Deluxe

Slapen en leven voor de spiegel

'Ik verzamel zoals ik adem', zegt Oscar van den Boogaard in zijn Snobisme voor beginners. 'Objecten blijven aan mijn vingers kleven.' De schrijver belandt in Wenen in een designwinkel. Meestal, rapporteert hij, wordt hij triest van zulke winkels, van 'de nutteloosheid en verveling die de meeste voorwerpen uitstralen'.

Van den Boogaard ziet 'een ding', zoiets als een melkklopper. Of is het een hoofdkrabber, een hoofdhark of een schraapijzer? De verkoper vraagt hem of hij het mag demonstreren en zet het apparaat op de schedel van de kooplustige schrijver. Het voelt intiemer aan dan alles wat hij ooit heeft beleefd, hij kan niet anders dan 'het ding' kopen. Het is een nieuw, intiem en toch opvallend rekwisiet waarmee hij zijn leven meer glans kan geven.

'Het gaat me niet om de materie maar om de verbinding tussen mij en het ding', aldus Van den Boogaard, 'ik ben niet materialistisch. Voor mij heeft een ding een ziel'. In Berlijn koopt hij zijn eerste schilderskoffer. Hij wil gaan verven. Later moet hij toegeven dat zijn eerste schilderij mislukt is en hij herinnert zich de wijze woorden van een snob , de schrijver Samuel Beckett: 'Try again. Fail again. Fail better.'

Ook Paul Arden citeert dat zinnetje van Beckett in zijn bestseller It's Not How Good You Are, It's How Good You Want to Be. Leer uit het falen. We leven (of beter: we leefden tot voor kort, tot vóór de recessie) in een wereld waarin we ongeveer allemaal de mogelijkheid hadden onze dromen te verwezenlijken. Je kunt je identiteit kiezen, aankleden en stofferen. Het volstaat de juiste 'dingen' uit te kiezen om iemand te worden, je kunt het proberen, soms lukt het, soms niet.

Kopen lijkt een protocollaire aangelegenheid. Je moet het zorgvuldig doen. De koning onder de dandy's, George Bryan Brummell, had dagelijks minstens drie kwartier nodig om een das uit te zoeken. Er waren volgens hem 72 verschillende manieren om hem te knopen. Beau Brummell, zei een tijdgenote, was 'a nobody, who made himself a somebody, and who gave the rule to everybody'. Snobs streven - in de woorden van de dichter Charles Baudelaire - ononderbroken naar het wezen dat ze willen voorstellen en daarom zijn ze gedwongen te slapen en te leven voor een spiegel.

Van den Boogaard koopt vanuit gewoonte, verzamelwoede, 'als lofzang op het bestaan'. In zijn Snobisme voor beginners, 'een zakbijbel voor de moderne materialist', beschrijft hij de drijfveren en twijfels van een shopper 'op zoek naar geluk'. 'Het verlangen is iets heel abstracts en tijdelijks.' Supersnob Andy Warhol kocht allerlei dingetjes omdat hij niet verdroeg dat andere mensen ze zouden kopen, 'vanuit een vreemd soort jaloezie'. Hij pakte niets uit. Ook dat was heel snobbish.

Elk boek over snobisme of dandyisme gaat over zulke hebbedingen, over accessoires en rekwisieten. De snob zet zich in een vitrine. Hij of zij - een vrouw doorgaans als femme fatale - staat op het theater, in een étalage du moi, 'een uitstalraam van zichzelf'. Zulke praktische 'gidsen voor beginners' zijn een abc van het raffinement en de gecultiveerde levenskunst. Om misverstanden te voorkomen: het zijn geen boeken over lifestyle of trends, dat zijn schrikbarende woorden. Volgens Anton Moonen in zijn enkele jaren geleden verschenen Kleine encyclopedie van het snobisme dient een snob juist alle trends te vermijden. Ze zijn altijd smakeloos.

Vertoon is in de mateloos eenvoudige Lage Landen uit den boze. Daarom zijn zulke blufboeken over 'smaak en snob -appeal', zeker in tijden van recessie, voor sommigen aanstootgevend. De snob of de dandy is al snel decadent, onverschillig van aard, zelfzuchtig en tergend over-blasé. Het woordje ' snob ' is nog enigszins plomp en aanstellerig, 'dandy' klinkt al veel artistieker, want het gaat om 'esthetiek' en 'etiquette', kortom om alles wat een verfijnd iemand kan onderscheiden van de gruwzame en smakeloze massa. Maar bestaat zo'n dandy nog wel?

Is er sprake van een wederop

standing van de snob , of is het alleen maar een pose à la Van den Boogaard of Moonen? De protserige accessoires van het dandyeske bestaan zijn allang 'gedemocratiseerd'. In haar boek Deluxe - How luxury lost its luster, dat dit jaar in het Nederlands werd vertaald, beschrijft modejournaliste Dana Thomas 'de verwording van de luxe modemerken'. De luxueuze artikelen met welluidende logo's van gerenommeerde modehuizen, waarmee eenieder voortaan kan wedijveren met opgedirkte sterren en de snobistische happy few, kun je overal vinden. Exclusiviteit is sindsdien een zinsbegoocheling, want wat je koopt, kan elke sterveling die wat geld heeft ook kopen. Snob is een gedegradeerd woord, een illusie. De dandy is een historische figuur geworden, misschien is hij vooral een romanpersonage.

In elk geval was de dandy geen omhooggevallen parvenu of yup, maar een stoffeerder van zijn eigen bestaan, met de nodige retoriek, de onmisbare fijnzinnige exposure en de talloze kostbare en eigengereide rekwisieten. De historische dandy had uitzonderlijke en aanlokkelijke kenmerken, ook al is zijn gedrag verre van menslievend; de snob van de eenentwintigste eeuw is veelal alleen maar een karikatuur, een door glamour en glitter opgefokte dubbelganger, een koopjesjager op zoek naar gadgets en chic, een bluffer die zich voordoet als een uitzonderlijk iemand. De echte dandy behoort tot 'een wereld van gisteren', de wereld van types als Beau Brummell, de graaf Robert de Montesquiou-Fezensac (die door Marcel Proust als romanpersonage is vereeuwigd), de schrijver Jules Barbey d'Aurevilly of de Duitse Fürst Hermann von Pückler-Muskau. Het dandyisme, de kunst van de streng beteugelde extravagantie, was in feite een laatste opflakkering van heldendom in een tijd van verval, merkte Baudelaire op, waarin 'het wassende water van de democratie' helaas overstroomde, overal binnendrong en alles nivelleerde. De beroemde dandy's waren in zijn ogen de laatste vertegenwoordigers van de menselijke trots. Baudelaire definieerde het dandyisme als het plezier dat men schept in anderen te verbazen en de trotse bevrediging dat men zichzelf nooit verbaast. Zowel dandy als snob volgen dezelfde richtlijnen: allure, klasse, excentriciteit, arrogantie en exclusiviteit, de kunst van de voorname aanstellerij.

Wat is daarvan overgebleven? Heeft luxe, die je nu overal kunt kopen, nog iets met die 'natuurlijke elegantie' van de vroegere snobs en dandy's te maken? Heerst er nog een doctrine van het savoir-vivre en het savoir-faire zoals sommige 'nieuwe snobs' suggereren? Of is het alleen maar platvloerse, modieuze en bestudeerde pose? Met andere woorden: koop Armani, Gucci, Hermès, Vuitton, Prada of Chanel en je behoort tot die intussen 'gedemocratiseerde' elitaire wereld van het uitgelezen, elegante en extravagante art de vivre. Die snobistische wereld, waarin iedereen die een beetje geld heeft zich een uitgebreide garderobe en bijbehorende accessoires kan aanschaffen, dreigt in te storten. De Franse krant Le Monde voorspelde afgelopen week een gigantische terugval van de merkenindustrie. Alle modehuizen en fabrikanten van luxe zien hun omzet dalen. Het shoppen, dat in de achterliggende florissante jaren een publiek vertoon was geworden, lijkt nu in tijden van recessie ongepast. Er is een heel nieuw type snob , schreef The New York Times in de 'stijlbijlage' van vorige week: de Luxury Shopper Anonymous, de verborgen kopers in achterkamers. Steeds meer snobs zoeken de anonimiteit op van de private sale.

De nieuwe snob trekt zich terug in de eigen wereld. Hij of zij mijdt de menigte, heeft aan zichzelf genoeg. Nu ja, schrijft Martin Koomen in Dandy's en decadenten - Engelse schrijvers van Byron tot Amis, de historische dandy mag dan het veld hebben geruimd, zijn literaire motieven 'zijn meegesleept tot in onze eenentwintigste eeuw'. De religie van de elegantie is van alle tijden. In zijn boek schetst hij twee eeuwen Engelse cultuur en letteren, in een land dat

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden