KunstrecensieBreitner vs Israels – vrienden en rivalen

De zwoegende Breitner triomfeert glorieus over natuurtalent Israels ★★★★☆

Een mooi ingerichte expositie in Kunstmuseum Den Haag belicht de vriendschap en rivaliteit tussen twee stadschroniqueurs. 

Isaac Israels (1865-1934), Zelfportret met bolhoed, 1882. Beeld Particuliere collectie

Een stare down! In een van de eerste zalen van Breitner vs Israels kijken de zelfportretten van George Hendrik  Breitner en Isaac Israels elkaar aan, als boksers voor de wedstrijd. Het Israels-portret, een jeugdwerk, toont de schilder in kiel, en met een bolhoed op zijn hoofd. De beeltenis is meer uitgewerkt dan die van Breitner, maar ook tammer. Meer keurig. Breitners zelfportret is juist helemaal niet keurig. Hij portretteerde zichzelf van onderaf, met rossige baard en geheven wenkbrauw. Zijn blik heeft iets brutaals. Er spreekt lef uit. Was de tentoonstelling werkelijk een bokswedstrijd, dan wist ik wel op wie ik mijn geld zou zetten.

George Hendrik Breitner (1857-1923), Zelfportret met lorgnet, ca. 1892.Beeld Kunstmuseum Den Haag

De mooi ingerichte expositie gaat over de vriendschap en rivaliteit tussen de twee stadschroniqueurs. Hoewel, vriendschap... Breitner (1857-1923) en Israels (1865-1934) namen lessen op dezelfde academies (in Den Haag en Amsterdam) en behoorden tot dezelfde scene (De Tachtigers), maar van amicaliteit tussen de twee blijkt amper sprake. Van kift en competitie des te meer. In het Kunstmuseum zie je ze elkaar vooruit katapulteren en terugtrekken, als waren ze aan elkaar verbonden door een onzichtbaar stuk elastiek.

Het waren heel verschillende mannen, met heel verschillende karakters en achtergronden. Breitner, die acht jaar Israels senior was, was de nukkige en asociale van de twee, niet per se een gast die je er graag bij had. Hem afzetten tegen Israels, dat is de zoon van een anonieme meelhandelaar versus die van ’s lands gevierdste kunstenaar (Jozef Israëls); het is de koppige zwoeger versus het luchthartige natuurtalent. Breitner beklaagde zich over zijn gebrek aan scholing en privileges; Israels mekkerde juist over zijn teveel eraan. Zij leken in de ander te bewonderen wat ze zelf niet bezaten. Ik wou juist dat ik jou was...

Israels had de meest flitsende start. Zijn portret van de begrafenis van een jager is indrukwekkend in z’n ontwerp en feilloze uitwerking. Was ‘Ietje’ werkelijk pas 17 toen hij dit volwaardige salonstuk vervaardigde? Breitners Cavalerie, dat hier als tegenhanger fungeert, is óók indrukwekkend, maar daar kwam dan ook een verflaagje of vijftien aan te pas. Breitner evenaarde nimmer Israels wufte brille en terloopse gemak. De eerste paar ronden in de expositie zijn ontegenzeggelijk voor de jongere kunstenaar.

Isaac Israel, De begrafenis van de jager, 1882.Beeld Kunstmuseum Den Haag
George Hendrik Breitner, Cavalerie, 1883-1888.Beeld Kunstmuseum Den Haag

Maar Breitner revancheert zich knap. Rond 1886 verhuisden hij en Israels ongeveer gelijktijdig van Den Haag naar Amsterdam, en daar werd George Hendrik wie hij altijd al was: een peintre du peuple, een volksschilder. Hij schilderde dampende paarden op de Dam en toeschietelijke werkmeiden op een briek veldbedje. Op z’n Breitners: met een beetje liefde, en heel veel morsigheid. Op Israels, die Breitners huisgenoot was (aan het Oosterpark), hadden deze schilderijen een verlammend effect. Terwijl zijn bovenbuurman monter door fabriceerde kwamen hem gedurende enkele jaren enkel schetsen en voorstudies uit de vingers.

George Hendrik Breitner, Drie schoolmeisjes op de brug bij de Westermarkt, ca. 1895.Beeld Particuliere collectie

Deze episode vormt het hart van de expositie, en Breitner triomfeert er glorieus. Hij heeft minder talent dan Israels, maar doet er meer mee; zijn stadsgezichten zijn gewaagder en besluitvaardiger dan die van zijn rivaal; werken als Zittend halfnaakt en Meisjes in de sneeuw tartten schoonheidsconventies en verkenden nieuwe artistieke regionen – ‘nieuw’ voor Hollandse begrippen dan. Israels impressies van etalage-plakkers op de Zeedijk ogen in deze context als sterk opgeblazen schetsen. De kunstige vingeroefeningen van een belegen wonderkind, dat zijn het. Eenmaal weg van Amsterdam en Breitner ontgroeide Israels die status. Hij richtte zich op zaken die meer in lijn lagen met zijn natuur en habitat: badgasten in het mondaine Scheveningen, lezende meisjes in Bois de Boulogne, societyportretten. Het zijn schilderijen van een man die zich tevreden stelt met ’s levens frivoliteiten. Ook Israels was geworden wie hij altijd al was.

Isaac Israels, Kermis met danspaar in de Jordaan, 1893-1895.Beeld Particuliere collectie

Afgunst en bewondering

Fascinerend aan de relatie tussen Breitner en Israels was de mengeling van afgunst en bewondering: beiden wilden de ander zijn. Breitner benijdde Israels om zijn toegang tot de gegoede klassen, en het gemak waarmee hij chique dames als model kreeg. Israels, op z’n beurt, keek met jaloezie naar Breitners autonomie: híj werd tenminste niet altijd maar vergeleken met zijn wereldberoemde pa. Op persoonlijk en thematisch vlak hebben Israels en Breitner ontegenzeggelijk veel voor elkaar betekend. Stilistisch is de invloed minder evident. Van onthutsende stijlbreuken of rigoureuze koerswijzigingen, zoals je die bijvoorbeeld ziet in de rivaliteit tussen Picasso en Matisse, is bij hen amper sprake. Beiden tuften voort op hun eigen spoor. Daar is een simpele reden voor: hun quasi-monochrome, gezwind geschilderde werken lagen al dicht bij elkaar. Gezien uit de verte of in een vermoeide bui kun je sommige goed voor die van de ander houden.

Breitner vs Israels – vrienden en rivalen

Tentoonstelling

★★★★☆

Kunstmuseum Den Haag, t/m 10 mei 2020

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden