De zee als trooster

De schrijver en zijn steevast door het leven getekende en daardoor in zichzelf gekeerd geraakte hoofdfiguren wekken echter de indruk geen noemenswaardige hinder te ondervinden van hun leeftijd. De ouderdom bevalt hun juist beter dan de jeugd en dat is geen kwestie van ervaring, maar van temperament.

Dat was bij Victor Maskell al zo, de kunsthistoricus die spion en vervolgens verrader werd in The Untouchable, Banville's meest ambitieuze en geslaagde roman van acht jaar terug, bij Alexander Cleave in Eclipse (2000) en eveneens bij de musicus en collaborateur Axel Vander in Shroud (2002). De kunsthistoricus Max Morden in The Sea, Banville's jongste roman, is uit hetzelfde vlees geschapen. De schrijver is net zestig geworden, zijn helden zijn die leeftijd al jaren gepasseerd.

Kunsthistorici, veel kunsthistorici in zijn werk: kijkers met oog voor het detail en een dwangmatige hang naar beschrijven, naar het formuleren van wat zij gezien hebben. Zij kijken om te ontwarren, zij kijken om het te kunnen opschrijven. Introverte en onaangepaste mompelaars zijn het, voorovergebogen naar het object van hun belangstelling en alvast begonnen de woorden te proeven waarin het aanstonds beschreven en geduid moet worden. En, precies zoals kunsthistorici doen, zij noteren wat iedereen zelf wel had kunnen waarnemen, 'Zeegezicht met zwemmers', of 'Vrouw in bad'. De concentratie levert inzicht in het alledaagse op, de beschrijving verleent karakter en soms zelfs diepgang aan het banale.

Max Morden heeft zijn vrouw verloren aan kanker. Zelden zal iemand zo gereserveerd en dus indringend over het hem zojuist opgedrongen weduwnaarschap hebben geschreven als Banville in deze roman. Dat komt doordat klagen hem tegenstaat en hij tegelijkertijd doordrongen is van de haat en de wreedheid die het leven, het samenleven voorop, eigen zijn. Zijn vrouw herinnert hem er ook nog aan, vanaf haar sterfbed: 'Je hebt mij soms ook gehaat, een beetje.' Het aangename is dat het waar is: dat maakt die mensen interessanter dan de snikkende omhelzers boven het naar doodzweet stinkende kussen.

Teruggegaan naar de kust, vervolgens naar het vakantiehuis dat een beslissende plaats inneemt in zijn jeugdherinneringen, de herinneringen aan de trage zomervakanties van een mensenleven geleden. 'Ik heb altijd de overtuiging gehad, bestand tegen alle bedenkingen, dat op enigerlei onbepaald moment in de toekomst, de aanhoudende repetitie waaruit mijn leven bestaat, met zijn vele misleidingen, zijn vergissingen en blunders, voorbij zal zijn en dat het ware drama waarop ik mij altijd en met zoveel ernst heb voorbereid ten slotte zal beginnen.'

En in zekere zin is dat ook zo: het terugkijken, het proberen te begrijpen, te achterhalen wie wij geweest zijn, het geleefde leven is bij Banville een stuk belangrijker dan het leven zelf, belangrijker én dramatischer. De aankomst telt, niet de reis, het is het temperament van de schrijver, de kunstenaar. Het gaat om het werk, en dat moet altijd over.

Hij schrijft een boek over de schilder Pierre Bonnard, Banville's weduwnaar. Niet dat het erg opschiet, want al kijkend naar Bonnards zomerse portretteringen van een badende vrouw dwalen zijn gedachten af en komen er hooguit banaliteiten en onaffe formuleringen uit zijn pen. Het ademt allemaal een meedogenloos besef van vergeefsheid.

Het vakantiehuis was ooit de zomerse pleisterplek van een gezin dat zich enkele sporten hoger op de maatschappelijke ladder bevond dan het slepende huwelijk waaraan Max Morden zelf ontsproten was. Klassentegenstellingen in taal, tafelmanieren, huisvesting en levensplezier; we zijn in Ierland, we zijn in de eerste naoorlogse decennia. De terugblik ontrafelt gelaten de schijnvertoning van welvaart en emancipatie die daarop volgde. Alles aangeleerd, alles onecht, het project van ontsnappen en opklimmen tot mislukken gedoemd.

Daar wordt de nabijheid van de zee, ongemanierd, onberekenbaar en onveranderlijk, ook productief. Strandkleding staat iedereen bezopen en in de branding oogt zelfs de beste zwemmer onbeholpen. De zee is de grote gelijkmaker - en het geluid van de zee de grote trooster.

Toen, een mensenleven terug, eindigde een zomerliefde, die onmogelijke idylle van de jeugd, in een drama, maar dat komen we pas op de laatste bladzijde te weten. Het hangt echter vanaf de eerste pagina in de lucht, als een dreigend noodweer dat zich optast aan de kim. Het verse weduwnaarschap lijkt de stemming te bepalen, maar het is daarvan hooguit een recente manifestatie. Voor de mompelaar, de in zichzelf gekeerde exploitant van de vergeefsheid, is die stemming er altijd al geweest.

Banville lezen is woorden proeven - én opzoeken, want hij schrijft het scherpste, meedogenloos woordrijkste Engels dat ik ken. Het is luisteren naar een cellist in gevecht met zichzelf, ademen op de golfslag van de zee. Weinigen schrijven meeslepender, maar dat is het woord niet. Ontluisterender, dat wel.

John Banville: The Sea. Picador, import Van Ditmar; 264 pagina's; ¿ 20,50. ISBN 0 330 43625.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden