Dada Masilo

Profiel Dada Masilo

De Zuid-Afrikaanse danseres Dada Masilo geeft een radicale draai aan balletklassiekers

Dada Masilo Beeld Kevin Parry

Met kaal hoofd, op blote voeten en wild bewegend doet ze de frêle danseresjes op spitzen vergeten. Onlangs won Dada Masilo de Next Generation Prijs van het Prins Claus Fonds en komende weken is haar werk voor het eerst te zien in Nederland.

Sprookjes bestaan niet. Niet zo gek dus dat choreografen die met beide benen op de grond staan er weinig van heel laten. Zoals Dada Masilo (32), een van Zuid-Afrika’s meest gevierde danseressen en choreografen van dit moment, die in december even in Amsterdam was om de Next Generation Prijs van het Prins Claus Fonds in ontvangst te nemen. Masilo wordt alom geprezen en bekroond voor haar eigenzinnige interpretaties van klassieke balletsprookjes. Haar eigen levensverhaal doet denken aan een sprookje. Het gaat over een zwart meisje (‘natuurlijk mag je me zo noemen, hoe anders?’) dat opgroeit in Soweto, de beruchte township van Johannesburg, en nu volle zalen trekt van Londen tot New York.

Uit een middenklassemilieu komt ze. Zij en haar zus worden grotendeels opgevoed door oma. Moeder werkt, vader is buiten beeld. Masilo is al jong een ‘dance loving Tswana princess’, zoals ze zichzelf nu op Twitter typeert, verwijzend naar haar culturele roots. Ze sluit zich aan bij een streetdanceclubje in de buurt (alleen voor meisjes, Michael Jackson verplichte kost) en mag dan optreden op een festival van Dance Factory, nog steeds dé school voor danstalent in Johannesburg. Daar begint de tiener haar opleiding, in zowel klassiek ballet als hedendaagse dans.

Extra training volgt in Kaapstad en dan wordt ze als 19-jarige gescout door Parts, de school van choreograaf Anne Teresa De Keersmaeker in Brussel. Twee zware jaren worden het. Op huizenjacht in Brussel ervaart ze voor het eerst racisme (‘net verhuurd, sorry’). De zon mist ze zo dat ze soms een stuk geel papier voor haar gezicht houdt en daar met een zaklamp doorheen schijnt. Toch had ze de opleiding bij Parts niet willen missen. Hieraan dankt zij haar ‘dansziel’, zoals ze zelf zegt. Ze leert dat er meer is dan de moderne danstechnieken van iconen als Martha Graham en Alvin Ailey en dat ze geen ‘African fusion’ (een mix van Afrikaanse dansstijlen) hoeft te maken omdát ze uit Afrika komt. ‘Ik mag bewegen zoals ik wil.’

Op haar 12de zag Masilo haar eerste klassieke ballet, Het Zwanenmeer. Meteen was ze verliefd op dit ballet der balletten, met zijn zee van witte tutu’s, moeilijke spitzenvariaties en het dramatische verhaal over een prins die verliefd wordt op een witte zwaan maar haar bedriegt met de verraderlijke zwarte zwaan. Vooral de verhalende vorm van klassiekers als Het Zwanenmeer spreekt haar aan. Dat is waarom ze nu, twintig jaar later, eigen versies van Romeo and Juliet (2008), Carmen (2009), Swan Lake (2010) en Giselle (2017) op haar naam heeft staan, allemaal balletevergreens waarin de vrouw centraal staat. Masilo: ‘Eigenlijk heb ik een hekel aan choreograferen, maar niemand maakte dit soort stukken voor me, dus moest ik wel zelf aan de slag.’

Swingende zwarte zwaan

Wie bij de titels Swan Lake en Giselle avondje romantisch zwijmelen en sniffelen verwacht, moet zich schrap zetten. Masilo’s versies, binnenkort te zien in Nederland, zijn een en al energie en levendigheid. Haar dansers zijn geen ijle, frêle wezens die zwijgend ronddribbelen op spitzen, maar gepassioneerde mensen van vlees en bloed. De elegante lijnvoering van het klassieke ballet is er nog wel, maar wordt brutaal doorkruist met druk gesticulerende armen, stampende blote voeten, gebogen knieën, schuddende billen en gejoel, veel gejoel. De witte tutu’s zijn hier gemodelleerd naar voorbeeld van een traditionele Tswana-rok en hebben hun stijfheid verloren; ze swingen lekker mee.

Het resultaat is subliem: origineel, ongekunsteld, overdadig en opwindend. Masilo danst de vrouwelijke hoofdrollen. Kijk naar haar wittezwaansolo in Swan Lake op YouTube en je bent om. Hier staat een jonge vrouw te dansen, vrolijk, volkomen vrij en straalverliefd op die prins. Tsjaikovski gaat er extra van glimmen. In haar versie van Giselle, over het gepassioneerde boerenmeisje dat eveneens worstelt met de liefde, is Masilo al even vrijmoedig. De fatale waanzinscène in het ballet danst ze niet met de gebruikelijke losgezwiepte haren (want die heeft ze niet) maar met ontblote borsten. ‘Ik wil de liefde realistisch maken, niet zwevend, ongrijpbaar. Liefde is fysieke pijn, verliefdheid voel je in je maag.’

Dada Masilo Beeld Kevin Parry

Ook inhoudelijk geeft Masilo een radicale draai aan de klassieke verhalen. Wat haar interesseert, en wat je dus terugziet in haar choreografieën, is homofobie, sekseongelijkheid, uithuwelijking en klassenverschillen. Die verschillen draaien in het huidige Zuid-Afrika volgens Masilo vooral om geld en niet om huidskleur. ‘Als iemand mij vraagt hoe ‘Afrikaans’ mijn werk is, moet ik hard lachen. Ik woon in Afrika en in mijn werk resoneert dus wat hier speelt.’

De Zwanenmeerprins, die van zijn ouders moet trouwen, is bij Masilo homoseksueel en de zwarte zwaan voor wie hij als een blok valt, blijkt een man in tutu. Ook Giselle is ingrijpend geactualiseerd. Masilo situeert het ballet op het Zuid-Afrikaanse platteland, het plooiwerk in de jurken verwijst naar de klederdracht van witte boeren. De wraaklustige ‘Wili’s’ in het oorspronkelijke verhaal zijn bij haar niet alleen de geesten van bedrogen vrouwen, maar ook van bedrogen mannen. Ze zijn niet gekleed in maagdelijk wit, maar gehuld in furierood. Hun aanvoerder is geen fee, maar een sangoma, een traditionele medicijnman. En de belangrijkste ingreep: Giselle is geen vergevingsgezind schatje zoals in het origineel. Nee, zij doodt haar grote liefde. Want, hallo, zij is een sterke, zelfbewuste vrouw, die zich niet laat bedriegen.

Dada Masilo Beeld Kevin Parry

Feministische draai

Masilo krijgt van de internationale pers en jury’s een opvallend warm onthaal. Extreme bewerkingen van balletklassiekers zijn niet nieuw, zie de freudiaanse interpretaties van Mats Ek en de queerversies van The Trocks of Matthew Bourne. Wat Masilo bijzonder maakt, is dat ze die stukken een feministische draai geeft en dat ze dat doet als zwarte én Zuid-Afrikaanse vrouw.

Een zwarte danseres die de hoofdrollen in Het Zwanenmeer en Giselle danst, zwarte geesten en zwarte zwanen: het is ongewoon in de balletwereld. Het 19de-eeuwse balletrepertoire is van oudsher een wit verhaal. Het gaat over de Europese romantiek (‘wij kennen dat concept niet’) en daarmee ook over het westerse vrouwelijke schoonheidsideaal. In het romantisch ballet vertegenwoordigt de ballerina hogere menselijke idealen en gevoelens (‘pure’ liefde) en is daarom licht en ongrijpbaar. Ze danst hoog op haar teenpunten, wordt veel opgetild zodat ze lijkt te zweven en is slank, fragiel en wit – of hooguit Aziatisch. Heel anders dan de verschillend gebouwde, vooral donkere dansers die Masilo inzet. Tegenstanders vinden dat een probleem, omdat daarmee de tere esthetiek van de romantiek verloren gaat. Ze krijgt soms heftige reacties online: ‘Wie geeft jullie het recht om Tsjaikovski’s muziek zo te bespugen? Hij schiep deze muziek voor een klassiek Russisch ballet! Idioten!’

Volgens de choreograaf is die kritiek echter een excuus voor iets anders. ‘Hier speelt een diepgeworteld conservatisme: kom niet aan ‘ons’ erfgoed. Maar binnen dat gekoesterde erfgoed is het vrouwenlichaam een object dat je naar believen kunt modelleren. Dat is niet meer van deze tijd.’

Masilo komt uit een land waar ballet beladen is. De kunstvorm kwam met het Britse kolonialisme mee naar Zuid-Afrika en was gedurende de apartheid, tussen 1949 en 1990, de enige staatsgefinancierde dansstijl. De twee nationale gezelschappen hadden wel wat dansers van gemengde afkomst in dienst, maar zwarten werden geweerd, ook in de zaal. Masilo, geboren in 1985, groeide op met zwarte choreografen, vooral mannen, die – bevrijd van de apartheid – vaak hun culturele roots in hun dans verwerkten, zoals Gregory Maqoma, ook artistiek leider van het Nederlandse festival Afrovibes. Hij haakt in zijn werk aan bij traditionele Afrikaanse verhalen en dans. Zelf wordt ze gerekend tot de volgende generatie, vooral bestaand uit vrouwen, die zich veel minder ‘verplicht’ voelt de zwarte identiteit te thematiseren. Ze mengt Europees en Afrikaans, ‘zwart’ en ‘wit’, klassiek romantisch en rauw eigentijds. ‘Masilo doorbreekt de barrières van rigide culturele praktijken’, schrijft het Prins Claus Fonds in het juryrapport.

Dada Masilo Beeld Kevin Parry

In Post-Apartheid Dance (2012), de eerste academische bundel over de dans na de apartheid, staat nog een andere, prikkelende verklaring voor Masilo’s succes: ze valt juist goed in de internationale dansgemeenschap omdat ze aanhaakt bij het witte culturele canon. Waar je haar aan de ene kant gewaagd kunt noemen, kun je aan de andere kant ook zeggen dat ze de weg van de minste weerstand kiest. Masilo, die overigens ook in Zuid-Afrika prijzen ontving voor haar werk, interesseert die discussie weinig. ‘Ik grasduin in het witte culturele erfgoed omdat ik houd van de verhalen en van de muziek. Het is jammer dat zo veel mensen in mijn land die niet kennen omdat ze er geen toegang toe hadden. Ik wil geen controverse creëren, maar werelden juist samenbrengen.’

Swan Lake, 9/2, Stadsschouwburg Amsterdam. Giselle, 12/3, Theater Heerlen, opening Schrittmacher Festival.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.