Deep Blue is zo dom nog niet

Betekent de nederlaag van Kasparov tegen Deep Blue dat de computer de mens de baas wordt? Zo'n vaart loopt het nog niet, meent Drew McDermott....

VORIG jaar, na de overwinning van Gari Kasparov in zijn schaaktweekamp met de IBM-computer Deep Blue, vertelde ik de studenten die mijn introductieprogramma over kunstmatige intelligentie volgden, dat het nog jaren zou duren eer computers zich met de beste schakers zouden kunnen meten.

Nu ik, en met mij vele anderen, het bij het verkeerde eind hebben gehad, haasten velen zich ons te verzekeren dat Deep Blue niet echt intelligent is, en dat de overwinning op Kasparov niets zegt over de toekomst van kunstmatige intelligentie.

Hoewel ik het eens ben met de stelling dat de computer niet erg intelligent is, getuigt de bewering dat hij geen enkele intelligentie toont van een wijdverbreid onbegrip van wat een computer doet en van de doelen en methoden van het onderzoek naar kunstmatige intelligentie.

Het is waar, Deep Blue is erg beperkt. Hij kan een schaakpartij winnen, maar hij kan geen schaakstuk herkennen, laat staan oppakken. Hij kan zelfs geen gesprek voeren over de partij die hij zojuist heeft gewonnen. Sinds de essentie van intelligentie lijkt te zitten in het op creatieve wijze kunnen reageren op verschillende situaties, scoort de computer op dat punt niet erg hoog.

Veel commentatoren benadrukken dat Deep Blue geen enkele vorm van intelligentie bezit omdat hij een bepaalde stelling op het schaakbord niet echt 'begrijpt', maar 'blind' miljoenen mogelijke zetten naloopt. Het probleem met dit argument is de veronderstelling dat intelligent gedrag het resultaat is van overdenking, van een zorgvuldige afweging.

Wanneer de wetenschap er ooit in slaagt het menselijk denken te verklaren, zal zij intelligentie zonder twijfel terugvoeren op kleinere deelprocessen die op zich niet intelligent zijn. Waarschijnlijk berust de werking van de hersenen op het feit dat elk van de miljarden neurons iedere seconde honderden prikkels doorgeeft, prikkels die van elkaar geïsoleerd niets met intelligentie hebben te maken.

Wanneer mensen zeggen dat schaakgrootmeesters geen 200 miljoen zetten per seconde kunnen onderzoeken, zoals de computer wel kan, vraag ik hen: 'Hoe weet u dat?' Het antwoord luidt meestal dat menselijke schakers niet in staat zijn zoveel mogelijkheden te bedenken. Wij weten echter bijna niets van wat er zich in onze hersenen afspeelt.

Ik denk dat schaakgrootmeesters op een andere manier de mogelijke zetten langslopen dan de computer doet, maar welke methode ze ook gebruiken, wanneer het door een computer zou gebeuren, zou de methode even 'blind' zijn. Sommige wetenschappers bijvoorbeeld, schrijven de prestaties van schaakgrootmeesters toe aan hun vermogen om hun actuele positie op het bord te vergelijken met zeg tienduizend stellingen die zij eerder hebben bestudeerd. We zeggen dan dat hun spel van 'inzicht' getuigt, terwijl de juiste van de tienduizend mogelijke zetten hen 'gewoon inviel'.

Als we hetzelfde lieten doen door een computer, zou de truc duidelijk worden, omdat we kunnen nagaan hoe hij alle 10.000 zetten langsloopt. Echter, als de 'onbewuste', digitale methode tot een intelligent resultaat leidt en het resultaat van de menselijke, algoritmische methode in wezen hetzelfde is, zijn dan niet beide methoden intelligent te noemen?

Wat kunnen we nu over Deep Blue zeggen? Wat als we hem nu eens een 'beetje intelligent' noemen? Zeker, zijn berekeningen verschillen op details van die van een schaakgrootmeester. Maar schaakgrootmeesters verschillen onderling op vele punten. Een uitdraai van de berekeningen die de computer van alle zetten heeft gemaakt, kan door een schaakgrootmeester probleemloos worden gelezen; zij spreken als het ware dezelfde taal.

Dat laatste is ook de reden waarom IBM weigerde om Kasparov nog tijdens de wedstrijd een computeruitdraai te geven van de dan gespeelde partijen. Dat zou hetzelfde zijn geweest als wanneer men afluisterapparatuur had geplaatst in de hotelkamer waar de computer de strategie met zijn secondant 'besprak'.

Beweren dat Deep Blue niet echt kan nadenken, is net zoiets als beweren dat een vliegtuig niet echt vliegt omdat het niet met zijn vleugels wappert. Natuurlijk, deze vooruitgang op het gebied van de kunstmatige intelligentie betekent niet dat er nu zicht is op een Grote Omvattende Theorie over het Denken. Naarmate het onderzoek langer duurt, is de nadruk meer en meer komen te liggen op stapsgewijze vooruitgang en bekommert men zich minder om dat ene magische antwoord op alle vragen over de intelligentie.

Er kunnen fascinerende vragen worden gesteld over ons gebrek aan kennis van wat zich in onze hersens afspeelt, en waarom ons bewustzijn is zoals het is. Maar toch kunnen we veel vragen over het denken beantwoorden zonder dat we het vraagstuk van het bewustzijn hebben opgelost.

Het is heel goed mogelijk dat computers eerder 'levend' worden dan 'intelligent'. Het vermogen waarmee Deep Blue was uitgerust, zal er ook toe leiden dat computers worden voorzien van verbeterde sensoren, wielen en grijpers die machines beter in staat zullen stellen op dingen in hun omgeving te reageren, inclusief de mens.

Ze zullen geen intelligente indruk maken, maar eerder worden beschouwd als vreemde dieren - maar die wel goed kunnen schaken.

Drew McDermott is hoogleraar computertechnologie aan de Yale Universiteit in de Verenigde Staten.

The New York Times/de Volkskrant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden