Denken stemt vrolijk

Populariseren van de Middelnederlandse letterkunde is zijn tweede natuur. Geen wonder dat hij ooit de AKO-prijs won. Toch gruwt de nieuwe KNAW-president van oppervlakkigheid....

Het eerste wat Frits van Oostrom deed toen hij in 1996 de AKO Literatuurprijs won, was een blauwe cabriolet kopen. Niets menselijks is de briljante specialist in Middelnederlandse letterkunde vreemd.

De combinatie van uitzonderlijk intellect en zijn vrolijke, licht ondeugende levenshouding maakt prof. dr. Frits Pieter van Oostrom (1953) tot een graag geziene figuur in de wetenschappelijke wereld. Elke zoveel jaar wordt hij wel gevraagd voor een prestigieuze post. Dit keer is dat het presidentschap van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, de KNAW, te aanvaarden op 1 mei 2005. Op die datum draagt psycholinguïst prof. dr. Pim Levelt de KNAWscepter aan Van Oostrom over.

De KNAW mag dan de elite van de Nederlandse wetenschap onderdak verschaffen, Van Oostrom zelf is alles behalve een academicus die vanuit zijn ivoren toren neerziet op het gepeupel. Hij staat met twee benen in de realiteit, en het popularisen van de wetenschap is zijn tweede natuur.

De AKO-prijs won hij in 1996 met Maerlants wereld, een vuistdikke levensbeschrijving van de 13de-eeuwse veelschrijver Jacob van Maerlant, gesitueerd tegen het decor van Vlaanderen en Zeeland. Normaal gesproken zou zo'n boek nauwelijks zijn opgevallen buiten de kring van liefhebbers, maar opgetekend door Van Oostrom sprak het verhaal een breed publiek aan. Er werden 65 duizend exemplaren verkocht.

Toch is Maerlants wereld geen luchtig boek. In zijn doorwrochtheid is het tekenend voor Van Oostroms standpunt over de wetenschap. Hij gruwt van oppervlakkigheid.

Van Oostrom breekt een lans voor behoud van de kwaliteit van het universitair onderwijs, wat alleen kan als er tijd en de rust zijn om te studeren en te verwerken. Dat lukt niet in een universitair klimaat waarin matig opgeleide studenten over de eindstreep worden gejaagd.

Universiteiten zijn wat dat betreft vaak te commercieel ingesteld, vindt Van Oostrom. 'Dat betekent dat de universiteit wegdrijft van het oude ideaal', zegt hij in een interview met Elsevier. 'Het oude ideaal was: vrijheid, rust en autonomie.'

Van Oostrom scoort hoog in binnen- en buitenland. Hij leidde een Pionier1953 programma voor onderzoekers in Leiden. In 1995 hoorde hij tot de eersten die van NWO een Spinozaprijs kregen. Twee miljoen gulden, voor door hemzelf belangrijk geacht onderzoek. In datzelfde jaar schonk de Katholieke Universiteit van Brussel hem een eredoctoraat. In 1999 was hij gastdocent aan de universiteit van Harvard.

Dat zal dus best, dat de KNAW nu naar zijn gunsten dingt. Nou is het presidentschap van die Akademie vooral een ceremoniële functie. Daarnaast blijft Van Oostrom dus universiteitshoogleraar aan de Universiteit Utrecht.

Hij aanvaardde die functie twee jaar geleden. Het is de mooiste baan die een wetenschapper zich kan wensen. Een universiteitshoogleraar is niet aan een faculteit verbonden en heeft dus geen tijdverslindende bestuurlijke verplichtingen. Hij geeft alleen door hemzelf bedacht onderwijs. Hij stimuleert en begeleidt onderzoek en mag zich daarnaast naar hartelust uitleven in zijn eigen specialisatie. Van Oostrom zelf heeft om een baan als deze gevraagd bij de Utrechtse collegevoorzitter, die dat verzoek zonder aarzelen heeft gehonoreerd.

Ze zijn in Utrecht maar wat blij dat ze Van Oostrom weer terug hebben. Want daar hoort hij. Zijn wieg stond er, hij studeerde er en hij promoveerde er in 1981 cum laude onder het toeziend oog van zijn grote leermeester, de vermaarde medievist prof. dr. Wim Gerritsen.

Vervolgens had de universiteit geen geld om de briljante pupil zelf van emplooi te voorzien. Met lede ogen zag Utrecht Van Oostrom vertrekken naar Leiden. Daar maakten ze hem in 1982, 29 jaar oud, hoogleraar Nederlandse literatuur tot aan de Romantiek.

In Utrecht werkt hij aan een opmerkelijke literatuurgeschiedenis. Het eerste bewaarde flardje officieel erkend Middelnederlands is het dichtregeltje 'Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic andu thu' ('Hebben alle vogels nesten begonnen behalve jij en ik'). Van Oostrom beschrijft nu de Nederlandse letterkunde vanaf dat dichtregeltje, tot aan de uitvinding van de boekdrukkunst in de tweede helft van de 15de eeuw.

Het is tamelijk onbekende literatuur die vooral bestaat uit gedichten, toneelstukken en een stuk of wat handgeschreven boeken. Daarover is wel eerder geschreven, maar nooit voor een breed publiek.

Dat stokoude Vogaladichtregeltje, altijd toegeschreven aan een mannelijke monnik, is de tekst van een vrouw, ontdekte hij onlangs. Die zin hoort namelijk in de internationale traditie van vrouwelijke literatuur. Hij haalde met zijn constatering de voorpagina's van alle kranten. Zo maakt een Van Oostrom schijnbaar moeiteloos nieuws van de lang vervlogen middeleeuwen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden