Reportage Dekmantel

Dekmantel gaat terug in de tijd met Mala en Leroy Burgess

Batu Beeld Bart Heemskerk

Was het vorig jaar tijdens Dekmantel, het belangrijkste dancefestival van Nederland, op vrijdag bloedheet en zocht je vergeefs naar een plekje in het Amsterdamse Bos om je tegen de zon te beschermen, dit jaar, tijdens de zevende editie, was het de regen die op de eerste avond van de bosdagen de beperkte schuilplaatsen vol deed stromen.

Het waren maar een paar korte plensbuien, maar mogelijk daardoor kwam het vrijdag allemaal wat moeizaam op gang. Het dansfeest op zeven podia in het Amsterdamse Bos was met zo’n kleine 11 duizend bezoekers per dag het belangrijkste onderdeel van Dekmantel, dat ook dit jaar woensdag al op diverse concertpodia rond het IJ begon.

Een even spannende als eigenwijze programmering van legendes als freejazzpionier Pharoah Sanders, Cybotron (band van Juan Atkins, een van de grondleggers van de techno) en bassisten Jah Wobble en Bill Laswell gaven woensdag en donderdag al aan waar Dekmantel het in het muzikale spectrum zoekt: in de avant-garde, tussen de muzikale vernieuwers uit heden en verleden.

Die lijn werd in het Amsterdamse Bos doorgezet. Tussen vernieuwende, trendsettende dj’s als Ben Ufo en Batu stonden ook namen als Andrew Weatherall en DJ Spinna, die al meer dan dertig jaar als dj en producer actief zijn.

Pharoah Sanders Beeld Bart Heemskerk

Ze kregen allebei een middagje op het hoofdpodium, dat als een ruimteschip was vormgegeven. Weatherall stelde vrijdag tussen de regenbuien door wat teleur. Op zijn cv staan dan wel producties als Primal Screams meesterwerk Screamadelica (1991) en hij kan geweldig uit de voeten met klassieke reggae, punk, industrial en techno, maar vrijdagmiddag koos hij voor de betrekkelijk anoniem klinkende trage technovariant. Best mooi, maar geen set om je nat geworden shirtje even in droog te dansen.

Dan was de eclectische set waarmee DJ Spinna zaterdag op dat zelfde podium mocht beginnen een stuk toegankelijker. Luchtige house van Tod Terry, beetje hiphop, disco en pop. Prima binnen zo, om daarna toch even op zoek te gaan naar de kleinere podia. De Greenhouse bijvoorbeeld, een broeikas waar de dj of band tussen de palmplanten in staat, omringd door publiek. Het deed bijna anachronistisch aan om daar ineens dj Mala nog een greep in de platentas te zien doen. Bijna alle dj’s hebben hun platencollectie op USB-sticks staan, maar Mala (ook bekend als dubstepproducer Digital Mystikz) deed het nog met vinyl en een enkele cd. Zijn diepe dubbaslijnen bliezen door de palmtakken. Donkere beats brachten je terug naar pakweg 2005, toen dubstep als een trager klinkende echo van de hectisch ratelende drum&bass opkwam.

Nog verder terug ging het programma even later in hetzelfde Greenhouse. Discoproducer Leroy Burgess gaf er met zijn tienkoppige band een grootse show. Twee toetsenisten, een koortje en een geweldige ritmesectie stonden Burgess bij. Zijn producties vormden begin jaren tachtig de verbindende schakel tussen disco en house. Een zwoele opzwepende sound, die op Dekmantel een kleine veertig jaar later live geweldig wordt gereproduceerd. Toen zangeres Christine Wiltshire, die Burgess’ bekendste hit Weekend destijds heeft ingezongen, het podium opkwam, was het feest compleet, DJ Spinna keek glunderend toe.

Kamaal Williams Beeld Yannick van de Wijngaert

Livemuziek integreren met dj-sets was ook dit jaar weer wat Dekmantel zo bijzonder maakte. Zo riskant als het ook leek, midden op de dag een jazzconcert op het hoofdpodium, zo aardig pakte het concert van de Engelse toetsenist Kamaal Williams met zijn kwartet uit. Niet te moeilijk doen, was het devies. Bassist en drummer zetten een lekkere groove neer, en Williams zelf speelde pittige funkpartijen. Even een hoge noot van zijn tenorsaxofonist en daar gingen de handen de lucht in.

Een publieksreactie waar niet elke boeking van Dekmantel op uit was. Parrish Smith beukte de bezoekers in de naargeestig donkere Ufo-tent liever murw met industriële metal en een spervuur van breakbeats.

Misschien wel het leukst was het uurtje dat dj Bruce mocht draaien in de Boiler Room. Een bonte mix van langzaam in snelheid oplopende ratelende beats. Niet gezellig, wel dwingend, en toewerkend naar een hysterische climax dankzij Nirvana’s Radio Friendly Unit Shifter. Ook dat kon op Dekmantel, dat geen muzikale grenzen leek te kennen.

Plastic

Elk festival heeft zo zijn eigen aanpak om de berg plastic die overblijft na dagenlang feesten in omvang te beperken. Dekmantel had iets bedacht met fiches (bij de entree verstrekt) en gebruikte bekertjes die je moest overleggen om geen extra half muntje (bijna 1 euro 50) per consumptie extra te betalen.

Je bekertje niet weggooien, maar bewaren tot een volgende bestelling was het idee. Dan werden ze door het barpersoneel alsnog weggegooid en kreeg je een nieuw bekertje. Het verkleinde de rommel op het veld en de plasticverzamelpunten, maar niet het aantal gebruikte bekertjes. Waarom geen echt herbruikbare plastic bekers, zoals op Best Kept Secret en Into The Great Wide Open?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden