Taalgebruik Zin van de week

De zin van de week: de top vijf beste zinnen uit de Nederlandse poëzie

Willem Kloos Beeld RV - Willem Witsen

V staat elke week stil bij de mooiste, lelijkste of anderszins opvallendste zin.

Wat: Top vijf beste zinnen uit Nederlandse poëzie.

Waarom: Het vermaarde festival Poetry International in Rotterdam opent vandaag zijn deuren. En dat voor de 50ste keer! Om dat te vieren dit keer een ietwat onorthodoxe aflevering van deze rubriek. Poëzie is natuurlijk de kunstvorm die grossiert in zinnen van de week, de maand, het jaar, wat zeg ik: een heel mensenleven. Daarom heb ik een top vijf opgesteld van de allerbeste zinnen uit de Nederlandse poëzie. En om het format van de rubriek in ere te houden zit er ook een zin bij die de afgelopen week in de media is verschenen. Een zin van de week met eeuwigheidswaarde dus. Laten we snel beginnen.

5. Ik ween om bloemen in den knop gebroken, uit het gelijknamige gedicht van Willem Kloos. Een prachtig larmoyante regel, op het kitscherige af. Huilen om een bloem die nooit zal bloeien. Dan ben je wel heel gevoelig. Of is de rest van ons juist te gevoelloos?

4. Ze had kralen om die goed pasten bij haar jurk, uit Droom, van Gerard Kornelis van het Reve. Om de schoonheid van deze zin volledig te beseffen, moet je eigenlijk het hele gedicht kennen. Maar de pure eenvoud van de woorden spreekt ook aan zonder context. Een kalme, vredige zin, die stiekem meer schetst dan alleen dat beeld.

3. Voor wie ik liefheb wil ik heten, uit het gelijknamige gedicht van Neeltje Maria Min. Deze zin spreekt voor zich en zegt alles.

2. De kroketten in het restaurant zijn aan de kleine kant van Cornelis Bastiaan Vaandrager. De zin van de week, die dinsdag 7 juni met verve werd voorgelezen door Jeroen Pauw. Een regel die bewijst dat poëzie niet altijd hoogdravend hoeft te zijn. Omdat hij zo pretentieloos en bijna bot is, werkt hij op de lachspieren. Zelf kan ik er slecht tegen dat er ‘zijn’ staat in plaats van ‘waren’, wat metrisch veel lekkerder zou lopen. Ongetwijfeld is dat niet per ongeluk.

1. Ik ben een God in het diepst van mijn gedachten, de beginzin van Sonnet, alweer van Willem Kloos. Een woeste, dramatische zin. Ik zou bijna zeggen groots en meeslepend, waarmee ik refereer aan weer een andere schitterende dichtregel. Er zijn er zoveel. Ik zou er kranten mee kunnen vullen. Wat is die van u? 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden