Democratisch Front was broedplaats van nieuwe identiteit

EEN WITTE bestelwagen met het opschrift van een stomerij stopte achter de Lilliesleaf Farm, een villa in de buitenwijk Rivonia bij Johannesburg....

De inval in het geheime hoofdkwartier zou diepe sporen nalaten in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis. Ahmed Kathrada, Govan Mbeki (de vader van de huidige president Thabo Mbeki), Walter Sisulu, Dennis Goldberg, Bernstein en nog enkele anderen werden gearresteerd. Nelson Mandela was in augustus van het jaar ervoor gesnapt en zat een straf van vijf jaar cel uit op Robbeneiland. Nu werd hij naar Pretoria overgebracht voor een nieuw proces.

Voor hun plannen tot een gewapende opstand riskeerden zij de doodstraf. Tijdens het Rivonia-proces werd het voor de meesten levenslang, alleen Bernstein werd vrijgesproken. Het leek gedaan met het ANC.

Glenn Frankel, journalist van de Washington Post, brengt deze periode tot leven in zijn boek Rivonia's Children. Het is vooral een hommage aan de blanke communisten die de zijde van het ANC hadden gekozen en een hoofdrol speelden bij de organisatie van het ondergrondse verzet. Zij zaten in een kleine groep rond Mandela, die de overgang van vreedzaam naar gewapend verzet voorbereidde.

Dat werd een faliekante mislukking. Slechts enkele kopstukken waren op tijd naar het buitenland uitgeweken. Ze moesten helemaal opnieuw beginnen. Oliver Tambo leidde het ANC in ballingschap, Joe Slovo de gewapende vleugel Umkhonto we Sizwe (Speer van de Natie). Pas in 1990 zou de toenmalige president De Klerk de apartheid alsnog afschaffen, de gevangenen vrijlaten en de verboden anti-apartheidspartijen weer toestaan.

Frankel beschrijft de Rivonia-periode als een drama van enkele blanke, vooral joodse, families. Het is nog steeds verbijsterend hoe de hoofdrolspelers onwankelbare toewijding en zelfopoffering combineerden met een grote naïviteit en amateurisme. De inval van de politie is daar een voorbeeld van. Bernstein wist dat het onverstandig was om nog bijeen te komen in de villa. De anderen vermoedden ook dat de politie hen bijna had ontdekt. Toch besloten ze er nog één keer een vergadering te houden.

Ze bewaarden allerlei belastend materiaal, want ze wilden een archief voor het nageslacht aanleggen. Ze kwamen bij elkaar over de vloer, hoewel ze wisten dat de politie hen in de gaten hield. Ondertussen zetten ze hun dagelijks leven als respectabele, welgestelde blanke burgers voort. Ze dachten dat dit hen zou beschermen en dat ook hun zwarte kameraden veilig zouden zijn in die niche van de bevoorrechte groep.

Rivonia's Children is een boek vol persoonlijke drama's, spanning en fascinerende hoofdfiguren. De meeste gebeurtenissen zijn al eerder beschreven. Het geruchtmakende Rivonia-proces, bijvoorbeeld, in Mandela's autobiografie. Veel van de hoofdpersonen hebben zelf hun herinneringen gepubliceerd. Het gevangenisboek van Ruth First, een spraakmakende activiste en vrouw van Joe Slovo, 117 dagen, is zelfs een klassieker.

Hilda Bernstein (Frankel leunt sterk op lange gesprekken met het echtpaar Bernstein) stelde een interviewboek samen, The Rift, met onder andere schrijnende verklaringen van de dochters van Slovo en First. Frankels verdienste is dat hij dit alles tot één verhaal heeft gesmeed.

Zijn boek heeft twee grote manco's. Omdat hij vooral vertelt over de blanke deelnemers, lijkt het alsof de hele ondergrondse opstand hun actie was: Mandela en Sisulu zijn bijfiguren. Verder blijft de grote vraag die het boek oproept, namelijk of de keuze voor het gewapende verzet eigenlijk wel verstandig was, onbeantwoord.

Frankel beschrijft de interne discussie. Slovo en Sisulu vonden dat - na Mandela's arrestatie - de tamelijk onschuldige sabotagecampagne moest worden uitgebreid tot een revolutionaire oorlog. Het plan voor Operatie Mayibuye gaf tijdens het proces de doorslag, al was het geen ANC-beleid. Slovo was in die kwestie een ideologische drammer. Verstandige woorden van anderen overschreeuwde hij.

Na het Rivonia-proces was het verzet in Zuid-Afrika gebroken. De repressie door het apartheidsbewind nam ongekende vormen aan. Pas meer dan tien jaar later kwamen de jongeren in Soweto in opstand, zonder leiding. En pas begin jaren tachtig ontstond een nieuwe beweging: het UDF, het Ver enigd Democratisch Front. Het UDF volgde een tegengestelde strategie: geen gewapende opstand , maar geweldloos verzet (zoals het ANC voor 1960), geen samenzwering van een kleine groep, maar een massale protestbeweging.

Het UDF speelde een hoofdrol bij de veranderingen in Zuid-Afrika, die leidden tot De Klerks hervormingen, de vrijlating van Mandela, de legalisering van het ANC en de verkiezingen van 1994. De beweging verdween in de schaduw van het ANC en Mandela en werd opgeheven in 1991. Ineke van Kessel, onderzoekster van het Afrika Studiecentrum in Leiden en journaliste, ontrukt het UDF aan de vergetelheid in haar proefschrift Beyond our Wildest Dreams.

Zouden de Zuid-Afrikanen het UDF missen? Zouden ze dierbare herinneringen hebben aan de bewogen toespraken van bisschop Tutu in de jaren tachtig? Of zou het UDF alleen nog herinneringen oproepen aan de zware repressie onder de noodtoestand, het oplaaien van het geweld tussen Inkatha en het UDF in Natal?

Het UDF was een onwaarschijnlijke tegenstander van het apartheidsregime. Tegenover een strak georganiseerd bewind, waarin de militairen in de jaren tachtig de dienst uitmaakten, stond een losse coalitie van de meest uiteenlopende verenigingen, clubs en kerkelijke groepen. Begonnen als een breed burgerlijk verzet tegen de raciale verkiezingen waarmee de apartheidsregering de illusie wilde wekken de blanke hegemonie te doorbreken, groeide het UDF uit tot een krachtige massabeweging in een tijd dat het ANC in ballingschap in een crisis verkeerde.

Van Kessel laat in haar studie zien hoe het UDF met aansprekende kopstukken als Tutu, de dominees Allan Boesak en Frank Chikane, de vrouwen van beroemde ANC gevangenen, Albertine Sisulu en Winnie Mandela, de zwarte bevolking uit een periode van wanhoop trok. De oude idealen van het ANC, vervat in het Handvest van de Vrijheid, herleefden ten koste van de radicale zwarte bewustzijnsbeweging, die vooral aanhang had onder militante jongeren.

Met de aanvaarding van het Handvest als richtsnoer van de beweging lieerde het UDF zich aan het ANC, dat door de ballingschap het contact met de 'mensen thuis' had verloren. Het ANC heeft daarom veel te danken aan het UDF. Maar de beweging verspeelde zo ook de brede aantrekkingskracht van de begintijd.

Het UDF was meer dan een politieke partij. Onder zijn vlag bloeiden plaatselijke organisaties op die een tegenmacht vormden voor het apartheidsbestuur. Van Kessel beschrijft hoe dat in zijn werk ging. Ze analyseert verder het UDF-actieblad Grassroots.

De losse structuur bracht het UDF echter ook in grote moeilijkheden. In Natal gingen groepen jongeren onder de banier van het UDF over tot gewelddadig verzet tegen de knokploegen van Inkatha, de Zulu-beweging van Chief Mangosuthu Buthelezi. In de zwarte woonoorden vermoordden UDF-jongeren zwarte gemeenteraadsleden als collaborateurs. Het UDF stond machteloos tegenover de gevechten in Natal en de halsbandmoorden, die de beweging een slechte naam bezorgden.

Van Kessel vertelt het verhaal van de jeugdbeweging in Sekhukhuneland in Noord-Transvaal. In deze plattelandsgemeenschap liep de revolte van de boze jongeren uit de hand. Zij richtten zich niet alleen tegen het blanke bestuur, maar vooral tegen de eigen ouders, de leraren en de traditionele gezagsdragers. Zij namen de rol van de ngaka, de traditionele genezers en geestenbezweerders, over. Hun 'rechtbanken' voerden in 1986 een heksenjacht uit tegen iedereen die hun macht betwistte.

Pas na 1990, toen het ANC zijn opwachting maakte in de streek, kwam er een einde aan de semi-autonome jeugdbrigade. De jeugdleiders stapten over naar het ANC. De traditionele leiders, die ooit werden gebrandmerkt als collaborateurs, kregen eveneens een positie van het ANC. De rust keerde weer.

In het zwarte woonoord Kagiso bij Johannesburg behielden de religieus getinte groepen van volwassenen de overhand over de radicale jeugd. Daar nam het geweld van jeugdbenden pas toe door de groeiende repressie van het apartheidsbewind. Het leidde ook tot de desintegratie van de burgerorganisatie van het UDF, die Kagiso lange tijd tot een model van harmonieus verzet had gemaakt.

De studies van Van Kessel ondersteunen de visie dat het UDF eigenlijk niet meer levensvatbaar was aan het eind van de jaren tachtig. De langdurige gevangenisstraffen van belangrijke leiders als Popo Molefe, Terror Lekota en Murphy Morobe hadden de losse organisatie in een chaos gestort. De krachtigste oppositie kwam van de nieuwe vakbond, Cosatu, die ideologisch verwant was aan het UDF, maar zijn onafhankelijkheid koesterde.

Na de legalisering van het ANC en de terugkeer van de ANC-leiders uit de gevangenissen en uit ballingschap barstte de discussie los over de vraag of het UDF nog bestaansrecht had. Vooral plaatselijke groepen met een christelijke of islamitische achtergrond voelden wel voor een onafhankelijke rol van het UDF als hoeder van democratische waarden. Zij waren echter kansloos. De belangrijkste UDF-leiders kregen sleutelposities in het ANC.

Het ANC had het gezag om de zwarte bevolking te overtuigen van de noodzaak van verzoening en het sluiten van compromissen, dat zijn wegbereider het UDF had verloren in de vernietigende jaren van geweld. Alleen Mandela kon de jongeren - die in sommige streken en wijken waren verworden tot semi-criminele knokploegen die zich bedienden van toverkracht (muti) - weer in het gareel krijgen.

Maar toch: de dynamiek van het vroege UDF, die Van Kessel indringend beschrijft, is verdwenen. Het UDF bood een platform voor honderden, zeer uiteenlopende groepen en was zo de broedplaats voor een nieuwe Zuid-Afrikaanse identititeit, aldus Van Kessel. Het ANC plukt daarvan de vruchten, maar weet niet eenzelfde elan op te roepen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.