De zegeningen van de ruimere beek

Een van de mooiste stukjes natuur die er in Nederland te vinden zijn, ligt ten oosten van Kerkrade op de grens met Duitsland....

Twee jaar geleden zag milieukundige Marniks Maris van het waterschap Roer en Overmaas tijdens een excursie met een verslaggever van de Volkskrant voor het eerst dat er enkele dagen daarvoor een enorme wilg in de beek was gevallen. 'Die laten we liggen', zei hij toen, 'dan kunnen we zien wat er gebeurt.'

Enkele maanden later werd de boom bij hoog water twee meter verplaatst en kwam hij scheef op de stroom te liggen. De Worm was hier recht, maar maakt nu een flinke kronkel. De beek is om de boom heen gestroomd, waardoor er vele meters oever zijn weggespoeld. In het midden is een klein grindeiland ontstaan. Het is op kleine schaal een schoolvoorbeeld van een natuurlijker beheer van beken.

Wat er met de wilg in twee jaar gebeurd is, valt te lezen in een artikel van Maris en anderen in een speciaal nummer van het Natuurhistorisch Maandblad, het blad van het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg. Natuurontwikkeling langs Limburgse beken heet het nummer en die titel geeft de inhoud precies weer. In elf artikelen biedt het blad een goed overzicht van alle aspecten van het nieuwe, meer natuurlijke beheer van beken en rivieren.

Dat nieuwe beheer is op veel plaatsen in de hogere gedeelten van Nederland in uitvoering, maar extra aandacht voor Limburg is gerechtvaardigd. Limburg telt niet alleen relatief meer beken dan andere provincies, maar ze zijn vooral anders. Biologen zeggen weleens dat Limburg morfologisch en floristisch niet bij Nederland hoort, maar bij Duitsland of België.

De dwars door Zuid-Limburg stromende kleine rivier de Geul is daar een fraai voorbeeld van. Deze beek kent een verhang van maar liefst 3,6 meter per kilometer. Daardoor ontstaan voor Nederland unieke stroomsnelheden. De snelst stromende rivier in Nederland is de Grensmaas tussen Maastricht en Roermond. Dit is de enige grindrivier in Nederland, dat wil zeggen dat hij zo snel stroomt dat hij grind verplaatst. Het verhang van de Grensmaas is een halve meter per kilometer, klein dus vergeleken met dat van de Geul.

Over de Geul wordt in het nummer uitvoerig geschreven. Terecht, want in deze beek zijn enkele spectaculaire experimenten gaande. Ze tonen aan hoe groot de mogelijkheden zijn van een beheer waarin het oude doel, een zo snel mogelijke afvoer van het water, wordt vervangen door een beheer dat erop gericht is de beken meer ruimte te geven. Dat leidt tot meer natuur en tot een beter gespreide waterafvoer, waardoor de pieken in de afvoer bij hoogwater lager kunnen worden. De situatie in de Worm dient daarbij als voorbeeld.

Op enkele plaatsen heeft dat nieuwe beheer al tot fraaie resultaten geleid. De Geul heeft daar de ruimte gekregen waardoor de beek weer kan gaan kronkelen, soms door omgevallen bomen. In het beekdal lopen hier en daar wilde grazers, runderen en paarden die het hele jaar buiten blijven. Op twee plekken kunnen die beesten al vrij heen en weer trekken tussen het beekdal en de langs het dal liggende hellingbossen.

Maar ook elders in Limburg liggen mogelijkheden. In de Zandmaas (het niet bedijkte deel van de Maas in Noord-Limburg) monden maar liefst 93 beken uit, waarvan de meeste vergraven zijn tot rechte afvoergoten. Maar herstel is mogelijk, schrijven medewerkers van een waterschap en een ecologisch adviesbureau, omdat de meeste natuurlijke processen nog latent aanwezig zijn. Omdat grote delen van de Maasoevers waarschijnlijk een natuurfunctie krijgen, kunnen ook de mondingen van de talrijke beken in de Maas een natuurlijke vorm krijgen.

Zelfs bescheiden experimenten laten al grote verbeteringen zien. Op drie kleine natuurgebieden van vier, tien en bijna vijf hectare werd in 1995 telkens één koppel runderen of paarden uitgezet, nadat de beektrajecten opnieuw waren ingericht. In zeven jaar tijd is er op deze drie plekken een weelderige begroeiing ontstaan. Op één terrein, de Vloedgraaf, worden inmiddels vijftig plantensoorten van de Limburgse rode lijst van bedreigde planten aangetroffen. Op de twee andere terreinen zijn dat dertig en vijftien soorten.

Eén van de artikelen in het blad gaat over de mogelijkheid dat ook de bever terugkeert in Limburg. Vroeger kwam die hier veel voor; de laatste jaren hebben enkele dieren (waarschijnlijk mannetjes) zich op hun eentje ergens in Limburg gevestigd. Met een duidelijk beleid moet het mogelijk zijn, aldus auteur Gijs Kurstjens, om de bever zijn plaats langs de Limburgse beken opnieuw te laten innemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.