filmrecensie Manta Ray

Debutant Phuttiphong Aroonpheng laat de kijker in Manta Ray dichten met beeld en geluid ★★★★☆

Manta Ray, vorig jaar bekroond in Venetië, biedt eerder een zinnelijke ervaring dan een helder verhaal.

‘Voor de Rohingya’, luidt de opdracht aan het begin van Manta Ray. Die woorden dienen als een anker in de zee van wonderlijke beelden die de Thaise schrijver en regisseur Phuttiphong Aroonpheng traag over je heen laat spoelen.

Neem alleen al de zwaargewonde man die door het hoofdpersonage, een niet bij naam genoemde geblondeerde visser, uit de zompige waterrand van een bos wordt gedolven. De hele film blijft onduidelijk waar deze zwijgende, misschien ook dove man vandaan komt. Waarschijnlijk is hij vanuit Myanmar, waar in 2017 volgens de VN duizenden mensen van de islamitische Rohingya-minderheid werden vermoord, naar Thailand gevlucht.

Aroonpheng houdt er duidelijk niet van zulke zaken expliciet en eenduidig ter sprake te brengen, zoals hij de meeste plotelementen van zijn speelfilmdebuut liever aanstipt dan uitwerkt. De visser (Wanlop Rungkumjad) is betrokken bij een organisatie waarvoor hij geregeld lijken in het bos begraaft, maar veel meer kom je niet te weten. 

Manta Ray, dat vorig jaar op het Filmfestival van Venetië tot Beste film werd uitgeroepen in de Orrizonti-sectie, biedt eerder een zinnelijke ervaring dan een helder verhaal. In navolging van geestverwante landgenoten als Apichatpong Weerasethakul en Anocha Suwichakornpong nodigt Aroonpheng zijn publiek uit om vooral associatieve, intuïtieve verbanden te leggen – om zelf met de beelden en geluiden te dichten.

De feestlampjes in de vissershut ­rijmen met het gefonkel van halfedel­stenen die bij volle maan uit de bodem van het bos verrijzen. De visser verzamelt de stenen als lokaas voor reuzenmanta’s, maar je kunt ze ook zien als de versteende zielen van de doden die volgens hem in het woud begraven liggen. Niet voor niets dwaalt de camera in een van de mooiste momenten over de glinsterende bosbodem, terwijl op de soundtrack, subtiel gemixt met krekelgeluiden, een woordloos klaagkoor van Rohingya-stemmen klinkt.

De visser verzorgt de drenkeling (Aphisit Hama) met vertederend geduld. Nadat hij hem Thongchai heeft genoemd, neemt de man geleidelijk de plek in van de vrouw (Rasmee Wayrana) die bij de visser woonde. De organisch ontstane relatie wordt even vanzelfsprekend door Aroonpheng uit de doeken gedaan, zoals in de prachtige scène waarin de visser en Thongchai duiken om hun uithoudingsvermogen te ­trainen en het beeld wordt gevuld door afwisselende close-ups van hun breed ­lachende, elkaar imiterende gezichten.

Op zulke momenten wordt de grens tussen de mannen steeds vager. Nadat de visser spoorloos is verdwenen en diens geliefde haar rentree heeft ­gemaakt, lijkt Thongchai de plek van de visser in te nemen. Zij het nooit volledig: wanneer Thongchai zijn oor aan de bosbodem te luisteren legt, zoals hij eerder de visser zag doen, vindt hij geen halfedelstenen maar een babylijkje. Het zegt veel over de kracht van het dromerige Manta Ray dat Aroonpheng ook voor zo’n ­gruwelijk beeld een plek vindt.

Manta Ray

★★★★☆

Drama

Regie Phuttiphong Aroonpheng

Met Wanlop Rungkumjad, Aphisit Hama, Rasmee Wayrana.

105 min., in 18 zalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden