Deel 2: Vroeg opstaan, deur dicht, doorgaan

Het gaat door voor de hipste schilderkunst van het moment: werk van de Neue Leipziger Schule. Ofwel: figuratief, zinnelijk schilderen, dat toch hedendaags aanvoelt. Met een belangrijke rol voor de DDR-traditie. Maar de eerste sceptici dienen zich alweer aan.

Het gaat door voor de hipste schilderkunst van het moment: werk van de Neue Leipziger Schule. Ofwel: figuratief, zinnelijk schilderen, dat toch hedendaags aanvoelt. Met een belangrijke rol voor de DDR-traditie. Maar de eerste sceptici dienen zich alweer aan.

Men deed er alles aan, vorige week woensdagavond in een koud kerkje in Torgau – een stadje ter grootte van Edam diep in het oosten van Duitsland – om je het gevoel te geven in het centrum van de hedendaagse kunstgeschiedenis terecht te zijn gekomen.

Zelfs Richard von Weizsäcker, oud-president van Duitsland, was erbij gehaald. Via een vertegenwoordiger liet hij weten dat de hier getoonde schilderijen geen gewone schilderijen zijn, maar niets minder dan ‘uiterst belangrijk voor Duitsland’, ja, voor de positie van ‘Duitsland in de wereld’.

De curator, glimmend van genoegen, had de kunstwerken al in verband gebracht met de nieuwe Duitse identiteit; de belangrijkste bruikleengever zag de bijeenkomst in religieus perspectief en benadrukte dat Martin Luther dit kerkje in 1544 nog ingewijd had. En volgens regerend bondsminister Thomas de Maizière (CDU) verenigen de bijeengebrachte kunstwerken Oost- en West-Duitsland in zich.

In Torgau, vervolgde de CDU-minister, waren wij aanwezigen getuigen van niets minder dan de wereldtriomf van Young German Art. Om maar met deze Engelse term te benadrukken dat hier eenzelfde wonder gaande was als in de jaren negentig in Londen, met de Young British Art. Damien Hirst was echter passé, ‘de belangrijkste hedendaagse kunst van dit moment komt niet uit New York of Londen, zelfs niet uit Berlijn. Die komt hier uit Leipzig, uit Sachsen.’

Zo klonk dat dus, in dat koude kerkje, onderdeel van het oude Renaissanceslot Hartenfels, allemaal omdat het stadje onderdak biedt aan zeventig schilderijen van 29 kunstenaars, onder de titel Made in Leipzig. Kunstenaars die volledig verschillen in stijl, maar die met elkaar gemeen hebben dat ze in Leipzig gestudeerd hebben, vlakbij Torgau, aan de Hochschule für Grafik und Buchkunst.

Een gemoedelijk-ouderwetse schoolnaam, waaraan toch allerminst de geur van artistieke sensatie kleeft, zou je denken. Zijn schilders worden echter sinds een paar jaar musea en galeries binnengesleept als 21ste-eeuws kunstwonder. Ze worden genoemd: Neue Leipziger Schule. De bekendste representant: Neo Rauch, wiens werk een unieke combinatie zou bevatten van de moderne tijd, de in West-Europa vergeten schildertraditie, en de overwinning van de moeilijkheden van de DDR-dictatuur.

Rauch leerde het vak van zijn DDR-meesters, en geeft op zijn beurt al sinds vijftien jaar zijn kennis door aan nieuwe generaties, zoals Matthias Weischer, David Schnell, Tilo Baumgärtel, Martin Kobe.

En niet zonder gevolgen. De dag na de opening in Torgau, op weg naar de plek waar het allemaal om draait, klinkt het in de taxi in Leipzig: ‘De schilders! Wereldsucces! Hotel met Neue Leipziger Schule Arrangement?’ Je hoeft het de taxichauffeur niet eens te vragen, hij begint er zelf over. Feilloos weet hij de succesverhalen te beschrijven, inclusief de DDR-kunstgeschiedenis in het algemeen. Ook weet hij de opvallende politieke betrokkenheid van de schilders tot één woord terug te brengen: geld.

Eerst dus maar de harde cijfers rondom de ‘nieuwe Leipzigers’. Het voorlopige hoogtepunt was afgelopen winter, tijdens de novemberveilingen van de Amerikaanse kunstmarkt. Van Neo Rauch werd niet anders verwacht – zijn werk was de laatste tien jaar al met 2000 procent in prijs gestegen. Maar nu werden hier ook voor de jonge Leipzigers bedragen neergeteld die tot voor kort voor klassieke meesters voorbehouden waren.

Matthias Weischer, een ernstige jongeman van niet eens 35 jaar oud, zag voor zijn schilderijen opeens meer dan 400 duizend dollar neergelegd worden. Gejubel alom voor Leipziger kunst, die, in de woorden van Joachim Pissarro, curator aan het Museum of Modern Art in New York, ‘suddenly the hottest thing on earth’ is.

Over het waarom van het succes heerst opvallende eensgezindheid. ‘Hier in Leipzig wordt tenminste nog echt geschilderd’, zegt de taxichauffeur, en met hem Made in Leipzig-curator Hans-Werner Schmidt, directeur van het in 2004 gloednieuw heropende Museum voor Beeldende Kunst in Leipzig. Aan de buffettafel in Torgau is een lint met een tekst er op bevestigd. Het is een citaat van Arno Rink, de eerste rector van de Hochschule na de Wende, nu het motto voor de tentoonstelling. ‘De nadelen van de Muur zijn bekend’, zei Rink aan het begin van de jaren negentig, ‘maar als voordeel zou je kunnen noemen dat wij de mogelijkheid hadden te werken in de traditie van Cranach en Beckmann. Het beschermde de kunst tegen de invloed van Joseph Beuys.’

Het is het heldenverhaal van de Leipziger Schule geworden. De Leipzigers worden als schildergroep tegenover de gangbare trends van conceptuele video’s en installaties geplaatst, en geroemd om figuratief, zinnelijk schilderen, dat toch hedendaags aanvoelt.

Zo is Christiane Baumgarten op Made in Leipzig present met een zwart-witte papierafdruk van een snelweg in de nacht. Het is een traditionele houtsnede-afdruk, maar dan wel van een hedendaagse videostill. Matthias Weischer werd bekend met grote schilderijen van beklemmende interieurs in retrokleuren, maar is in Torgau dan weer te zien met een serie auto’s op doek. Annette Schröter maakt metershoge papierknipsels met decoratieve vormen – die samen een vrouwelijke terroriste vormen, met wapen en hoofddoek. Martin Kobe schildert enorme architecturale constructies, die er uit zien alsof het digitale computeranimaties zijn.

Hoe divers en eigentijds ook, het is vooral de heroïsch-nostalgische achtergrond van Leipzig die steeds benadrukt wordt. Rauch plaatste zichzelf onlangs nog in Der Spiegel tegenover de intellectuele afstandelijkheid van de Documenta, en daarmee tegen de vernieuwingsdrift van de kunstwereld in het algemeen. Een belangrijke rol is weggelegd voor de DDR-traditie.

De kunstacademies in het westen van Duitsland hebben in de jaren ’60 en ’70 namelijk hun klassieke onderwijsprincipes overboord gezet. Men onderwees er geen anatomie en modeltekenen meer, het concept stond voorop.

In Leipzig is het klassieke schilderonderwijs wel bewaard gebleven. Ook nu nog, achttien jaar na de Wende, leert iedere leerling, of het nu fotografie, ontwerpen of schilderen betreft, eerst de handwerkbasis; skeletten-, anatomie- en modelstudie.

De ironie van de geschiedenis is echter dat de school in Leipzig er een enorme aantrekkingskracht mee heeft gekregen bij West-Duitse kunststudenten. Zodat het overgrote deel van de huidige successchilders uit Leipzig op dit moment oorspronkelijk gewoon uit het westen van Duitsland komt.

Het toont aan dat de kunstpraktijk net wat ingewikkelder is dan de verhalen op de kunstmarkt willen doen geloven.

Een bezoek aan de Hochschule für Grafik und Buchkunst in Leipzig bevestigt dat. Geen groter contrast tussen de glamourwereld van de Amerikaanse kunstmarkt en de geconcentreerde sfeer op de Hochschule. De gangen zijn leeg en wit, de ateliers dicht. Hier wordt gewerkt. Op sommige deuren zijn papiertjes bevestigd: ‘Hier werken de leerlingen van Neo Rauch’. Jaarlijks komen er ongeveer driehonderd aanmeldingen voor de schilderafdeling, er worden twintig leerlingen aangenomen.

In een van de ateliers zit Stefan Guggisberg, een jong Zwitsers talent uit de klas van Rauch. Om hem heen hangen, naar goed Leipziger gebruik, enkele metershoge schilderijen in wording. Een bed is erop te zien, zwevend in het donker, duistere, golvende wolkmassa’s erboven. Op deze school, zegt Guggisberg, hoeft hij met zijn haast symbolistische fin-de-sièclestijl niet ‘bang te zijn dat ik uitgelachen word. Soms heb ik het idee dat ik tegen de kitsch aanzit, maar dat kan hier gewoon’. En of hij nu traditioneel werkt? ‘Misschien omdat ik van Neo Rauch heb geleerd gewoon hard te werken, 9 uur beginnen, deur dicht, doorgaan.’

Van de hype, zegt Guggisberg, hoorde hij pas toen hij al op de school aangenomen was. Ieder jaar in februari is er namelijk een bezichtiging, en de laatste drie jaar is dat een pelgrimsoord geworden voor winstzoekende verzamelaars. Dit jaar wilde de school een grap uithalen: voor 30 euro kon je een Leipziger (klein) werk kopen, anoniem, en iedereen deed mee.

Het was een hele vette knipoog naar de overspannen vraag naar jonge Leipzigers. Maar de belangstelling was enorm, alsof men leek te hopen op een financiële klapper. Guggisberg moet er zelf ook om lachen. Want of zijn werk wezenlijk anders is omdat hij van deze school komt? Laatst hadden ze een tentoonstelling met studenten uit Düsseldorf: ze zeiden tegen elkaar, ‘als we nu de namen verwisselen, ziet er dan echt nog iemand wie er uit Leipzig komt?’

In het café van de school schudt Julia Blume meewarig haar hoofd. Ze is docente kunstgeschiedenis op de school, net zoals haar vader dat was, nog onder het DDR-regime. Over de Neue Leipziger Schule kan ze kort zijn: ‘Het is een mythe.’

Zeker, het is waar, dat van die gedegen klassieke opleiding. Maar het is niet het enige verhaal. Na de Wende wilde niemand naar de opleiding schilderen, schilderkunst was ouderwets in vergelijking met de nieuwe disciplines, zoals mediakunst.

De opleiding is nu gemoderniseerd, tot verdriet van ‘een aartsconservatief als Rauch’, maar met instemming van andere docenten: leerlingen krijgen maar liefst 20 procent theorie, geen klassieke kunstgeschiedenis, maar veel eigentijdser. Zo zijn er colleges geweest over Big Brother, over Second Life, en tentoonstellingen over modetijdschriften. En de docenten komen overal vandaan.

Blume is er helder in: er bestaat dus geen ‘één school, één recept, één stijl’. Zonder een voormalig naaktmodel van de school zou er zelfs nooit een term als Neue Leipziger Schule zijn geweest.

Gerd Harry Lybke, inmiddels de zeer gegoede eigenaar van galerie Eigen + Art, leerde als model in de jaren tachtig de student Neo Rauch kennen. Lybke heeft Rauch uiteindelijk in de internationale kunstwereld gelanceerd. Vanaf dat moment creëerde hij ook het concept Neue Leipziger Schule, voor alle jonge schilders die van de school kwamen, hoe verschillend ze ook waren.

Dat gebeurde niet direct na de Wende, maar pas vanaf de late jaren negentig, toen de tijd (en de kunstmarkt) er rijp voor was. Het was de tijd dat figuratieve kunst uit China, Amerika, Duitsland en ook Nederland (Marlene Dumas) plotseling voor recordprijzen werd aangekocht, met onder anderen Charles Saatchi als aanjager.

Ach, zegt Blume, de Amerikanen willen zo graag het moeilijke Duitse verleden verbeeld zien in de kunst uit het voormalige Oostblok. En ze willen zo graag een label voor degelijkheid, voor traditie. ‘Het begrip Leipzig is zoiets als Mercedes geworden. Er worden predikaten aan gegeven, zoals solide, degelijk, betrouwbaar.’ Waarom er dan toch zoveel schilders uit dezelfde school succes kunnen hebben? ‘Dat komt door onze methode, een mengeling van klassiek onderricht en sterke inhoudelijkheid.’

In de stille wandelgangen van de HGB lopen we Günter-Karl Bose, docent typografie, tegen het lijf. Hij is nog sceptischer: welke methode er ook is, het succes van Leipzig is al voorbij. Het waren de jaren negentig die dat succes voortbrachten, ‘door de confrontatie van tegengestelden, zonder dat het destructief werd’.

Het was een tijd van traditie en vernieuwing, van DDR en markt, van een oude kunsttraditie en een stad die autobanen aanlegde. ‘Er heerste een just do it- sfeer, maar nu denken we allemaal veel te veel na.’ ‘Systemen die teveel succes hebben’, zegt Bose glimlachend, ‘blijven stil staan’.

De voormalige Oostblokstad Leipzig ondergaat ondertussen nog steeds de gevolgen. Eind april is het weer zo ver, vertelt de taxichauffeur. Overal komen ze vandaan, de verzamelaars en nieuwsgierigen, uit Amerika, Azië, Rusland, ‘in hun privéjets’. Allemaal naar dat oude fabrieksterrein, de Baumwollspinnerei, waar zich sinds enkele jaren een deel van de ateliers van de schilders bevindt en een reeks galeries.

Een keer per jaar is er de Rondgang, het begin van het nieuwe tentoonstellingseizoen, waar de kunst aan de wereld verkocht kan worden. De nieuwe Leipziger kunst is hierdoor tot een van de succesvolste Duitse exportproducten uitgegroeid.

Of de kunstmarkt en musea nu al op scepsis zitten te wachten, is dus de vraag. Zie het werk van de jonge schilder Stefan Guggisberg, en het moet gek lopen of hij wordt over twee jaar niet als Neue Leipziger de markt op geslingerd.

Ook al is hij Zwitser, ook al had hij bijna gekozen voor een opleiding in Amsterdam. Guggisberg zegt er van te gaan genieten: ‘Wij maken nu mee wat je als kunstenaar bijna nooit meemaakt: dat de wereld heel erg geïnteresseerd in je is. Je weet nooit hoe lang dat duurt.’

Made in Leipzig. Oude en nieuwe Leipziger School uit de verzameling Essl. Schloss Hartenfels in Torgau. T/m 31 oktober. www.madeinleipzig.de; 28 April is in de Baumwollspinnerei in Leipzig weer de jaarlijkse Rondgang langs ateliers en galeries, www.spinnerei.de. Zie ook weblog www.vk.nl/kunstencurry over een performance in Berlijn van die andere succesvolle ‘Young German Artist’: Jonathan Meese.

Bernhard Heisig, Der kleine Katastrophenfilm 1 (1977/78 en 1985)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.