'De zwarte kant van mensen fascineert me'

Met films als Total Loss en Nachtrit had Dana Nechushtan (38) al getoond dat de duistere kant van mensen haar intrigeerde....

‘Ik wilde vroeger uiteraard actrice worden’, lacht film- en tv-regisseur Dana Nechushtan. ‘Maar ik had te korte benen, vond ik zelf. Actrice, daar moet je de benen van Marlene Dietrich voor hebben en ik ben 1 meter 56. Ik zie er natuurlijk ook niet uit als een regisseur. Ik zou mezelf nooit casten voor die rol. Ik zie eruit als de make-up, de kleding of de catering.

‘Ik loop op de eerste draaidag altijd enthousiast op acteurs af om hallo te zeggen. Het is me al drie keer gebeurd dat iemand die mij niet van gezicht kent me dan chagrijnig om een broodje vraagt – het zijn nooit de beste acteurs die dat doen. En dan ga ik het ook brengen, hè, met een kopje koffie erbij. Komen ze een uurtje later op de set en dan gaat die juffrouw van de catering ze opeens vertellen wat ze moeten doen.’ Brede lach: ‘Dan worden ze gek.’

Maandagochtend half tien, het Amsterdamse bovenhuis van Dana Nechushtan en haar man Franky Ribbens. De oppas zet koffie en verzamelt schoenen en jasjes om hun kinderen Saro (3) en Ivy (2) mee naar buiten te nemen. Nechushtan zoekt ondertussen een haarborstel; ze komt net onder de douche vandaan. Ze verontschuldigt zich: ‘Ik kom eraan hoor. Normaal ben ik nooit zo laat, maar Franky is er niet. Dat was ik vergeten.’

Aan de koelkast in de open keuken hangen miniposters van films die Nechushtan maakte: Nachtrit, Dunya & Desie, en de tv-serie Annie M.G., over het leven van Annie M.G. Schmidt, die vanaf januari wordt uitgezonden. ‘Het moeilijkste dat ik ooit heb gedaan’, zegt ze daarover, terwijl ze aan tafel gaat zitten. ‘Mij werd gevraagd het script te lezen. Ik dacht: ik wil het best lezen, maar ik ga natuurlijk niet die regie doen. Ik ben helemaal niet opgevoed met Annie. Tot mijn 6de woonden we in Israël en ook daarna, in Nederland, las mijn moeder het niet voor. Ik wil het woord truttig niet gebruiken, maar dat vond ze wel, ze had er niks mee. Ik ook niet. Een lieve oude voorleesoma, dat was het beeld dat ik had.’

Maar dan nog: je zegt toch geen nee tegen een grote dramaserie op tv? ‘O, ik krijg heel veel aangeboden waarop ik nee zeg. Elke twee weken ligt er wel een script op de deurmat. En ik weet het altijd meteen als iets niet bij me past. Geld is nooit het uitgangspunt geweest, zeker niet voordat de kinderen er waren. Als ik het daarvoor zou doen, zou ik andere keuzen maken, maar gelukkig ben ik niet in die positie. Regisseren kost zo veel energie, zo veel van je eigen zijn, dat als je het voor het geld alleen doet, tja, dan word je een van de velen.

‘Goed, ik ga het script van Annie lezen en gaandeweg denk ik: Jezus, wat is dit mooi. Wat een groots liefdesverhaal en wat een waanzinnige vrouw. Een vrouw die zo naar liefde hunkerde dat ze haar talent pas kon ontplooien vanaf het moment dat ze haar man ontmoette. En nadat hij was gestorven, heeft ze eigenlijk nooit meer kunnen schrijven. Ze was totaal afhankelijk van hem. Maar niet erg gelukkig.

‘Mij boeit altijd de duistere kant van een mens. Ze kon heel gemeen zijn, dat vind ik zo geestig. Net als dat ze altijd zo jokte.’

Waarover jokte Annie M.G. Schmidt? ‘Over de oorlog bijvoorbeeld. Ze beweerde dat ze van alles gedaan had voor het verzet, maar dat was helemaal niet zo. En daar schaamde ze zich zo voor, dat ze het maar gewoon verzon. Mensen vonden dat schandalig.’ Schaterlach: ‘Maar ik vind het zó menselijk. Je kunt het een verhalenverteller niet kwalijk nemen dat ze een goed verhaal vertelt.

‘Doordat ik haar niet zag als een icoon kon ik denken: we gaan ertegenaan. Een ander zou misschien gedacht hebben: mijn God, het is wel Annie. Ik had dat helemaal niet. Nu wel. Nu is ze als familie van me, nu zou ik er niet meer aan durven komen.’

Waarom was de serie het moeilijkste wat je ooit hebt gedaan? ‘Het is vijfenhalf uur drama in zo veel verschillende stijlen: dan weer zwart-wit, dan weer technicolor, met dans en met liedjes, en met drie verschillende actrices die Annie spelen: Sanne Vogel, Malou Gorter en Annemarie Prins. Daarmee neem je enorme risico’s. Alleen al zwart-wit is een gok: mensen zappen weg, . Maar ik kon niet anders dan mijn visie tot in het uiterste doorvoeren. De reacties zijn goed; ik zat in de zaal bij een voorvertoning, nou, een half uur na afloop werd er nog gesnotterd. Maar het had ook anders kunnen uitpakken.’

Kun je je een mislukking permitteren als je met zo’n groot budget werkt voor zo’n groot publiek? ‘Het kan niet anders. Het is kunst, hè. Je begint te bouwen en je weet niet waar je eindigt. Je kunt alleen maar op je gevoel afgaan.’

Je had op safe kunnen spelen. ‘Ja. Maar dan mislukt het. Want dan verveel ik me.’

Niet dat Dana Nechushtan iets heeft tegen routineklussen. Al sinds ze afstudeerde aan de filmacademie regisseert ze commercials. ‘Dat is waarmee je het geld verdient. Ik heb het er altijd naast gedaan. Dr. Oetker, Knorr, LU, Honig. Vooral dingen met kinderen en eten, en vooral in Duitsland. Door Annie ben ik er twee jaar uit geweest, maar nu probeer ik er weer tussen te komen.’ Ze opent haar laptop om te tonen wat ze maakt voor zo’n pitch. Sfeerbeelden van lachende, blonde moeders met brave, blozende kinderen; niet de Nechushtan van heftige films als Total Loss of Offers, over een zelfmoordterroriste. ‘Klopt. Het is allemaal onzin, natuurlijk, maar de kans dat ik de Staatsloterij win, is klein.’

Haar eindexamenfilm Djinn (1994) werd meteen genomineerd voor een Oscar voor de beste studentenfilm. Total Loss, haar eerste bioscoopfilm, een zwartgallig verhaal over drie jonge mannen die zich doodrijden, werd echter neergesabeld. ‘Een van de meest wanstaltige Nederlandse producties sinds jaren’, schreef een recensent.

Wat doet dat met je, zulke kritiek? ‘Het haalt je compleet onderuit. Ook omdat ik tot op dat moment een zondagskind was. Ik had alleen maar succes gehad. En toen ging ik dus knock-out, en echt totaal. Ik was nog jong, ik had nog geen kinderen, geen relativeringsvermogen. Het was het einde van de wereld. Ik kan die film nooit meer zien zonder die kritiek te voelen.

‘Met die film wilde ik koste wat het kost mijn identiteit neerzetten – natuurlijk ga je dan de mist in. Maar zie eens wat er daarna allemaal is gebeurd. Spielberg heeft de film gezien, voor de hoofdrolspeler, Yorick van Wageningen, is het het begin geweest van een carrière in het buitenland. Ik heb met die film veel geprobeerd, ik nam mezelf bloedserieus. Zo hoort dat ook als je jong bent.’

Nachtrit, je film over de Amsterdamse taxi-oorlog, werd wel goed ontvangen. En toen was je kwaad dat jij als regisseur geen Gouden Kalf won. Sputtert: ‘Nou, kwaad. Kwaad is het woord niet.’ Harde lach: ‘Ik was woedend! Als je vier nominaties hebt – voor beste mannelijke bijrol, beste vrouwelijke bijrol, beste acteur en beste film – is dat toch een eigenaardige keuze. Acteurs spelen zo’n rol niet uit zichzelf.’

De filmposter wekte de indruk dat het een actiefilm was. Daar was je ook al niet blij mee. ‘Daarover ga ik niks zeggen. Alleen dit: als filmmaker lever je een film af bij een distributeur en daarna verlies je je invloed. Dat kan frustrerend zijn.’

Je waakt hartstochtelijk over je films. ‘Iedereen met gezond verstand begrijpt dat je een film als Nachtrit niet in dezelfde week moet uitbrengen als Zwartboek en Ober. Paul Verhoeven en Alex van Warmerdam: de twee grote mannen van de Nederlandse film! Dan zou ik het ook wel weten als ik die week naar de bioscoop zou gaan. Ik had er een heel slecht gevoel over, en daarin kreeg ik gelijk.’

Hoeveel mensen hebben die film gezien?

‘Vijftigduizend. Veel te weinig. Maar ik ben er niet zuur over, hoor. Die film heeft veel positieve aandacht gehad.’

Nadat ze was afgestudeerd aan de filmacademie, met een Oscar-nominatie op zak, gingen er meteen deuren voor haar open. ‘Zes aanbiedingen tegelijk. Goede tijden, slechte tijden. Dat dééd je niet, maar ik ben toch gaan praten. Zo kwam ik terecht bij de drama-afdeling van Joop van den Ende. Daar hadden ze een serie voor me, 20 plus. Een merkwaardige MTV-achtige jongerenserie voor Veronica; ze wisten zelf ook niet zo goed wat ze ermee aan moesten. Er werd me gezegd: ‘Kijk maar eens wat je ermee kunt.’

‘Ik weet nog dat ik thuiskwam en tegen mijn toenmalige vriend zei: ‘Het is zo raar, ik mag een serie gaan regisseren.’ ‘O’, zei hij, ‘als regieassistent?’

‘Ik heb zestien afleveringen gemaakt. Het was een speeltuin, niemand bemoeide zich ermee, er was niet eens een uitvoerend producent. Het was een onverwachte keus: met Djinn had ik een politieke film gemaakt, er lagen aanbiedingen van IKON en VPRO. Er is me in de kroeg letterlijk gezegd: ‘Als je zulke commerciële tv gaat maken, ben je echt een hoer.’ Recht in mijn gezicht. En niemand deed wat. Dat vond ik heftig. Maar het is zo belangrijk voor me geweest, ik was gek geweest als ik dat had laten lopen. Ik heb er veel van geleerd, ik heb er Yorick van Wageningen leren kennen, en Franky, mijn man.’

Hij acteerde in 20 plus. ‘Ik heb hem zelf gecast. We zochten een mooie jongen. Via via kwamen we aan hem, hij stond achter de bar ergens bij het Leidseplein. Ik zat hem puur beroepsmatig te bekijken, het was niet eens mijn type en toch wist ik meteen: daar staat mijn man. Meteen. Het heeft nog anderhalf jaar geduurd, want ik had een vriend en hij een vriendin, en ik wilde niks met een acteur beginnen. Maar het moest. Franky zegt altijd: ‘Er heeft een pitbull in mijn kuit gebeten en nooit meer losgelaten.’

‘De serie kreeg goede recensies. Ik weet nog dat ik bij Joop van den Ende zat en dat hij zei: ‘Hartstikke leuk allemaal, Dana, maar dat gaat dus floppen.’ Weer een schaterlach.’ Dat vond ik zo geestig. Met goede recensies had je volgens hem een probleem.’

Na je eindexamenfilm heb je altijd de scenario’s van anderen verfilmd. Heb je geen behoefte meer om je eigen verhaal te vertellen? ‘Ik hou niet van schrijven en er zijn mensen die het beter kunnen. Ik heb het omgedraaid: de verhalen komen naar mij toe. Zo gebeurt het ook. Gewoon, per post.

‘Alleen het verhaal van Djinn, over een Israëlische soldate die een Palestijn doodt en daarmee moet leven, zat al heel lang in mijn hoofd. Want als alles een beetje anders was gelopen, had ik het kunnen zijn.’

Tot je 6de woonde je in een kibboets. Hoe kwam dat zo? ‘Mijn moeder is Nederlands en joods, zij ging naar Israël om als fysiotherapeut in een ziekenhuis te werken. Daar heeft ze mijn vader ontmoet. Hij is socioloog. Hij had al twee zonen, mijn zus en ik zijn uit het huwelijk met mijn moeder.’

Wat herinner je je van de kibboets? ‘Ik heb er alleen maar mooie herinneringen aan. Het was er een soort Center Parcs, allemaal leuke huisjes in een groene vallei. De hele dag heb je kinderen om je heen, je speelt samen, je eet samen en alles wordt gedeeld. Maar in dat paradijs staat wel om de twintig meter een bunker. Je weet natuurlijk niks van de realiteit als kind, je hebt niet door in wat voor een negatieve situatie je zit.

‘De hele opvoeding daar is erop gericht een kind een positief beeld van z’n land te geven. Alle liedjes die je zingt, alle feesten die je viert, het is altijd: we waren slaven, nu zijn we bevrijd. Kinderen worden gewoon klaargestoomd voor het leger, het is zó nationalistisch. Ik ben er nog altijd blij om dat ik daaruit ben gehaald. Maar je ziet het nu in Nederland ook gebeuren, met dat ‘Trots Op Nederland’. Dat is zeer te verafschuwen. Een woord als ‘kopvoddentaks’, dat is niet onschuldig, het leidt tot haat. Hoezo, trots op Nederland? Omdat je hier geboren bent? Daarmee sluit je anderen uit. Israël is zo’n goed voorbeeld: zo word je een agressor.’

Heb je ideeën over een oplossing daar? ‘O, nee, totaal niet. Er staan daar twee getraumatiseerde samenlevingen tegenover elkaar, ik denk niet dat er een oplossing is. Mensen moeten stoppen met de beschuldigende vinger te wijzen: ja maar, zij gooien ook bommen. Dat ‘ja, maar’, dát moet ophouden. Mijn vader en mijn zus wonen daar weer. Mijn familie is heel links, maar zelfs zij zeggen het. Als ik de discussie aanga, zeggen ze: ‘Jij woont hier niet, jij hebt geen recht van spreken.’ En het idiote is: als ik hier in Nederland word aangevallen over Israël, verdedig ik het land ook.’

Toen je 6 was, verhuisden jullie naar Nederland. ‘Ja. Mijn moeder heeft het leven in de kibboets altijd ervaren als een gevangenis. Je moet je voorstellen: je moest alles delen. Eten in een eetzaal, geen eigen geld, één telefoon met z’n allen, gemeenschapswerk doen – de tuin, de bewaking – naast je gewone werk. Mijn oudste zusje sliep niet eens bij ons, omdat het in het systeem paste dat kinderen gezamenlijk werden opgevoed. Het is het toppunt van socialisme. Mooi als je ervoor kiest, maar voor mijn moeder was het een nachtmerrie.

‘In Nederland gingen we in Bennekom wonen, in een huisje in het bos. Ik ging naar de Vrije School. Mijn moeder is antroposofisch en de opvoeding was daar naar: tot mijn 14de mocht ik geen tv kijken – je moest je eigen fantasie ontwikkelen. En we aten hardcore biologisch-dynamisch, groente uit de aarde waarin nog geregeld een slak zat. Eigenlijk heel vooruitstrevend allemaal. Ik ben mijn moeder zo dankbaar dat ze me uit Israël heeft gered. Ik voelde me hier meteen thuis. Ik voel me heel Nederlands.’ Meteen, schaterend: ‘Maar ik ben er niet trots op.’

Op je 16de kwam je in een pleeggezin terecht. ‘Ja, al klinkt dat erger dan het was. Toen ik 12 was, zijn mijn ouders gescheiden. Mijn vader was te Israëlisch om hier te wonen. Hij ging terug. Mijn zus later ook. Mijn moeder was ongelukkig in die periode. Heel ongelukkig.

‘Ik werd een wild kind. Alles moest kapot. Prullenbakken intrappen, treinen ophouden, leraren pesten. Ik was een vreselijke puber. In Nijmegen ben ik van de Vrije School getrapt, nou, dan moet je van goede huize komen, hoor. Ik kon terecht op een Vrije School in Amsterdam, een havo, en ik ging wonen bij een gezin dat aan die school was gelieerd. Heel lieve mensen. Van de ene op de andere dag was het over, mijn gedrag. En alles viel op zijn plek toen ik werd aangenomen op de filmacademie. Ik wist al heel jong dat ik films wilde maken.’

Een opmerkelijke keus voor een kind dat van haar moeder geen tv mocht kijken. ‘Ja, de verboden vruchten, hè. In de kibboets ben ik eens stiekem naar Bambi gaan kijken, die op de muur van de eetzaal werd geprojecteerd. Dat mocht niet. Mijn moeder heeft me er weggehaald. Veel later, toen ik 21 was, draaide die film in Utrecht en zijn we er samen heen gegaan. Om het in te halen. We moesten zo huilen met z’n tweeën. Nog steeds vind ik het een van de heftigste filmmomenten aller tijden als de moeder van Bambi wordt doodgeschoten. Geen Godfather-scène die dat kan toppen. Ik zweer het je.

‘Ze nam me wel mee naar opera’s van zes uur lang. En naar Oblomov. Raar, hè? Het is een soort eigenwijsheid die ik nu wel kan waarderen. Je kunt het ermee eens of oneens zijn, maar ze heeft wel krachtige ideeën in haar kinderen gestopt.’

Hoe voed je zelf op? ‘Ik ben niet zo dogmatisch als mijn moeder, maar ik maak wel bewuste keuzen. De kinderen mogen wel tv kijken, maar niet naar alles. Maar ach, tv is ouderwets, dat gaat er helemaal uit. De vraag is: hoe ga je om met de computer?’

Heeft Franky zo’n zelfde achtergrond? ‘Hij komt uit een gezin van Jehova’s getuigen. Totaal het tegenovergestelde – nou ja, het is eigenlijk hetzelfde in een andere vorm. Hij is het allang niet meer. Hij is naar Amsterdam gegaan en hij heeft alles gedaan wat God verboden heeft om ervan los te komen.

‘Franky wilde heel graag kinderen. Ik niet, ik wilde ze nooit. Maar ze zijn toch gekomen, haha. En alle clichés zijn waar: ze zijn het mooiste wat me is overkomen – maar ik vind het wel heel ingewikkeld. Het kan eigenlijk niet met mijn vak, met mijn ambities. Het is dankzij Franky dat het gaat. Hij schrijft scenario’s – we werken nu samen aan een spannende serie voor de VARA, een beetje Fargo-achtig – maar hij zorgt vooral ook voor de kinderen. Door hem kan ik zijn wie ik ben. Ik realiseer me elke dag hoe bijzonder dat is.’

Van een film vol dood en verderf als Total Loss tot een feest voor het oog als Annie M.G.; je werk wordt steeds lichter naarmate je ouder wordt. ‘O nee hoor, het duister komt binnenkort gewoon weer terug. De zwarte kant van mensen fascineert me nu eenmaal.’

Wat is je eigen zwarte kant? ‘Jeetje. Die wil ik niet terugzien in de krant. Ik had me voorgenomen niet te jokken in dit gesprek. Vrienden hadden het ook gezegd: doe nu eens een interview zónder te jokken, Dana. Tot nu toe is dat gelukt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden