Deftig huis in Dordt

Dordtenaar Simon van Gijn had geen kinderen. Daarom liet hij zijn huis na aan de mensheid. John Wanders verkent een bijzonder museum....

S inds Jan van Goyen hier in 1651 aan de rivieroever zijn befaamde ‘Gezicht op Dordrecht’ schilderde, is er weinig radicaal veranderd aan de lokale skyline. Turend over de Oude Maas, vanaf de kade in Zwijndrecht, zien we hoe onder typisch Hollandse wolkenluchten nog altijd de karakteristieke, nooit afgemaakte toren van de Grote Kerk eenzaam uitstijgt boven een goed geconserveerde Dordtse binnenstad.

Je proeft veel geschiedenis in de stegen en straten van het oude Dordrecht. Nu is het stil op de Pottenkade, lopend langs de zijbeuken van de Grote Kerk, met zicht op de scheve achtergevels van popperige huizen aan de Voorstraatshaven met zijn smalle Pelserbrug. Maar ooit was dit een bruisend handels- en distributiecentrum, met een niet aflatende stroom tolgeld als belangrijke inkomstenbron voor zijn machthebbers.

De ligging van de oudste stad (1220) van het Graafschap Holland was buitengewoon strategisch, op een knooppunt van vaarwegen richting België, Frankrijk, Duitsland, Engeland en de landen aan de Oostzee. Vanaf de kade aan het Groothoofd zie je nog altijd hoe op deze plek drie rivieren samenvloeien (de Noord, de Beneden Merwede en de Oude Maas).

Voordat het nabije Rotterdam, mede dankzij de aanleg van de Nieuwe Waterweg in 1872, uitgroeide tot ’s werelds grootste havenstad, was dit een toonaangevende handelseconomie in Zuidwest-Nederland.

De rijke Dordtse geschiedenis wordt het meest tastbaar aan de Nieuwe Haven 29, in het woonhuis van bankier en aartsverzamelaar Simon van Gijn (1836-1922). Achter de majestueuze gevel van zijn regentenwoning uit 1730 schuilt een van de leukste historische musea van Nederland, winnaar van de Museumprijs 2004. De charme van het pand is dat het 86 jaar na de dood van zijn laatste bewoner nog steeds meer aanvoelt als een woonhuis dan een museum.

Je kunt je moeiteloos voorstellen hoe het personeel in de spoelkeuken de met roet beslagen pannen schoonwreef en hoe Simon van Gijn in het schemerduister van gaslicht zijn mannelijke gasten door het trappenhuis en over de gang van de eerste verdieping naar zijn bibliotheek of studeerkamer meetroonde om hun met gepaste trots zijn laatst aangekochte prenten te tonen, terwijl de beneden in de salon achtergebleven dames vermoedelijk de laatste roddels uitwisselden.

Dat de tijd in dit pand al een eeuw stilstaat – ook al tikken en tingelen in de gang op de begane grond drie staartklokken – is allereerst te danken aan Van Gijn zelf. ‘Gelukkig voor ons bleef hij kinderloos’, zegt Chris de Bruyn, de conservator van het museum.

Bij gebrek aan een zoon of dochter, of een nog levende partner liet Van Gijn zijn huis, collecties en interieur na aan de Vereniging Oud-Dordrecht. Overigens legde hij in zijn testament vast dat de woning na zijn dood voor het publiek opengesteld moest worden en zoveel mogelijk behouden diende te blijven in de vorm waarin hij haar had achtergelaten.

Inmiddels is het pand rijksmonument en in eigendom van de gemeente Dordrecht. Na een grondige restauratie en renovatie in de periode 1999-2001 kreeg het veel van zijn oude luister terug, waarbij feitelijke fricties met de periode-Van Gijn zoveel mogelijk werden gemeden.

Als een typisch 19de eeuwse collectioneur had Van Gijn een brede belangstelling. Dat is te zien aan zijn bibliotheek en zijn grote verzameling prenten, foto’s, munten, wapens, schilderijen, zilver en keramiek. De opschriften op de talrijke borden (‘Vivat Oranje’) aan de wand in de gang vertellen dat deze bankier en jurist een overtuigd aanhanger was van het Huis van Oranje.

Het huis wordt tegenwoordig betreden via de spoelkeuken, die een eerste blik biedt op de ruime tuin. De aangrenzende keuken benadert het origineel uit 1730, vertelt De Bruyn. Alleen het fornuis, dat werd gestookt met hout, kolen en turf, werd hier toegevoegd toen de Van Gijns als pas getrouwd stel in 1864 het huis betrokken.

Er is nu uiteraard elektrische verlichting, maar Van Gijn hield de elektriek tot zijn dood buiten de deur. Volgens De Bruyn had de bankier na een kostbare verbouwing van vijf kamers – verricht kort voor de introductie van elektra – geen zin meer in nieuw breekwerk. Ook al omdat zijn echtgenote Cornelia Vriesendorp hem drie jaar na de verbouwing ontviel.

Van Gijn zou tot zijn dood, 33 jaar later, weduwnaar blijven. Het portret van zijn grote liefde stond al die jaren op een prominente plek in zijn studeerkamer en daar staat het nu nog. De Bruyn: ‘Ja, hij was erg dol op zijn Corretje.’

Juist vanaf vandaag staat het Simon van Gijn-museum in het teken van de rouw, alsof er pas een bewoner van het huis is overleden. De kleur zwart is vanwege de expositie dominant in alle vertrekken, en dat past helemaal bij de rouwrituelen van de 19de eeuw, stelt Marjolijn van Duyn, ontwerpster van de rouwtentoonstelling: ‘Het is wel zeker dat een man van stand als Simon van Gijn voor dit soort gelegenheden een zwart rouwservies in de kast had staan.’

Een van de stijlkamers aan de voorzijde is ingericht als rouwkamer, compleet met kist. Diezelfde kamer, de oudste van het huis, valt op door zijn serie van vijf wandtapijten, een co-productie uit 1730 van Oudenaerdse en Brusselse tapijtenwevers. De gebruikte wol is behoorlijk kleurvast en dat maakt dat elke voorstelling op de bijna driehonderd jaar oude wandbekleding nog uitstekend herkenbaar is. Ook al is de horizon - en daarmee het perspectief - overal opgelost in een mist van vergeelde zijde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden