Deftiger wordt het niet: het werk dat Joost Swarte maakte voor The New Yorker is gebundeld in een boek

'Een samenleving heeft ook mensen nodig die vragen stellen bij zekerheden'

Eens in de zoveel tijd krijgt Joost Swarte een mail van The New Yorker: stuur als de donder wat schetsen. Het werk dat de striptekenaar voor het tijdschrift maakte, is nu gebundeld in het New York Boek.

Joost Swarte Foto Theo Audena

Deftiger wordt het niet. In het New York Boek staan de illustraties verzameld die Joost Swarte de afgelopen twintig jaar op invitatie maakte voor het gerenommeerde magazine The New Yorker, meer dan 450 tekeningen in totaal. Leuk werk als je het kunt krijgen, zogezegd.

Al sinds de oprichting van het blad in 1925, door het stel Harold Ross en Jane Grant, werd in The New Yorker een belangrijke plek ingeruimd voor cartoons en tekeningen, en vandaag is dat nog steeds zo. Tussen beschouwingen over de stand der natie, recensies van divers pluimage en reportages uit de wereld van kunst en cultuur duiken ze op, die tekeningen. Soms als strooigoed: de zogeheten 'spots'. Vaker als paginagrote illustratie waarin het thema van het betreffende essay wordt gevangen. En als de tekenaar helemaal geluk heeft, siert zijn werk de cover van het blad met een oplage van 1.236.041 exemplaren. Daar wil je 's ochtends wel je bed voor uitkomen.

Foto Joost Swarte, Scratch Books

Joost Swarte (69) werkt vanuit Haarlem. Eens in de zoveel tijd ontvangt hij een e-mail van Chris Curry, de art director en chef illustraties van het blad, sinds 2015 gevestigd aan 1 World Trade Center, de nieuwe megatoren in Manhattan. Curry meldt dat ze een bepaald stuk in voorbereiding hebben en vraagt of Joost daar iets in ziet. Zo ja, of-ie dan als de donder een paar proefschetsjes kan sturen. Die worden vervolgens beoordeeld door Curry en na wat heen en weer gepingpong met suggesties en aanpassingen, kan Swarte de definitieve illustratie uitwerken. Vervolgens gaat die naar de vaste lithograaf, en dan in hoge resolutie per e-mail naar Manhattan.

Het is deze procesbeschrijving die het New York Boek zo aardig maakt: in 120 pagina's kijken we over de schouder van de tekenaar mee en lezen we in korte quotes Swartes commentaar op het werk. De oerschetsen staan erin, als een facsimile. Ook vinden we flarden correspondentie. In de appendix staan proefballonnetjes van tekeningen die het net niet haalden of werden uitgewerkt tot een andere variant. Maar de bulk blijft natuurlijk het gepubliceerde werk in The New Yorker, inclusief de prijswinnende cover Summer Reading (2008), die ook de omslag is van het boek. Daarop valt een strook licht tussen de hoge gebouwen door, precies op het boek dat een vakantievierder aan het lezen is: even rust in het grootstedelijk inferno dat Manhattan heet.

Voor Nederlandse stripliefhebbers gaat Joost Swarte al een mensleven mee. Eind jaren zestig begon hij met illustreren. Hij is bekend van bladen als Aloha, Tante Leny presenteert!, HUMO en ook Vrij Nederland. Hij maakte concertaffiches, platenhoezen, postzegels, meubilair, glas-in-loodramen en creëerde series als Niet zo, maar zo! en Jopo de Pojo. Inmiddels is hij ook in de Verenigde Staten een begrip geworden, zijn zeefdrukken brengen daar een veelvoud op van wat ze in Nederland doen. Die populariteit zal zeker te danken zijn aan het werk in The New Yorker.

Heel Europees is die stijl van Swarte: zo met die klare lijn en heldere vlakverdeling, is hij duidelijk een liefhebber van Hergé (De avonturen van Kuifje). In zijn woorden probeert Swarte vrijheid met ambachtelijkheid te combineren, een mix van jarenzestigunderground en het vakmanschap van de oude stripmeesters.

Illustraties van Joost Swarte voor het tijdschrift The New Yorker, gebundeld in zijn New York Boek. Foto Joost Swarte, Scratch Books

Bij die ogenschijnlijke toegankelijkheid zit altijd een addertje onder het gras. Je moet nog eens kijken en pas dan dringt de milde satire zich op. Dit is humor op het tweede gezicht, een handelsmerk van Joost Swarte. Hij maakt zijn tekeningen als korte verhalen: alle ingrediënten reikt hij aan, het complete plaatje vormt zich in ons eigen hoofd.

Daarvan vind je ook in zijn illustraties voor The New Yorker talloze voorbeelden, of beter, juist daar vind je die. Voor dit soort humor is het blad ooit bedacht. Uiteraard heeft hoofdredacteur David Remnick - zelf begenadigd schrijver van features en vuistdikke biografieën - die insteek vooral intact gelaten.

Welke onderwerpen komen in die illustraties dan zoal aan bod? Het slaapverwekkende Amerikaanse kantoorleven, bijvoorbeeld. De booming economie van China. Technologische vooruitgang. Milieuproblemen. De bankencrisis en vooruit: het menselijk tekort. Dat allemaal, maar ook liefde voor boeken, muziek, onderwijs, wetenschap, het leven zelve.

Motto van de tekenaar in het boek: 'Een samenleving staat voortdurend onder druk. Mensen werken zich in de nesten. Hun ideeën om tot een goed georganiseerde gemeenschap te komen blijken in de praktijk vaak minder ideaal dan ze aanvankelijk leken (...). Een samenleving heeft ook mensen nodig die vragen stellen bij zekerheden.' En dat is wat hij doet, zoals de redactie van The New Yorker dat ook altijd doet. Een mooie match, zoals uit dit liefdevol uitgegeven Amerikaanse carrièreoverzicht nog eens blijkt.

Joost Swarte, New York Boek. Scratch. 120 pagina's, fullcolor, hardcover, euro 29,90.

Foto Joost Swarte, Scratch Books
Meer over