Debuutthriller van garagerocker Josh Malerman zit goed in elkaar

Debuutthriller zit goed in elkaar

Foto LET OP CREDIT: Doug Coombe

Ze noemen het horror. Hoorde ik pas achteraf. Wat zou er gebeurd zijn als ik van tevoren geweten had dat het debuut van Josh Malerman niet een volgende Scandinoir-klapper was, maar het horrordebuut van de leadzanger van de Amerikaanse garagerockband The High Strung? Vermoedelijk was ik er nooit aan begonnen. Horror, ik wist het zeker, was een genre voor andere mensen. Niet voor mij. En van onbekende garagerock ging mijn bloed ook al niet sneller stromen.

In De kooi begint Malerman kalmpjes aan. Een vrouw, Malorie, besluit met haar volkomen afgerichte kinderen - Jongen en Meisje - een huis te verlaten waar ze al meer dan vier jaar niet uit is geweest. De kinderen, beiden 4 jaar, hebben nog nooit buitenlucht gezien en wandelen nu met hun moeder geblinddoekt door een post-apocalyptische wereld, naar een rivier, naar een achtergelaten boot.

Op zoek naar de rest van de wereld.

Een opening die je in iedere thriller van het ruigere soort kunt aantreffen. Tot de onvermijdelijke flashback. Hoe is het allemaal zo ver gekomen met Malorie, Jongen en Meisje, waarom houden zij hun ogen zo krampachtig gesloten en o ja: waar is de rest van de mensheid? Wat is er vier jaar geleden zo gruwelijk fout gelopen?

Gruwelijke epidemie

Het begon allemaal met een epidemie van onbegrijpelijke incidenten: gruwelijke zelfmoorden, doodnormale mensen die elkaar om zeep begonnen te helpen... Op internet noemden ze 't Het Probleem. Ergens rond die tijd kwam Malorie erachter dat ze zwanger was. Haar zus Shannon, met wie ze in een staat van gewapende vrede samenwoonde, begroef zich in de 24/7-nieuwsberichten over Het Probleem, net zo lang tot het werd afgeraden om de straat op te gaan.

Er was Iets.
Iets wat al die doden verbond.
Iets wat ze hadden gezien.
En dat Iets bevond zich buiten.

We bevinden ons nog in het begin van De kooi en ergens hier wordt Malermans thriller horror. Zijn beschrijvingen van de dood, het verderf en de badkuipen vol bloed die zich samen met het Iets over de wereld verspreiden, winnen aan visuele kracht - niet per se aan literaire kracht trouwens. Wat volgt, is een wanhopige vlucht van Malorie, naar een huis waar de overlevers van de stad samenkomen.

En dan wordt alles zwart.

Minimaatschappij

Het grootste deel van De kooi speelt zich af in het donker. Alle bewoners - mannen, vrouwen, nog een zwangere vrouw en een hond - hebben het huis afgezonderd van de buitenwereld. Geen contact meer met wat voor gruwelijks er buiten dan ook maar mag ronddwalen. In je eigen minimaatschappij overleven op vervuild water en blikvoer. Iedere dag willekeurige nummers bellen, in de hoop dat er iemand opneemt.

Tastend leven. Tot de pleuris uitbreekt of het Iets binnendringt.

Het ligt voor de hand te denken dat Malerman Stephen Kings The Mist (waarin een groep supermarktbezoekers zich teweerstelt tegen monsters die uit een mistbank komen zetten) grondig gelezen heeft. Horrorjongens onder elkaar, immers. Maar een groep willekeurige mensen die moeten zien te overleven in een gebouw, zonder te weten wat er zich buiten dat gebouw afspeelt: dat kennen we ook uit andere genres. Eenzelfde situatie is het decor van Hanna Bervoets' Alles wat er was en in José Saramago's De stad der blinden zijn alle door een mysterieuze epidemie getroffen mensen in het ziekenhuis nog blind ook - op eentje na.

Buitengewoon spannend

We hebben er met Malerman niet meteen een kandidaat voor de Nobelprijs bij, want de stijl in De kooi laat te wensen over; een positivo zou het taalgebruik 'functioneel' noemen. Bovendien: erg veel dialoog. Zelfs als Malorie in eenzaamheid is achtergebleven, praat ze gewoon door. Tegen zichzelf.

Prettig dus dat het verhaaltechnisch allemaal wel prima voor elkaar is: de sprongen terug in de tijd geven precies voldoende prijs om de spanning voortdurend op peil te houden en boven alles weet Malerman de angst voor (en tegelijk: de nieuwsgierigheid naar) het onbekende gevaar uitstekend voelbaar te maken. Na De kooi snap je weer een klein beetje beter waarom je in een auto die op de snelweg rijdt toch altijd heel even moet fantaseren over het openen van het portier.

Ze noemen het horror. Je zou het ook best een thriller kunnen noemen. Bovenal is De kooi gewoon buitengewoon spannend.

(Overigens: The High Strung valt bij nadere beluistering ook helemaal niet tegen.)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.