Recensie Festival Oude Muziek

De ziel van Napels laat zich niet eenvoudig vangen tijdens het Festival Oude Muziek, maar uitgerekend een Vlaming slaagt er glansrijk in

Paul Van Nevel met zijn Hueglas Ensemble is de grootste verrassing van het openingsweekend van het festival in Utrecht.

De volkszangeres Maria Marone tijdens de passeggiata napoletana. Beeld Marieke Wijntjes

De ziel van Napels waait door de straten van Utrecht. Tenminste, met die belofte wappert het Festival Oude Muziek, dat toe is aan de 38ste editie. Sinds vrijdag galmen in kerken en zalen klanken uit Italiës onderbuik. Tien dagen lang laveren liefhebbers tussen de devote Middeleeuwen en de extravagante Barok. Ze schuiven aan bij optredens en lezingen, gaan naar een muziekmarkt of een concours. Of ze vergapen zich aan Cristina Donadio, de Napolitaanse actrice die schittert als clanhoofd in de Netflixserie Gomorra. In een gespreksreeks zal ze haar mening geven over het schorriemorrie van de camorra.

Tijdens de passeggiata napoletana, een sjok- en wachttocht door de krochten van TivoliVredenburg waarmee het festival opent, laat de ziel van Napels zich nog niet zo makkelijk vangen. Klepperend met castagnetten schuurt volkszangeres Maria Marone dicht aan tegen het cliché van mediterrane hartstocht. Tegelijkertijd dooft het ensemble Cappella Neapolitana alle vuur in een vers ontdekte, maar belegen cantate van de 17de-eeuwer Caresana. Conclusie één: onder de Vesuvius was het niet alles goud wat er blonk.

Poppenkast met muziek tijdens de passeggiata napoletana. Beeld Marieke Wijntjes

Gevolgtrekking twee luidt dat Napolitanen, toen en nu, meesters zijn van de goede sier. Festivalartiest Giulio Prandi toont het aan met kerkmuziek van de 18de-eeuwer Giovanni Pergolesi. De op z’n 26ste gestorven componist van een vermaard Stabat mater jongleert in zijn Mis in D met operateske stoplappen. Hoogtepunt is de sopraan die Onze-Lieve-Heer aanroept met een orgastische uithaal. Prandi en zijn groep leggen een derde constante van het beginweekend bloot: artistieke prestaties kennen pieken en dalen.

Neem La serva padrona, meid aan de macht, het komische operaatje van Pergolesi. Napels klom er in 1733 voor op de stoelen. Binnen de omheining van het Utrechtse festival is hij misschien koddig, de geënsceneerde voorstelling in de Stadsschouwburg door Gli Angeli Genève. Maar leg hem langs de meetlat van het operavak en er resteert een slap geregisseerd, matig geacteerd, niet zo grappig uurtje.

Twee eeuwen eerder haalde Napels zijn muziektalent uit Noord-Europa. Tot de immigranten behoorde de Vlaming Johannes Tinctoris. Hij staat te boek als theoreticus, maar heeft benijdenswaardig gecomponeerd. Jammer dat de zangers van het ensemble Le Miroir de Musique bij zijn stukken zo’n verlegen gezicht trekken. Bovendien mag artistiek leider Baptiste Romain eigenzinniger strijken op zijn vedel, een aan de viool verwant instrument dat zich volgens Tinctoris bij uitstek leent voor ‘de geheime troost van de ziel’. Balsem, inderdaad, is in de Pieterskerk de blues in een 15de-eeuws chanson over afscheid.

In 1503 kwam Napels onder Spaanse heerschappij. Naast castagnetten sijpelt strenge Iberische vroomheid door. In die geest schrijft Giovanni Maria Trabaci zijn Marcuspassie. Denk aan Bach, vervang Duits door Latijn, schrap alle instrumenten op orgel en harp na, strip de muziek van al wat glanst en parelt en leg zeven zangers noten in de keel die gloeien van compassie. Wat resteert, heeft meer zeggingskracht dan de timide stemmen van de groep Concerto Soave aankunnen, maar de jaarlijkse passietijd heeft er een prachtstuk bij.

De grootste verrassing van het beginweekend is niet eens een Napolitaan. Paul Van Nevel heet de Vlaming die zichzelf doorgaans presenteert als Bourgondiër, inclusief bolknak en glas wijn. Kenners monkelen dat zijn concerten en cd’s de laatste jaren lijden onder routine. Maar zet deze oude krijger met zijn Huelgas Ensemble in de Jacobikerk en het lijkt of ze Napels in het hart treffen.

Paul Van Nevel treft met zijn Huelgas Ensemble de extravagante Napolitaanse ziel Beeld Marieke Wijntjes

Stravagante pensiero heet het programma, buitenissige gedachte. Het spitst zich toe op de decennia rond 1600, als de experimenteerlust van componisten in en om Napels geen grenzen kent. Mannen als Giovanni de Macque en Scipione Lacorcia toveren met bizarre akkoorden die tot op de dag van vandaag duizelig maken. Van Nevel levert de muziek die past bij de vileine frase over de stad Napels: een paradijs bewoond door duivels.

Huelgas Ensemble ★★★★☆

Stravagante pensieroJacobikerk, 23/8.

Le Miroir de Musique ★★★☆☆

Tinctoris’ geheime troostPieterskerk, 24/8.

Gli Angeli Genève ★★☆☆☆

La serva padronaStadsschouwburg, 24/8.

Coro e Orchestra Ghislieri ★★☆☆☆

Pergolesi en JomelliTivoliVredenburg, 24/8.

Concerto Soave ★★★☆☆

Giovanni Maria Trabaci: MarcuspassiePieterskerk, 24/8.

Drie tips voor wie deze week in Utrecht nog van Napels wil proeven

Jordi Savall, de stergambist en dirigent uit Catalonië, verkent de Spaanse invloed op Napels.
TivoliVredenburg, 26/8, 20.00 uur

Jonge talenten strijden in het Internationaal Van Wassenaaer Concours.
Pieterskerk, 29 en 31/8, 10.00-16.30 uur (gratis)

De immer swingende harpist Christina Pluhar en haar ensemble mengen opera en volksmuziek.
TivoliVredenburg, 31/8, 20.00 uur

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden