Analyse Dé film noir

De zomer van Billy Wilder (5): Double Indemnity

De films van een van de grootste Hollywoodregisseurs, Billy Wilder, zijn nu volop te zien. Wat maakt zijn werk zo meesterlijk? Striptekenaar Hanco Kolk over het niet bepaald perfecte, en toch zo spannende moordcomplot in Double Indemnity.

Barbara Stanwyck in de moordscène in Double Indemnity (1944) van Billy Wilder Beeld RV

‘Ik ben gek op Billy Wilder, en jaloers op mensen die Double Indemnity (1944)  voor het eerst zien. Die gaan een heel leuke tijd beleven. Als er één archetypische film noir is, compleet met voice-over, femme fatale en expressionistisch camerawerk, dan is het Double Indemnity. Opeens zie je waar het allemaal vandaan komt, hoe Wilder genreconventies bedenkt en polijst die je zo goed kent van latere misdaadfilms.

‘Maar Double Indemnity is veel meer dan een genre-mijlpaal: het is een film die het denk- en voelwerk grotendeels aan jou overlaat, en die juist daardoor zoveel effect sorteert. Het is al eerder gezegd in deze interviews, maar Wilder nam zijn publiek extreem serieus. Hij vond niet dat alles moest worden voorgekauwd. Hoe minder wordt uitgelegd aan de toeschouwer, hoe meer die zelf aan de slag moet en hoe harder alles binnenkomt. Ook dat is een les die deze film leert.

‘Ik zag de film voor het eerst rond mijn 22ste, op de Duitse televisie, weliswaar nagesynchroniseerd, maar toch: hij raasde als een stoomtrein over me heen. Toen ik hem terugkeek voor dit artikel, stond ik versteld van een flink mankement in de plot. Maar goed, die fout ontdekte ik dus nu pas; de vorige vier of vijf keer dat ik de film keek, wisten Wilder en co-scenarist Raymond Chandler me mooi eromheen te laveren.

‘Nu wil jij natuurlijk weten wat dat plotgat dan is. Komt-ie. In de film strompelt verzekeringsagent Walter Neff (Fred MacMurray) ’s avonds laat zwaargewond naar zijn kantoor, om per wasrol een bekentenis in te spreken. Vervolgens tonen lange flashbacks hoe Walter zich laat inpakken door de verleidelijke Phyllis Dietrichson (Barbara Stanwyck), die dolgraag wil dat hij haar van haar echtgenoot (Tom Powers) afhelpt. En dat dan via een ogenschijnlijk ongeluk, zodat ze Dietrichsons levensverzekering kan cashen. Het plan is om Dietrichson eerst te vermoorden; vervolgens moet Walter zich als Dietrichson voordoen, op een trein stappen, zich aan enkele getuigen laten zien en op een ongezien moment van boord springen. Precies op die plek op het spoor, zo is de opzet, dumpen hij en Phyllis Dietrichsons lichaam. Zodoende moet het lijken alsof Dietrichson een dodelijke val heeft gemaakt.

‘Vlak voor het zover is breekt hij echter zijn been, waardoor de hele onderneming niet dreigt door te gaan. En dan zegt Dietrichsons dokter dat een uitstapje hem goed zal doen en gaat de man tóch op reis per trein! Binnen één scène zijn alle obstakels verdwenen. Ook dankzij die krukken: die zorgen dat Walter, die langer is dan Dietrichson, makkelijker voor hem kan doorgaan, omdat de man nu gebogen loopt, met zijn gezicht vaak naar de grond. Heel handig natuurlijk, maar ik vind toch dat Wilder en Chandler zich er te gemakkelijk van afmaken. Een gevalletje lazy writing, als je het mij vraagt.

‘Maar dat is een enkel smetje op een verder perfecte film. De moordscène zelf blijft briljant: terwijl Dietrichson in Phyllis’ auto door Walter wordt gewurgd, blijft de camera op haar gezicht gericht, en moet je als toeschouwer zelf bepalen wat er in haar omgaat. Voelt ze twijfel of wroeging? Blijdschap? Raakt ze soms opgewonden van het moment? 

Barbara Stanwyck in de moordscène in Double Indemnity (1944) van Billy Wilder Beeld RV

Ja, volgens mij vindt ze het wel lekker. Maar ik ben blij dat dat zo onuitgesproken blijft, en dat je de moord niet ziet, slechts hoort. Zo zou het nu niet meer gebeuren. Tegenwoordig is alles show and tell, liefst zo bloederig mogelijk. Maar juist als je niets ziet wordt het veel erger. Dan moet je het op eigen houtje verzinnen, en maak je jezelf medeplichtig.

‘Een van mijn andere lievelingsscènes is die in de supermarkt, wanneer alles dreigt mis te lopen en Walter en Phyllis elkaar stiekem ontmoeten voor nader overleg. Een ontzettend alledaagse locatie, die benadrukt dat iedereen dit zou kunnen overkomen, en dat je maar nooit weet wat er allemaal wordt bekokstoofd in de wandelgangen van de kruidenier. Op een gegeven moment staan de twee als rivalen tegenover elkaar, aan weerszijden van een muur van (denk ik) pasta en conservenblikken: kan het lulliger en passielozer? En dan draagt Phyllis ook nog eens een opzichtige zonnebril, die haar emotieloos en onpersoonlijk maakt – een mens met vliegenogen.

Barbara Stanwyck en Fred MacMurray in de supermarkt in Double Indemnity (1944) van Billy Wilder Beeld RV

‘Je kunt protesteren en zeggen dat die liefde tussen Walter en Phyllis zo kil voelt, zeker na de moord, en dat Barbara Stanwyck met haar belachelijke pruik en harde gelaatstrekken nooit een echte femme fatale zou kunnen zijn. Maar Wilder wílde dat ze er goedkoop uitzag, en soms blijft een liefdesrelatie nu eenmaal een raadsel voor buitenstaanders. Bovendien vind ik het juist realistisch dat de romance wegsmelt zodra hij en Phyllis de moord hebben gepleegd. Het is wat Neffs dierbare collega en vriend Barton Keyes (Edward G. Robinson) tegen hem zegt: twee geliefden die een moord plegen zijn niet langer uit keuze samen. Die zitten vast aan elkaar.

‘De enige echt warme verhouding in de film is die tussen Walter en Keyes. De laatste is als een vader voor hem. Robinson, die hier feitelijk een bijrol speelt, heeft sowieso de mooiste momenten van Double Indemnity, zoals tijdens het slot, waarin hij impliciet aan Walter laat weten hoeveel hij van hem houdt. ‘Je had nooit gedacht dat de dader aan de andere kant van je bureau zou zitten, zo dicht bij jou’, zegt Walter. ‘Zelf dichterbij dan dat, Walter’, zegt Keyes. Ik geloof niet dat ik Robinson ooit zachter heb horen praten dan hier.

Fred MacMurray (links) en Edward G. Robinson in de slotscène van Double Indemnity (1944) van Billy Wilder Beeld RV

‘‘Ik hou ook van jou’, zijn vervolgens Neffs slotwoorden. Een verpletterend einde, volkomen ander dan dat van James M. Cains roman, waarin Walter en Phyllis op zee zelfmoord plegen. En dan hield de film oorspronkelijk ook nog eens niet hier op, maar zagen we ook nog hoe Walter in de gaskamer wordt geëxecuteerd. Die scène vond Wilder uiteindelijk overbodig, dus sneed hij hem weer weg en sindsdien geldt hij als verloren. Ik ben erg blij dat de film nu stilletjes afloopt: met zelfmoord of de gaskamer was het een te moralistisch of te gesloten einde geweest, dan had de film je gedachten over de personages bruut afgekapt. Nu laat hij je rustig wegdrijven.

‘Cain was blij met zulke veranderingen. ‘Ik wou dat ik ze zelf al had bedacht toen ik mijn boek schreef’, zei hij later tegen Wilder. Wilders co-scenarist Raymond Chandler vond het dan weer helemaal niks dat Wilder de gaskamerscène verwijderde. Tussen hem en Wilder boterde het sowieso niet. De in zichzelf gekeerde Chandler wist niet wat hem overkwam toen hij aan de slag moest met de menselijke flipperkast die Wilder was. Twee totaal verschillende karakters, die tijdens het schrijven eerder botsten dan dat ze zaten te sparren, en na afloop was voormalig alcoholist Chandler weer aan de drank.

Hanco Kolk (61) is striptekenaar. Zijn bekendste strips zijn Gilles de Geus (1984-2000) en de dagstrip S1ngle (sinds 2000), beiden met co-scenarist Peter de Wit. Solo maakte hij de graphic novels rond de imaginaire stad Meccano en een one-shot van Robbedoes (2017). Met Spinvis maakte hij het tekstboek Tot ziens, Justine Keller (2014), met Arnon Grunberg Van Istanbul naar Bagdad ( 2012) en met Kim Duchateau De Man van Nu (2015).

‘Je moest dus als co-scenarist maar net weten om te gaan met Wilder, met zijn rusteloosheid, met zijn behoefte om onomwonden te zeggen wat hij dacht en vond. Hij kon ook heel opvliegend zijn. Double Indemnity was genomineerd voor zeven Oscars, maar de belangrijkste gingen stuk voor stuk naar Leo McCarey's musical Going My Way (1944). Toen McCarey ook die voor Beste film in ontvangst ging nemen, lichtte Wilder hem pootje. Letterlijk. Na afloop van de ceremonie heeft-ie ook nog op straat staan schreeuwen: ‘Wat stelt de Academy Award nou eigenlijk voor, in godsnaam?’

‘Ik ben dol op zulke anekdotes. En terwijl ik bij het schrijven van mijn strips graag denk aan bepaalde scenariotips van Wilder – met name ‘als zich een probleem voordoet in de derde akte, dan zit het echte probleem in de eerste akte’ – vind ik hem ook als persoon zeer inspirerend. Dat-ie zo’n stennis trapte bij de Oscar-uitreiking, terwijl hij er altijd op hamerde dat-ie gewoon commerciële films maakte. En dat hij tegelijkertijd de grootste kunstverzameling van Hollywood had.

‘Op YouTube staat een interview dat grotendeels bij Wilder thuis werd opgenomen. Dan zie je ze vlak naast elkaar hangen, de Matisses, de Picasso’s en de Calders. Volgens mij had Wilder een diepte die hij niet wilde laten zien in zijn films, maar die ze van nature toch hebben. Ik denk dat hij een man met een groot ego was, maar ook met een klein zelfbeeld. Super interessant. Misschien dat ik hem ooit gebruik, als typetje in een strip.’

Dit is de laatste in een serie van vijf afleveringen over de films van Billy Wilder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.