BoekrecensieDe slaap die geen uren kent

Debutant Sebastiaan Chabot wil iets té creatief zijn ★★★☆☆

Het debuut van Sebastiaan Chabot barst van de spitsvondigheidjes, creatieve vondsten en originele beelden. Zijn hoofdpersonen hadden wel wat meer aandacht verdiend.   

Beeld Anton Corbijn

Altijd leuk, als je een blurb van een schrijver met internationale allure op je debuutroman kunt zetten. Sebastiaan Chabot (1989), die de prestigieuze master Creative Writing aan New York University volgde, kreeg een fijne quote van zijn leermeester Jonathan Safran Foer. Die noemt De slaap die geen uren kent een roman vol ‘verbeeldingskracht’.

1950. We sjokken de roman binnen met ene meneer Kuschfeld die verantwoordelijk is voor de straatverlichting in Reichsburg, een Duits gehucht. Na een nogal lang uitgesponnen vergadering van het ‘Reichsburg Comité voor Naoorlogse Heroverwegingen’ krijgt deze uitgebluste vijftiger de opdracht alle lantarenlampen te vervangen. Er zijn flitsender manieren om een roman te beginnen.

Maar dan duikt er tijdens Kuschfelds nachtelijk werk een vreemde figuur op; zijn ‘alternatieve zelf’, een evenbeeld dat alles heeft gedaan wat Kuschfeld heeft gelaten en andersom. Hij is het niet eens met Kuschfelds voornemen binnenkort uit het leven te stappen. Want ‘onbevraagd’ en ‘onbeboet’ zijn laatste adem uitblazen, dat gaat zomaar niet. Doelt dit alternatieve zelf op ‘de kleine maar doorslaggevende rol’ die Kuschfeld in de oorlog gespeeld heeft?

Vier generaties later wordt Kuschfelds portret verbrand door achterkleinzoon Victor, die indruk wil maken op een vriendje. Victors vader Kurt realiseert zich vervolgens dat hij eigenlijk niets over zijn grootvader weet. Hij besluit navraag te doen naar de familiegeschiedenis en komt te weten dat zijn eigen vader ‘de gangbare zonde’ heeft begaan.

Beeld Atlas Contact

Creatief schrijven

Chabot heeft onmiskenbaar talent en zet zijn fantasie met veel bravoure in. Dat levert een paar prachtige, originele beelden op, zoals stamgasten in een kroeg met ‘hun levens als een pet op de bar gelegd’ en een herinnering aan iemands huid, ‘feilloos zoals je een porseleinen kopje zou onthouden’. En in allerlei quirky woordjes, zoals ‘wandelstokgelukkig’, ‘sproetligging’, ‘windvingers’ en ‘vergadervuur’ zien we de invloed van Foer terug.

Maar het is ook juist dat creatieve schrijven waarmee Chabot uitschiet. Te lang heeft hij zitten prutsen aan zinnetjes die bijzonder moeten zijn maar van de weeromstuit houterig zijn geworden: ‘Roken zou hem de benodigde houding hebben gegeven om te blijven hangen en kijken’, ‘Van de avondrand klapte een vleermuis ondersteboven met zijn vleugels om een betere hangpositie te bewerkstelligen’. Te content met zijn eigen lolligheid neemt Chabot de bureaucratische toestanden op het stadhuis van Den Haag op de hak (‘Maar dat gaat zomaar niet, meneer’). Het wemelt van de bijfiguren met kluchtige namen en elk hun eigen geschiedenisje. Maar waarom?

Te vrijblijvend

Had Chabot niet beter wat meer aandacht kunnen besteden aan zijn hoofdpersonen? Want die blijven nu wat vlak. Neem die Kuschfeld, die dus niet meer wil leven. Niet vanwege een ondraaglijk schuldgevoel over zijn faciliterende rol bij de Endlösung, maar omdat hij ‘kalm en moe en zonder vervolgvragen’ is. Poeh hé. Zijn alternatieve zelf – dat zich presenteerde als een soort geweten – voert teleurstellend weinig uit, op het bezorgen van een liefdesbrief na. Kleinzoon Kurt is een goedgemutste huisvader die liever verstoppertje speelt met zijn vrouw dan te tobben over de oorlogsmisdaden van zijn vader. Victor is een aandoenlijk ventje maar wordt te vroeg naar bed – en daarmee het verhaal uit – gestuurd. Overigens ontkom je niet aan het gevoel dat er een generatie te veel in het boek zit, alsof de overgrootvader en de grootvader eigenlijk één persoon zijn.

Ze laveren allemaal te vrijblijvend door het verhaal. Wat staat er voor hen nou écht op het spel? Als er serieuze emoties opkomen, worden die vaak de pas afgesneden door Chabots ironische spitsvondigheidjes of mooidoenerij. Ja, verbeeldingskracht heeft de schrijver, maar dit debuut is te dartel om diepe indruk te maken.

Sebastiaan Chabot: De slaap die geen uren kent

Atlas Contact; 280 pagina’s; € 21,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden