De zoons van Witteman lezen niet en dat is verschrikkelijk

Beeld anp

Het is verschrikkelijk, maar het is de waarheid: mijn zoons lezen niet. Wat moest ik dan nog met die kasten vol kinderboeken? 'Ik kan ze beter weggeven aan kinderen die er wél plezier van hebben!', riep ik tegen mijn jongens, met een sprankje hoop op protest, maar ze keken niet eens óp van hun domme serie/ game met heel veel auto's/ gruwelijke documentaire over schietpartijen op scholen/ emmer kipkluifjes. Niets aan te doen. Weg met die boeken. Ik greep een paar dozen en begon die met woeste gebaren te vullen.

Ach! Daar was Het malle ding van bobbistiek! Het jongensboek aller jongensboeken, van Leonie Kooiker, over een vliegend ei, vervaardigd van 'bobbistiek', een per toeval ontstaan wondermateriaal van klei, zeep, de inhoud van 'een bruine fles', suiker en wat toverspreuken. Ja, het ei kon écht vliegen. Ik geloofde het als kind, en ik geloof het nog steeds. Hoe vaak heb ik zelf niet geprobeerd bobbistiek te maken? Dat het niet lukte, moet aan mij gelegen hebben, want alles in het boek was zo levensecht, de belevingswereld van kinderen zo raak getroffen; er kón geen onwaarheid in staan.

Over Bobbie: 'De dierentaal verstond hij redelijk, want als een dier iets tegen hem zei, kon hij over het algemeen tamelijk goed begrijpen wat het bedoelde. Maar zelf sprak hij geen woord honds of kats, zelfs geen kips, en dat had hij juist zo graag gewild.'

Bobbie heeft een oudere broer, Albert, een kleiner broertje, Huib, 'die kan, als het nodig is, ontzettend hard schreeuwen' en een zusje, 'een dikkertje met witte haartjes, Annelietje. Maar dat is een klein kind, daar heb je niets aan'. Zijn vader mag mee in het vliegende ei, 'maar moeder niet, want van moeder mag je niks'. Ze hebben ook een poes. ('Weet je wat? We laten de poes erin, dan kunnen we zien of de daling invloed heeft op het organisme') en een dikke oom Frans, die telkens nieuwe, tot mislukking gedoemde plannen bedenkt, onder invloed van een borreltje uit flessen waarin, zoals Frans zelf betoogt, 'een geest woont. Dat het echt waar is kon je wel zien aan oom Frans, aan zijn rode hoofd en de mooie plannen die hij maakte'. Alcoholisme voor kinderen verklaard.

Oom Frans mag ook mee in het verbazingwekkende vliegende ei, ruikt het grote geld en beraamt een massaproductie van vliegende eieren. Dan moet Bobbie alleen even laten zien hoe bobbistiek precies gemaakt wordt. Maar weet hij dat nog wel? En wíl hij het wel vertellen?

Bij het eten van een toastje met garnalen komt Bobbie tot diepe inzichten. 'Het was allemaal hetzelfde, of je nu torretjes at, of garnalen, of een varken. Alles werd eraf gehaald, de poten, de ogen en het haar, zodat je niet goed meer kon zien wat het vroeger geweest was. En dan was het opeens geen beest meer, dan was het eten geworden. (...) Nu hoefde hij ook geen garnalen meer, en geen ham en geen biefstuk en niks. Het was allemaal precies hetzelfde. En alle mensen waren ook hetzelfde, ze wilden overal geld voor hebben, ook oom Frans en Albert en iedereen. Maar hij was anders, hij hoefde geen geld en hij deed niet meer mee. (...) Bobbie nam nog een kaaskoekje. Kaas was niet vroeger een beestje geweest.'

Ik toonde het prachtboek aan mijn jongens. 'Maar dit móéten jullie echt lezen, dit is geweldig!'

Ze keken niet op of om.

Klootzakken.

s.witteman@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden