Boekrecensie

Deborah Levy sluit de trilogie over haar leven geraffineerd en overtuigend af ★★★★☆

In het derde deel van haar memoires wisselt Deborah Levy reflectie af met verhalen vol vaart en humor. Het nabije en alledaagse rijgt ze soepel vast aan het grotere geheel.

Mirjam van Hengel
null Beeld Tzenko
Beeld Tzenko

‘Zelfs de meest arrogante vrouwelijke schrijvers moeten overuren draaien om een ego op te bouwen dat robuust genoeg is om januari mee door te komen, laat staan het helemaal tot december uit te zingen.’ Aldus Deborah Levy in reactie op George Orwells essay Why I Write uit 1946, waarin hij egoïsme een noodzakelijke eigenschap noemt voor een schrijver. In haar trilogie van memoires, waarvan zojuist deel drie, Onroerend goed, in het Nederlands verschenen is, gaat Levy met hem in gesprek en toont ze hoe bij Orwell het vrouwelijk perspectief geheel ontbrak – niet doordat hij het doelbewust negeerde, maar doordat die blinde vlek een eeuw geleden nog volstrekt vanzelfsprekend was.

Levy is een mild, tastend polemicus, ze valt niet aan maar vult aan. Daardoor staat haar trilogie stevig en vanzelfsprekend op zichzelf, zoals Orwells essay losstond van de wereld van een vrouw die wilde schrijven. Levy’s reeks neemt haar eigen biografie als uitgangspunt, zoals de onlangs overleden Joan Didion steevast vertrok vanuit haar persoonlijke omstandigheden of Simone de Beauvoir haar eigen lichaam een rol liet spelen in het nadenken over de wereld. Alsof de tegenstem van het apodictisch mannelijk betoog het best gevormd kan worden door een stem vanuit de ervaring. In het geval van Levy is het in elk geval heel overtuigend, soms zelfs overrompelend en altijd stilistisch innemend – ze schrijft tegelijk voluptueus en helder.

In de drie boeken spelen plekken en huizen een grote rol. In het eerste deel (Dingen die ik niet wil weten) reist de ik-verteller naar Mallorca en onderzoekt ze haar moederschap, jeugd en beginnend schrijverschap. In het tweede (De prijs van het bestaan) zwoegt ze als pas gescheiden vrouw op haar e-bike naar haar nieuwe flat, die een gure, onherbergzame indruk maakt, een heel ander onderkomen dan het gezinshuis dat ze verliet.

In het heden aanbeland

In Onroerend goed is ze aanbeland bij wat het heden lijkt te zijn. De verteller wordt 60, ook haar jongste dochter verlaat het huis en zijzelf trekt voor een tijdje naar Parijs, naar een appartement met weinig meer dan een bed, een stoel, twee kopjes en een broodplank. Een lege ruimte die een lege nieuwe episode symboliseert en een (bijna iets te) voorbeeldig decor vormt voor het thema van dit deel: gedroomd leven, verlangd leven, het leven dat er niet is. Als rode draad door het boek loopt het verlangen naar een huis in zuidelijke streken met luiken, een granaatappelboom in de tuin en water om in te zwemmen vlakbij. Een huis dat ze niet bezit en waarschijnlijk ook nooit zál bezitten.

De andere rode draad is de gedroomde bewoner daarvan: het personage waarnaar ze op zoek is. In het onderzoek naar zichzelf en haar rol als schrijver neemt Levy geen genoegen met een eenvoudig ik dat ze zelf is, ze zoekt een persona, een vrouw die haar hoofdpersoon kan zijn. Dat spel speelt ze geraffineerd. Het is vanzelfsprekend om te geloven dat het Deborah Levy is die, net gearriveerd in Parijs, twee paar opvallende, sexy schoenen koopt en dat zíj het is die er iemand anders door wordt (‘aangezien je nu twee paar nieuwe caractèreschoenen hebt, kun je het creëren van het zoveelste thuis net zo goed even onderbreken om in een ander personage te stappen’). Maar tegen de tijd dat ze de schoenen wegdoet, is duidelijk dat ze als die van Assepoester zijn: instrumenten om een bepaalde fictie op te zoeken en om weer uit te schoppen op weg naar het volgende verhaal.

Deborah Levy Beeld Getty
Deborah LevyBeeld Getty

Verdwenen verlangens

In het eerste deel van de trilogie citeerde Levy niet voor niets ook George Perec, de auteur van formidabel impliciet autobiografische teksten. Perec, meester in het vermijden van psychologiserende taal, onderzocht zijn diepste zelf door te omcirkelen, door te schrijven over dingen en huizen, over wat hij at en waar hij woonde – zelfonderzoek dat tegengesteld is aan het bekentenisproza dat ons dagelijks om de oren waait.

Levy doet iets vergelijkbaars. Vermogen en verlangen vertaalt ze naar huizen, de lichamen rond lichamen waarin we onszelf uitdrukken. In haar fantasie staat het onroerend goed te dampen van schoonheid en het verlangen daarnaar is tevens een brug naar het gedroomde ik. Waar ze zich aan het begin nog afvraagt waarom ze zo geïnteresseerd is in verdwenen vrouwelijke personages – een van haar voorbeelden is de verdwenen Lila uit Ferrantes De geniale vriendin – realiseert ze zich gaandeweg dat het haar vooral gaat om vrouwen wier verlangens verdwenen zijn geraakt, de kop ingedrukt.

Wie bezit de verlangens van (schrijvende) vrouwen? Cruciaal is de scène waarin een mannelijke schrijver op een feestje iets laatdunkends tegen haar zegt en ze schrijft: ‘De waarheid was dat hij alle vrouwelijke schrijvers beschouwde als pachters van zijn land.’

De perfecte metafoor

Levy, opgegroeid in een wereld waarin het marginaliseren van vrouwen geen enkel punt was, heeft met haar ‘onroerend goed’ haar perfecte metafoor gevonden. Het raffinement zit hem in het concrete en instrumentele. Ze wisselt reflectie (‘had ik het er goed vanaf gebracht? Wie beoordeelde dat?’) af met verhalen vol vaart en humor – hoe ze zorgvuldig uitgekozen verjaardagscadeautjes bij het vuilnis gooit; hoe de zolen van haar stadse brogues loslaten aan zee in Griekenland – en rijgt het nabije en alledaagse soepel vast aan het grotere verhaal: het verhaal van de poging een bestaan in de hand te houden, op maat te krijgen.

Levy zoekt geen huis of schoenen, ze zoekt rust om te werken, warmte van vriendschap, erkenning voor het schrijven. En haar vraag naar wie ‘de vrouwelijke schrijver’ is, is dezelfde als naar wie ze zelf is.

Deborah Levy: Onroerend goed. Uit het Engels vertaald door Astrid Huisman en Roos van de Wardt. De Geus; 288 pagina’s; € 23,50.

null Beeld De Geus
Beeld De Geus
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden