‘De zwaarte van de eerste huwelijksnacht is er nog’

De Britse schrijver Ian McEwan houdt van de korte roman, omdat die hem veel vrijheid geeft. De kracht van de beperking in plaats, tijd en handeling tekent zich ook weer af in zijn nieuwste, On Chesil Beach....

Sommige schrijvers weten zo weinig van hun eigen boeken, dat iedere vraag daarover hen schijnt te overvallen. Ontzet horen zij de duiding aan die uit een analytische vraag opklinkt, afwerend of verbouwereerd pareren zij zo’n vraag met een tegenvraag. Een enkeling valt zelfs bedremmeld stil. Maar er zijn er ook die alles van hun eigen boeken afweten, zich ieder geschreven detail herinneren als de uitkomst van een reeks afwegingen, iedere wending in het verhaal als een weloverwogen beslissing: zelfs wat er niet of niet meer staat, staat hun nog helder voor de geest.

Ian McEwan (Aldershof, 1948) verhoudt zich tot zijn werk als een instrumentmaker tot zijn vernuftig geconstrueerde instrument: er is geen radertje of hij weet waarom het juist daar geplaatst is en waarom het precies zoveel tandjes heeft.

‘Net als iedereen houd ik van de korte roman’, zegt hij over zijn jongste boek, On Chesil Beach, ‘een roman die je in één sessie kunt uitlezen. Daar zit voor de schrijver iets onweerstaanbaar aantrekkelijks in, een boek schrijven waarvan je weet dat de lezer ermee gaat zitten en niet opstaat, niet op hoeft te staan voordat hij het uit heeft. Voor enkele uren is hij in jouw ban.

‘Omvangrijke romans hebben onmiskenbaar hun grote charme. Maar hoe lang leest een mens tegenwoordig aan één stuk door in een boek – twee, drie uur? Een roman zoals Thomas Mann die schreef of Dostojevski, lees je in etappes – en dat brengt met zich mee dat je de structuur ervan nauwelijks tot je door laat dringen. Je doet er een week over, misschien nog langer, 25 hoofdstukken, vijf-, zeshonderd pagina’s. Alleen wie zo’n boek voor zijn studie leest, neemt de moeite het nogmaals te lezen en zich rekenschap te geven van wat de schrijver nog meer deed dan een verhaal vertellen. De architectuur ervan onhult zich pas bij herlezing.’

Hij is de meester van de roman-techniek, Ian McEwan, die speelt met verwachting en verrassing, die de lezer gijzelt met zijn betekenisvolle nauwgezetheid. Verleden week was hij even in Nederland om er de verschijning van de vertaling van zijn jongste boek te vieren. Die kwam officieel net iets eerder uit dan de oorspronkelijke Engelstalige editie, vanwege Mc-Ewans band met Nederland, met Amsterdam, vanwege zijn vriendschap met zijn Nederlandse uitgever, Jaco Groot. ‘Als ik hier vroeger over straat liep, verbaasden mensen die mij aanspraken zich erover dat ik geen Nederlands sprak, zozeer was ik kennelijk bij deze stad gaan horen’, vertelt hij niet zonder een zweem van bewondering. ‘Ooit zat ik met Freek de Jonge op een Amsterdams terras, waren er mensen die dachten dat ik wellicht een bijrolletje kreeg in diens nieuwste show!’

Huwelijksnacht

Huwelijksnacht
On Chesil Beach is opgezet als een suite voor klein orkest, als een vormelijk en plechtig stuk kamermuziek. En, net als in de muziek, is die vorm bedoeld om de emoties te beteugelen. Het boek vertelt het verhaal van twee jonge mensen, Engelsen tot in hun opperhuid, die in 1962, aan de vooravond van de grote veranderingen die alle conventies ter discussie zouden stellen en ten slotte hoogmoedig opzij zouden schuiven, hun eerste huwelijksnacht beleven in een traditioneel hotel aan de Engelse zuidkust. Bij Chesil Beach, inderdaad, het bekende kiezelstrand in Dorset, westelijk van Weymouth, geliefd recreatieoord van de Engelse kleinburgerij.

Huwelijksnacht
Samen souperen zij in de bruidssuite, samen verrichten zij de eerste expliciete seksuele handelingen van hun leven aan elkaar: allebei zijn zij, vóór in de twintig, nog maagd. Samen stuiten zij op de weerstand die onwetendheid, opwinding en verwachting opwerpen – en juist door de ondraaglijke spanning die dat oproept, scheiden hun wegen al voordat de defloratie heeft plaatsgevonden: huwelijksnacht mislukt, huwelijk afgeblazen.

Huwelijksnacht
Vijf hoofdstukken telt het boek, vijf hoofdstukken waarin fatale handelingen plaatsvinden of juist achterwege blijven, onherroepelijke dingen worden gezegd of juist onherstelbaar verzwegen, die hun verdere leven vermoedelijk zullen bepalen. Vijf hoofdstukken, twee, drie uur in de levens van twee jonge mensen: een drama. Twee, drie uur in een hotelkamer en op een kiezelstrand, met het levenslange huwelijk als inzet – ‘huwelijk’ rijmt op ‘gruwelijk’, maar, zegt McEwan, ‘marriage op carriage: je hoort de klokken luiden’. Vijf hoofdstukken: een tragedie, een klassieke tragedie zelfs, met conform het aristotelisch voorschrift de eenheid van tijd, plaats en handeling.

Zandkorrel

Zandkorrel
‘Het zijn maar enkele uren uit twee individuele levens, maar alles komt erin samen’, zegt de schrijver. ‘De metafoor is bekend, de hemel weerspiegelt zich in een zandkorrel; als we dit ene moment nauwkeurig observeren, alles wat zich erin voordoet onder de loep nemen en nagaan waar het vandaan komt en waartoe het leiden kan, dan komt vroeger of later de hele geschiedenis erbij kijken. Waarom spreken jij en ik hier en nu Engels met elkaar en geen Duits? We openen de poorten voor het ontketenen van het bewustzijn. In de kleine gebeurtenis, zo ingrijpend als die ook mag zijn voor de levens van die twee mensen, in het falen van hun eerste seksuele verrichtingen tijdens hun eerste huwelijksnacht, komt een lawine aan verwijzingen los – en het is aan de romanschrijver om die te exploreren.

Zandkorrel
‘Begrijp mij goed, ik verdedig hier niet een variant van de chaos-theorie die een opvliegende vlinder in laatste instantie verantwoordelijk stelt voor een vernietigende orkaan, maar een vorm van realisme. In een goddeloze wereld is geen organisatie, geen zingevende structuur. Afgezien van zijn naaste verwanten vindt een mens alle mensen met wie hij omgaat, zijn vrienden en zijn kennissen, volkomen per toeval. Juist door jezelf als schrijver zo klem te zetten in formele beperkingen als die van die eenheid van plaats, tijd en handeling, verschaf je jezelf alle vrijheid die je maar wilt.

Zandkorrel
‘Dat is de vrijheid van de klassieke, 19de-eeuwse roman: je kunt, door jezelf toegang te verschaffen tot de geesten van de twee mensen over wie je het hebt, teruggaan in de tijd, maar ook op de gebeurtenissen vooruitlopen. Dat is anders dan ik in Saturday heb gedaan, waar slechts één verteller is en – dat is waar – de tijd van vertellen tegelijkertijd ook gelimiteerd is, namelijk tot één dag uit diens leven. De technische reductie is met andere woorden helemaal geen reductie van je vrijheid.’

Zandkorrel
Vijf hoofdstukken moesten het zijn, van ongeveer achtduizend woorden elk. ‘En daarna kwam het op de toon aan.’ McEwan maakte lijstjes van wat die toon moest zijn: ‘tolerant’, ‘wrang’, ‘vergevingsgezind’. Het was hem erom begonnen die twee mensen in hun kwetsbaarheid te portretteren, als kinderen van een traditie. ‘Het is altijd te makkelijk om ze zodanig te beschrijven, dat je ze kunt uitlachen of veroordelen.’

Zandkorrel
En dus mocht er geen expliciete psychologie aan te pas komen, die van de man een typische man – ‘willen en kunnen altijd’ – en de vrouw een typische vrouw zou maken. ‘Nee, het ging om in die twee, drie uur hun hele leven te vangen. Soms, als ik erbij stil sta waar mijn eigen leven over gaat, dringt tot mij door dat ik het op de achterkant van een gebruikte enveloppe zou kunnen samenvatten.’

Zandkorrel
‘Ik ben een bewonderaar van de korte roman’, zegt McEwan, ‘van Youth van Joseph Conrad, van de lange verhalen, geen romans, van Nathaniel West, de roman waarin geen ruimte is voor psychologische exercities. Het verhaal moet zelf het werk doen. Wat is er zo beladen als een eerste huwelijksnacht? Je kunt je afvragen waarom die nooit eerder is gebruikt in de literatuur: ik kon me er geen voorbeelden van herinneren.’

Zandkorrel
Edward, de man in On Chesil Beach, heeft reikhalzend uitgekeken naar die eerste nacht met Florence, zijn vrouw. Zij heeft ertegenop gezien, denkend dat er iets mis is met haar, omdat de instructies die zij in een handboekje voor huwelijksetiquette heeft aangetroffen, haar zo van afschuw vervullen. ‘Er zijn regels voor zo’n eerste keer, denkt zij, maar niemand spreekt ze uit. Ook zij niet. Beiden willen dat de avond een succes wordt, maar hoe dat moet, met al die opwinding, angst en weerzin, weten zij niet. Daarom was het cruciaal de juiste toon te vinden voor het verhaal: de stem van de verteller is niet de stem van God, daar is hij te menselijk, te vergevingsgezind voor. Dat zou God nooit opbrengen.’

Wedstrijd

Wedstrijd
In die toon echoot die van James Joyce, van diens verhaal ‘The Dead’, het onovertroffen hoogtepunt uit de verhalende Engelse literatuur, elegische kamermuziek voor de menselijke stem, de innerlijke stem. Net als in de laatste alinea’s van Saturday overigens, waar die echo ook uit opklinkt: wordt hier, behalve eerbetoon betracht, ook een wedstrijd gespeeld?

Wedstrijd
Achterdochtige blikken, het hoofd scheef op de schouder getrokken, de ene arm haast afwerend opgeheven, Britse reserves versus Hollandse directheid, de instrumentmaker die zijn patent doorzien vreest: waar ik op doel? Volgen, voor de vuist weg prevelend, enkele magistrale frasen uit dat verhaal.

Wedstrijd
‘Dat is het mooiste verhaal uit de Engelse literatuur, en misschien zelfs wel uit de hele wereldliteratuur’, zegt McEwan licht ontdaan. ‘Geen schrijver kan eromheen: je moet je ertoe verhouden, en dat kan alleen door ermee in dialoog te treden, door het te verwerken. Ik heb dat trouwens toch sterk: ik kan zo tweehonderd passages in mijn boeken omcirkelen waarin ik de echo van de dichter Philip Larkin getracht heb de baas te worden.’

Wedstrijd
Klopt het dat McEwan met iets meer sympathie naar zijn vrouwelijke personage kijkt dan naar zijn mannelijke? Zij is complexer, dubbelzinniger dan hij: terwijl zij haar fatale, afwerende woorden spreekt, spreekt in haar binnenste onophoudelijk een stem die haar erop wijst dat zij precies het verkeerde zegt.

Wedstrijd
‘Edward is trots en zijn trots is gekrenkt als die vrijpartij ten slotte mislukt’, zegt McEwan, ‘maar Florence begrijpt het niet echt. Hij slaagt er niet in haar terug te halen, als zij de hotelkamer heeft verlaten en ineen gedoken op dat kille kiezelstrand haar verdriet de baas probeert te worden. Het aanbod dat zij hem doet – laten wij veel van elkaar houden en bij elkaar blijven, maar doe dat hele erge asjeblieft met iemand anders – is haar enige bijdrage aan een oplossing. Later, eind jaren zestig, als al die bevangenheid plaats heeft moeten maken voor robuuste openheid, als iedereen het babbeltaaltje beheerst waarmee je over je eigen gevoelens spreekt, denkt hij weleens hoe zijn vrienden hem jaloers op zijn schouders geslagen zouden hebben als hij het hun verteld had: man, man, is dat niet wat wij allemaal willen?’

Extatisch

Extatisch
‘Maar het is 1962, in het verhaal, er is een shadow line, met dat mooie woord van Joseph Conrad, die overschreden moet worden. Sommigen doen dat extatisch, sommigen met gratie, maar voor anderen is dat desastreus. In mijn hoofd dreunt al mijn levenlang een zin die ik mijn moeder hoorde zeggen toen ik een jaar of twaalf was: ‘zij is die nacht naar huis gekomen’ – een dreigende zin die zware geheimen bevatte, onbevattelijk en onoplosbaar. Die sfeer zit ook in de liefde van Edward en Florence – en reken maar dat er nog altijd culturen zijn waarin de eerste huwelijksnacht met zoveel zwaarte gepaard gaat, hoe openhartig en expliciet jongelui in de westerse wereld tegenwoordig ook over hun seksualiteit als techniek mogen spreken. De wereld van de islam bijvoorbeeld, met zijn gesluierde vrouwen en onervaren mannen: de eerste vrouw die je ziet, is die in je huwelijksbed.’

Extatisch
In een nawoord van nog geen tweeduizend woorden vertelt McEwan hoe het verder ging met Edward; over Florence vernemen wij alleen bij implicatie iets: zij is geworden wat zij wilde zijn, een bekend violiste in een strijkkwartet. ‘Hij leidde een weinig reflectief bestaan, dat eenvoudig verder rolt van incident naar incident. Alsof hij ooit willekeurig een afslag heeft genomen op een tweesprong, en zich pas veel later afvraagt wat er gebeurd zou zijn als hij die andere had gekozen. Omdat wij nooit in ons leven een volledig begrip hebben van de relevante feiten: dat heb je alleen in romans, dat wil zeggen, ten gevolge van de keuzes van de schrijver.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden