Film Haruki Murakami

De zege van Murakami: de schrijver ziet zijn boeken liever niet in de bioscoop, maar voor de film Burning zegde hij toe, waarom?

De Koreaanse filmmaker Lee Chang-dong maakte met Burning een verfilming van Haruki Murakami’s korte verhaal Schuurtjes in brand steken. Dat is bijzonder, want de Japanse schrijver wijst het overgrote deel van de verfilmingen af. Vanwaar deze argwaan? En hoe kan een filmmaker zijn zegen krijgen? 

Japanse schrijver Harkuki Murakami. Beeld Corbis via Getty Images

Gespannen, dat is de verhouding tussen de Japanse schrijver Haruki Murakami en filmmakers die hengelen naar zijn verhalen op zijn zachtst gezegd. Als het ze al lukt om toestemming te krijgen, dan is het gissen naar de reactie van de auteur. Die lijkt de rest van zijn leven te worden achtervolgd door het spook van zijn eerste verfilming, Luister naar de wind uit 1982, waarin hij zijn eigen debuutroman veel te weinig herkende.

Heeft Murakami de verfilming van zijn korte verhaal Schuurtjes in brand steken, vanaf vandaag onder de titel Burning in de Nederlandse bioscopen, wellicht al gezien? ‘Ik zou een mailtje kunnen sturen om het te vragen’, zegt Luk Van Haute, de Belgische vertaler van Murakami en kenner van de Japanse cinema, ‘maar ik weet dat hij zo’n vraag niet graag krijgt. Hij zal weten dat het voor een of ander mediadoeleinde is – en dan houdt hij zich op de vlakte.’

Mediaschuw

De Japanse schrijver geldt als mediaschuw: hij weigert categorisch tv-optredens en zegt slechts incidenteel schriftelijke interviews toe. Hij staat ook maar zelden toe dat zijn boeken worden verfilmd. Slechts een handvol filmers kreeg groen licht, de laatste drie waren bovendien van niet-Japanners. Zo zijn de laatste drie Murakamiverfilmingen geregisseerd door de Zweed Robert Logevall (All God’s Children Can Dance), de Franse Vietnamees Tran Anh Hung (Norwegian Wood) en nu Zuid-Koreaan Lee Chang-dong (Burning). ‘Dat kan de vrees zijn om in een mediacircus te worden meegesleurd – een Japanse regisseur zou in Japan meer aandacht krijgen’, zegt Van Haute.

En dan nog. Zelfs als Murakami filmers zijn ja-woord geeft, dan is het voor verhalen waarin bovennatuurlijke elementen geen rol spelen. Er bestaan geen verfilmingen met personages die in putten kruipen om vervolgens in parallelle universums te belanden, zoals in de romans De opwindvogelkronieken of zijn meest recente De moord op de Commendatore. Volgens een theorie van de schrijver zijn dit dwaaltochten door het onderbewustzijn – en daarmee ongeschikt voor film. ‘Omdat zijn lezers dan concrete beelden krijgen voorgeschoteld van wat abstract hoort te blijven’, zegt Van Haute.

Murakami’s afwerende houding is terug te voeren op een moment in mei 1982, toen de verfilming van zijn debuutroman Luister naar de wind (1979) in de Japanse bioscopen verscheen. Het was een losjes gefilmd, Jean-Luc Godard-achtig relaas over een dolende twintiger in de grote stad. Murakami kon er naar verluidt weinig mee. De film flopte en beginnend regisseur Kazuki Ohmori werd afgewezen toen hij de schrijver nogmaals toestemming vroeg voor een verfilming, ditmaal van De jacht op het verloren schaap (1982). ‘Ik zie mijn verhalen niet graag worden onderbroken door reclame wanneer ze op tv worden uitgezonden’, schreef Murakami in antwoord op Ohmori’s verzoek.

Uitdaging

Van Haute begrijpt Murakami’s onvrede: ‘Murakami zag weinig van zijn roman terug in de film. Qua muziek hoor je veel freakerige, chaotische jazz. Murakami vindt meer genoegen in klassiekere genres; zijn personages luisteren bij voorkeur naar Miles Davis en Thelonious Monk. Ook de humor van Murakami, die zijn boeken zo typeert, komt in deze film minder tot zijn recht.’

Het vertalen van Murakami’s humor noemt Van Haute een cruciaal aspect van zijn werk. Door de nonchalante houding van de hoofdpersonages blijft die onderkoeld en droog. Hoe absurd of uitzichtloos een situatie ook mag zijn, de Murakami-hoofdrolspeler is niet al te spraakzaam en laat alles kalmpjes over zich heen komen. Dat kan erg geestig zijn. ‘Terwijl de verfilming van Luister naar de wind soms juist erg zwaarmoedig is. In de romans kan de weemoed er ook in hakken, hoewel de toon evengoed ingetogen blijft.’

Ruim twee decennia later verscheen met Toni Takitani (2004) een nieuwe verfilming, een aantal tussentijds verschenen ad hoc gemaakte korte films daargelaten. Met het nodige toeval en geluk: regisseur Jun Ichikawa verkreeg de filmrechten enkel omdat de producent tot de persoonlijke vriendenkring van de schrijver behoort. Ichikawa ving het Murakamigevoel volgens Van Haute beter dan elke andere filmer. Door verstilde camerabewegingen dompelt Ichikawa de film in een dromerige sfeer, waarmee de toon van de roman wordt bewaard. ‘De plot in de verhalen van Murakami heeft doorgaans niet zoveel om het lijf, dus is het vooral belangrijk het gevoel van de verhalen naar beeld te vertalen.’

Hoe groot de uitdaging is om Murakami goed te verfilmen, merkte Van Haute weer eens tijdens het kijken naar Burning. ‘Het is een trage film: dat is op zich niet on-Murakamiaans, zijn romans durven óók te kabbelen, maar die raken wel plotseling in een stroomversnelling, terwijl het tempo in Burning op een enkele scène na hetzelfde blijft.’ Ja, de film bevat een mysterieuze kat, er is een voorname rol voor een verdwenen meisje en er wordt gerefereerd aan The Great Gatsby, de grote Murakami-thema’s zijn volgens Van Haute in Burning wel degelijk aanwezig, maar een echte Murakami is deze verfilming niet, in de ogen van Van Haute. ‘Elke muzikale referentie is weg, de humor is er volledig uit. Het hoofdpersonage is een onzekere jongen die zijn emoties uiteindelijk weinig onder controle heeft – daarin herken ik geen typische Murakami-held.’

Murakami Speelfilms

Naast een handvol korte films, waaronder verschillende versies van Hoe ik op een mooie ochtend in april het 100% perfecte meisje zag en De tweede broodjesroof, zijn er zes speelfilms gebaseerd op een verhaal van Haruki Murakami.

1982 Luister naar de Wind (Kazuki Ohmori)

2004 Toni Takitani (Jun Ichikawa)

2008 All God’s Children Can Dance (Robert Logevall)

2010 Norwegian Wood (Anh Hung Tran)

2018 Burning (Lee Chang-dong)

2018 Hanalei Bay (Daishi Matsunaga, deze maand wereldpremière in Japan)

Meer over de film Burning: 

Cineast Lee Chang-dong verfilmde een verhaal van Murakami: ‘Ik vraag mij altijd af of mijn films een bijdrage kunnen leveren aan de samenleving of niet’
Critici zijn laaiend enthousiast over de nieuwe film van Lee Chang-dong, Burning. De Zuid-Koreaan bewerkte een verhaal van Murakami tot een thriller waarvan de kijker de geheimen zelf maar moet ontrafelen.

Het virtuoze en spannende Burning laat glashelder de kloof zien die jonge Koreanen verdeelt (vijf sterren)
Het Zuid-Koreaanse Burning moet toch wel de meest merkwaardige thriller in tijden zijn. Een film waarin de misdaad zoek is, steeds nét buiten bereik blijft. Waarin de kijker zich geconfronteerd ziet met een hoofdpersonage dat al kokerdenkend zijn eigen, rigoureuze conclusies trekt uit een sliert zonderlinge gebeurtenissen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.