’, dat wil zeggen de gulden van het Graafschap Holland, dateert uit 1378, ten tijde van Graaf Willem V.

De gulden heeft zich eeuwenlang braaf gedragen; hij was een van de meest stabiele munten van Europa. Oorlogen en depressies kregen er nauwelijks vat op, gierende inflatie en andere rampspoed bleven uit. Na de oorlog zat hij vast aan de Amerikaanse dollar, en in de laatste twintig jaar van zijn bestaan aan de degelijke Duitse mark.

Toen koningin Wilhelmina erop stond, keek ze naar links. Juliana keek naar rechts. Beatrix naar links. Willem-Alexander zal naar rechts kijken, dat staat vast; of het nou op de euro is of op de goeie ouwe gulden.

JORDAAN, BIJ ONS IN DE Beroemdste volksbuurt van Nederland, westelijk van de Amsterdamse grachtengordel, tussen Prinsengracht en Lijnbaansgracht en Brouwersgracht en Leidsegracht. Bekend vanwege Palingoproer (1886, 25 doden), Jordaanoproer (1934, 6 doden) en het Jordanese levenslied.

Rond 1955 brak er een ware Jordaanrage uit, toen lokale artiesten als Johnny Jordaan, Willie Alberti, Tante Leen en Zwarte Riek landelijke bekendheid verwierven. Zij bezongen in hun belcantoliedjes met veel vibrato en liefst met nasale stem een mythische goeie ouwe tijd in een mythische buurt waar ‘ome’ Jan nipte van zijn pikketanissie. Het was altijd gesellig, ‘bij ons, in de Jordaan’.

Zo lang de lepel in de brijpot staat!

Mede dankzij de opkomst van de tv werd de Jordaan zodoende een soort nationale volksbuurt vol toffe types.

Hatsjee!

De Jordaan werd in het begin van de 17de eeuw gebouwd, en heette aanvankelijk ‘Het Nieuwe Werck’. Later werd het ‘Jordaan’, naar de bijnaam van de Prinsengracht. Door de eeuwen heen woonden er immigranten uit landen als Italië, Polen, Duitsland, Engeland en Frankrijk. Uit die mengelmoes ontstond de ‘rasechte’ Jordanees, met zijn eigen taal en folklore en Mokumse humor.

O, saberiosia, saberi-jeejeejee, holadio!

In de 19de eeuw verpauperde de wijk sterk en stond de Jordaan voor diepe armoe, ziekte en sociale ellende. Dat duurde tot ver in de 20ste eeuw. Vanaf de jaren zestig verhuisden veel Jordanezen, eerst naar de nieuwbouwwijken in Amsterdam-West, later naar groeikernen elders, zoals Almere en Purmerend.

De Jordaan zelf werd opgeknapt en veranderde langzaam maar zeker in een hippe en dure buurt voor yuppen, met bijbehorende trendy restaurants en exclusieve winkeltjes.

Het Jordaanse lied klinkt er nog, de mythe van de knusse Jordaan wordt nog in ere gehouden, maar geraniums bloeien er weinig meer, en al helemaal niet meer ‘in de garnalengeur’. Maar de Westertoren staat fier overeind, in die mooie, die fijne Jordaan.

KROKET, DE De kroket is niet, zoals veel mensen schijnen te denken, typisch Nederlands. De croquet (van het Franse croquer, ‘een knappend geluid maken’) is een internationale lekkernij, met als kenmerk een zachte binnenkant van ragout – officieel salpicon geheten – en een krokante buitenkant van broodkruim of paneermeel, het geheel gebakken of gefrituurd.

Zo eten ze in Bangladesh hun ‘alu chop’, in Brazilië een ‘croquette’, op Cuba ‘croquetas’, in Tsjechië ‘krokety’, in Hongarije de ‘krokett’ en in India de ‘alu-tikki’. In Japan is de ‘korokke’ populair. De Amerikaanse fish- of crabcake is een kroket, en in Indonesië is de kroket ook populair – een herinnering aan het koloniale verleden.

François Massialot, kok van Lodewijk XIV, beschreef in zijn kookboek Le cuisinier Royal et bourgeois in 1691 al een recept voor le croquet. In Nederland dateert een van de oudste recepten uit 1830. Het eerste recept in druk verscheen in 1851, in een appendix van de heruitgave van Moderne Kookkunst van Marie Haezebroeck. Het recept kwam uit de keuken van koning Willem I.

De culinaire allesweter Johannes van Dam – auteur van Het volkomen krokettenboek en de man die Het Parool in de rode cijfers eet – noemt de kroket in zijn standaardwerk Dedikkevandam ‘de Nederlandse koning der snacks’.

De croquet beleefde een Werdegang van de tafels van koningen en smulpapen naar de automatiek op de hoek. Van een rol als tussengerecht tussen soep en hoofdmaaltijd naar die van hongerdoder. Van het exquise product van de traiteur uit het begin van de 20ste eeuw, gevuld met patrijs, zwezerik of truffel, naar de allemansvriend in het koelvak van AH, in vermommingen als ‘lentekroket’ (met asperges), ‘zomerkroket’ (met zontomaatjes en olijven), mossel-kroket of satékroket.

Maar zo sterk is de croquet, zo krachtig de roep van de voortreffelijke smaak, dat de croquet de popularisering tot kroket gemakkelijk overleefde en dat we er meer van eten dan ooit: 350 miljoen per jaar, 22 per Nederlander. Gevraagd naar wat hij het meest mist, in zijn verbanningsoord, antwoordt de expat: de kroket. Bovendien stijgt de kroket weer op de sociale ladder van ons voedsel. Hij is frikandel, nasischijf en berehap allang ontstegen. De kroket pleziert nog altijd de klanten van de snackbar, maar de croquet ook weer die van de luxere etablissementen.

In 2003 bleek dat 12 van de 25 Nederlandse topkoks de kroket tot hun favoriete gerechten rekenden. Chef-kok Edwin Kats (La Rive, Amsterdam) schreef in 2006 Het groot culinair croquetten kookboek met tachtig kroketrecepten. Volgens Volkskrant-kok en hoogleraar psychologie Marcus Huibers wordt ‘een mens gelukkig van kroketten bakken’. Maar kopen is gemakkelijker.

De kroket komt van slager of banketbakker. De oorsprong van de bekende Kwekkeboomkroket ligt in een banketbakkerij in de Amsterdamse Reguliersbreestraat, de Van Dobben-kroket werd geboren in de eetsalon van slagerij Van Dobben in de Korte Reguliersdwarsstraat. De naar verluidt lekkerste croquetten van Nederland komen van patisserie Holtkamp (sinds 1886) aan de Vijzelgracht in Amsterdam, vermaard vanwege zijn garnalenvariant.

Nederlands is niet zozeer de kroket, maar de wijze waarop wij hem eten: bij voorkeur op straat, ‘uit de muur’. De automatiek, het glazen luikje met daarachter het lekkers, kwam in de jaren twintig uit de VS naar Nederland. Het was een handige manier om de winkelsluitingswetten te omzeilen.

Johan de Borst opende in 1941 aan de Amsterdamse Amstelveenseweg brood- en banketbakkerij Maison Febo, genoemd naar de Ferdinand Bolstraat – bij een banketbakker in die straat had De Borst het vak geleerd. De Borst ging zich al snel toeleggen op de productie van kroketten. In 1960 verbouwde hij zijn voormalige woonhuis aan de Karperweg tot de eerste Febo-automatiek.

Het succes van de Febo is gebouwd op de kroket: 2 procent van alle in ons land gegeten kroketten komt uit een van de 58 Febo’s. Toen eind jaren tachtig de automatiek uit het straatbeeld leek te verdwijnen, bleef Febo het concept trouw en hield het de oer-Hollandse en felverlichte snackgelegenheid in leven.

De kroket kreeg in 2007 een mooie opsteker, toen de Wageningse hoogleraar voedingsleer Martijn Katan in de Volkskrant zijn geruchtmakende artikel publiceerde onder de kop: ‘Een kroket is gezonder dan u denkt’. In zijn boek Wat is nu gezond – Fabels en feiten over voeding schreef Katan dat een broodje kroket gezonder was dan een broodje kaas.

Er kwam kritiek op zijn vaststelling, maar in talloze bedrijfskantines liet men zich het advies van Katan graag aanleunen: ‘Broodje kroket alstublieft’.

De kroket, wij houden van hem. Hij is een dierbare vriend, ook van onze MP. Die beleefde in 1993 zijn mooiste moment als politicus, toen in de gemeenteraad van Amstelveen zijn ‘krokettenmotie’ erdoor kwam: duren vergaderingen langer dan tot 23.00 uur, dan hebben de raadsleden recht op een kroket.

Simon Carmiggelt schreef voor Wim Sonneveld een legendarische krokettenmonoloog, en McDonald’s introduceerde de McKroket, in een poging het nationale en mondiale te verenigen. In 1998 at een zekere Jaap ter Naam in één uur 68 kroketten: wereldrecord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden