De X-factor

De laatste jaren is er iets met modemerk Lanvin gebeurd waardoor iedereen het niet alleen roemt, maar ook kóópt, hoe duur het ook is....

oor een zwarte broek of een effen kasjmier truitje moet je niet in de dameswinkel van Lanvin aan de Rue du Faubourg-Saint Honoré in Parijs zijn. Elke jurk, top, tas, pump, portemonnee, rok die in de bijna huiskamergezellige boetiek te koop is, is een uniek, bewerkt stuk. Bijzonder van kleur, geplooid, en versierd met strikken, kralen, een grote bloem van stof, een asymmetrisch geplaatste volant, een metalen kettinkje, een tekening van ontwerper Alber Elbaz (48).

Romantisch en vrouwelijk zijn de kleren van Lanvin, maar nooit té; details als onafgewerkte naden en aan de buitenkant geplaatste ritsen geven net wat rauwheid. Maar vóór alles zijn ze Lanvin; niet zozeer terug te voeren naar een trend of een seizoen (al staat wel altijd in het label vermeld uit welke collectie een schoen of kledingstuk komt), als wel op het handschrift van Elbaz.

Het is een stijl waaraan behoefte blijkt; weinig modemerken weten vrouwen op het moment zo hebberig te maken als Lanvin. Zelfs vorig voorjaar, tijdens de donkerste dagen van de crisis, toen mode even enorm uit de mode was en je in de meeste designerwinkels in de chique winkelstraten van Parijs een kanon kon afschieten, was het bij Lanvin behoorlijk druk. En dat terwijl de kleren en schoenen zelfs in vergelijking met die van veel andere chique modehuizen duur zijn. De prijs voor een jurk begint bij 1.500 euro en kan oplopen tot het drievoudige. 800 euro voor een paar schoenen is niet uitzonderlijk.

‘Maar zodra vrouwen het aantrekken, zijn ze verkocht’, zegt Debbie Ubachs van Azzurro Due in Amsterdam, een van de winkels in Nederland die de vrouwenkleren van Lanvin verkopen. ‘Het geeft zo’n gevoel van luxe. Lanvin verkoopt zichzelf.’

Die luxe zit ’m niet alleen in de decoratie: de kleren zijn voelbaar met zorg gemaakt, de draperieën en plooien vallen precies zoals ze moeten vallen. Aan een strapless jurk die goed blijft zitten zonder dat er baleinen in zitten, gingen bijvoorbeeld zeven mislukte pogingen vooraf. Een gele jurk van Lanvin is niet een variatie op een zwarte jurk; het is een andere jurk, omdat ‘de proporties anders moeten zijn’. Een keer liet Elbaz zijn team twee dagen voor de show met de hand alle tassen veranderen, omdat ze niet naar zijn zin waren.

De jurken van Lanvin zijn het soort jurken waarvan je zegt: daarin wil ik wel trouwen. Dat heeft Elbaz goed begrepen. De hele etalage in Parijs is gevuld met vrolijke bruiden op scooters, voor bruidsmode is een aparte afdeling ingericht. Er zijn langere en korte jurken in gebroken wit, maar ook wat een van de verkoopsters ‘een nieuw bruidsvoorstel’ noemt: witte T-shirts met bloemetjes, steentjes, teksten en vrolijke tekeningen van Elbaz, te dragen met lange witte rokken.

‘We proberen een product te maken dat een ziel heeft’, zegt Lucas Ossendrijver op een vrijdagmiddag in februari in een café om de hoek van zijn atelier in Parijs. ‘Een intieme luxe. Ik vind ook wel dat onze spullen duur zijn, maar we kunnen die prijs verantwoorden.’

Ossendrijver (39) is de Nederlandse ontwerper die verantwoordelijk is voor de mannenlijn van Lanvin. De show van zijn najaarscollectie 2010 is net achter de rug (de mannenshows vinden anderhalve maand eerder plaats dan de vrouwenshows); dit is een van de weinige weken in het seizoen dat hij en zijn vijf assistenten het niet schreeuwend druk hebben.

Zoals bij de meeste modemerken trekken ook bij Lanvin de vrouwenkleren de meeste aandacht. Maar binnen de mannenmodewereld zijn de subtiele, rustige, elegante, vaak aaibare kleren van Ossendrijver net zo’n sensatie als die van Elbaz in de vrouwenmode.

De Parijse mannenwinkel, die pal tegenover de vrouwenwinkel ligt, is zelfs groter dan de vrouwenboetiek. Op de derde en hoogste verdieping is de afdeling gevestigd waar maatpakken en -overhemden worden verkocht, en waar meteen een heel ander type man te vinden is: niet de hippe jonge mannen die je beneden ziet, maar 40-plus-zakenmannen. Die maatpakkenafdeling, daar dreef de mannenlijn van Lanvin vooral op toen Ossendrijver in 2005 begon, aangevuld met onopvallende luxeconfectie.

Ossendrijver is opgeleid aan de kunstacademie in Arnhem. Via onder meer Kenzo belandde hij in 1997 als assistent van hoofdontwerper Hedi Slimane bij Dior Homme, in die tijd het belangrijkste mannenmodemerk. Na vier jaar vond Ossendrijver het tijd zelf ergens verantwoordelijk voor te zijn. Via via hoorde hij dat Elbaz een mannenontwerper zocht.

‘Ik heb altijd bewondering gehad voor wat hij deed, ik voelde me verwant met zijn manier van werken, zijn stofkeuzen. Ik stuurde een korte brief en een week later hadden we een afspraak. Hij keek me in de ogen, bestudeerde mijn kleren en de spullen die ik bij me had. Naar mijn werk keek hij helemaal niet. Het was best intimiderend.’

Ossendrijvers mannenlijn begon, zegt hij, klein. ‘Ik had de vrijheid om iets nieuws te beginnen naast wat al bestond. Het hoefde niet meteen goed te verkopen.’

Inmiddels zijn de eerste twee verdiepingen van de Parijse mannenwinkel gevuld met Ossendrijvers ontwerpen. Geen pakken, maar losse stukken. Jasjes, korte broeken en overhemden gemaakt van stropdassenzijde, glanzende bandplooibroeken met een brede band en een hoge taille, klompsandalen, waarin je een verwijzing zou kunnen zien naar zijn afkomst, vrolijke tassen die zijn gebreid van nylon bergbeklimmerskoord, nonchalant-mooie effen overhemden.

Alber Elbaz en hij hebben, zegt Ossendrijver, een ‘open’ relatie. ‘Hij is genereus, hij geeft me veel vrijheid en steun.’ Allebei hebben de ontwerpers hun atelier pal boven hun winkels aan de Rue du Faubourg-Saint Honoré. ‘Het zijn gescheiden werelden. Aan het begin van het seizoen zien we elkaar en praten we over wat we gaan doen, wat in de lucht hangt, en ik ga regelmatig naar zijn studio om te kijken waar hij mee bezig is.’

Ossendrijver past technieken toe uit de vrouwenmode. De stropdassenstof in zijn voorjaarscollectie is ‘schuin op draad’ verwerkt, een techniek uit de haute couture. Er is een groene jas met wijde mouwen waarvan de zomen, net als veel vrouwenkleren van Lanvin, niet zijn afgewerkt, er zijn jasjes die zijn afgebiesd met het ripsband dat ook door Elbaz vaak wordt gebruikt.

Andersom worden de vrolijke zijden sneakers die door Ossendrijver zijn bedacht, inmiddels ook gemaakt voor vrouwen. En vorig jaar gebruikte Elbaz voor het eerste mannelijke materialen en snits.

Lanvin is het oudste nog functionerende Franse modehuis. Jeanne Lanvin (1867-1946), een van de negen kinderen van een journalist, was 13 toen ze begon te werken bij een hoedenmaker, en 18 toen ze haar atelier oprichtte, met hulp van een klant. In 1889 begon ze haar eigen hoedenmerk.

Haar dochter Marguerite, Lanvins enige kind, geboren uit haar eerste huwelijk, was haar oogappel en haar muze. Het logo van Lanvin is gebaseerd op een foto uit 1907 van Lanvin en haar dochter, gekleed om naar een gekostumeerd bal te gaan.

Marguerite was ook de reden dat Jeanne Lanvin de stap naar kleding zette, om te beginnen kinderkleding. Lanvins kinderkleren waren feestelijk, sprookjesachtig, maar niet formeel en gaven ruimte om te bewegen en te ademen – in die dagen een nieuw concept. Kort daarna begon ze met vrouwenmode, al snel volgden lingerie, sportkleren, mannenkleren, bont, ondergoed, zelfs interieurspullen. In de jaren twintig had ze achthonderd mensen in dienst, veel meer dan er tegenwoordig voor Lanvin werken.

Het nieuwe Lanvin lijkt in veel opzichten op het oude Lanvin. Lanvin stond bekend om de ‘ontspannen luxe’; haar vrouwenkleren hadden vloeiende lijnen die ze geschikt maakten voor zowel jonge meisjes als wat oudere vrouwen. Ze waren simpel van snit, maar romantisch van stijl, zelfs als dat niet in de mode was, en versierd met stenen, schelpen, linten, stukjes koraal. Ze had een voorkeur voor koraal, zachtroze, kersenrood, mauve, amandelgroen en vooral lavendelblauw, een kleur die ze ontdekte op een fresco van Fra Angelico, en waarnaar ze zo lang keek, zo wil het verhaal, dat ze er een stijve nek van kreeg. Lanvins schoenendozen zijn tot op de dag van vandaag lavendelblauw.

Ook Elbaz is dol op kleur en decoraties, en ook zijn kleren zijn gemaakt voor vrouwen van alle leeftijden. Hij doet niet aan decolletés, gebruikt weinig transparante stoffen. Hij mag graag zeggen dat hij niet de jurk wil ontwerpen die een man verliefd doet worden op een vrouw, maar de jurk waarin een vrouw verliefd wordt op zichzelf. Het feit dat hij zelf voortdurend op dieet is, maakt dat hij niet alleen aan fotomodellen en dunne actrices denkt, maar ontwerpt ook voor gewone, steviger vrouwen. Met zijn jurken wil hij hun een ‘gevoel van gewichtloosheid’ geven.

Alber Elbaz vergeleek zijn baan vorig jaar in een interview met The New Yorker met die van een conciërge in een goed hotel: neutraal, dienstbaar, op de achtergrond.

‘Toen ik bij Dior werkte’, zegt Ossendrijver, ‘dacht ik vaak dat ik eigenlijk niet geschikt was voor de mode. Slimane was bij Dior een ster, ik ben het gelukkigst als ik in mijn atelier aan het werk ben. Ik weet nu: daar ligt mijn kracht.’

Na de dood van Jeanne Lanvin hebben meerdere ontwerpers voor het huis gewerkt, onder wie Claude Montana. Maar niet een van hen wist van het huis een succes te maken. Tot in 2001 de Taiwanese zakenvrouw en mediamagnaat Shaw-Lan Wang het huis opkocht, vast van plan ‘de slapende prinses wakker te maken’. Elbaz, wist ze bij hun eerste gesprek, was de man die dat voor haar ging doen.

Alber Elbaz, die altijd gekleed is in iets te korte broeken en nooit wordt gefotografeerd zonder (strik)das, werd als Albert Elbaz geboren in Casablanca en groeide op in Israël. In 1985 verhuisde hij naar New York om een baan in de mode te zoeken; zijn moeder had hem 800 dollar meegegeven. Hij kwam terecht bij een bedrijf dat tuttige damesconfectie maakte en later bij Geoffrey Beene, een bekende naam in de Amerikaanse mode. In 1997 werd hij hoofdontwerper bij Guy Laroche in Parijs. Binnen een jaar vertrok hij naar Yves Saint Laurent Rive Gauche, op verzoek van Saint Laurent zelf. Het was de bedoeling dat hij na het pensioen van Saint Laurent ook de haute couture zou gaan ontwerpen, maar de overname door Gucci gooide na drie seizoenen roet in het eten. Gucci’s Tom Ford werd zelf hoofdontwerper en verving Elbaz’ rustige, smaakvolle kleren door schreeuwerige, sexy vertalingen van Saint Laurents stijl.

Elbaz, sowieso een enorme tobber (‘Ik ben joods, ik kan niet níet tobben’), greep dat erg aan; hij verdween voor jaren uit Parijs. Maar na een paar seizoenen Lanvin was het duidelijk dat hij zijn bestemming had gevonden.

Sommige van Elbaz’ ontwerpen, zoals een snoer van in stof ingepakte parels, vestjes die zijn afgezet met stukjes transparante zijde en zijn kenmerkende naar buiten verwerkte ritsen zijn inmiddels tot in alle lagen van de mode-industrie opgepikt. Minder opvallend, maar zeker zo revolutionair is zijn stofgebruik. Behalve van zijde maakt hij zijn jurken en geplooide jumpsuits ook vaak van polyester en andere synthetische stoffen, materialen waarop nog steeds een behoorlijk taboe rust in de luxemode.

Ondanks al het succes is Lanvin een relatief klein merk. In 2007 was de omzet 115 miljoen euro (recentere cijfers worden niet gegeven). Bovendien is het een van de weinige bekende modemerken die geen deel uitmaken van een groot conglomeraat. Het adverteert daarom maar mondjesmaat en geeft, anders dan bijna alle andere modemerken, geen spullen weg. Niet alléén uit principe; er is simpelweg geen geld voor.

Maar het merk groeit snel. En dus, zegt Lucas Ossendrijver, wordt de druk elk seizoen groter. ‘Er komen steeds meer mensen naar de shows, de verwachtingen worden hoger en hoger; ik kan het me niet permitteren een collectie te maken die slecht verkoopt. Soms denk ik dat we dat we een hype zijn. Angstaanjagend vind ik dat. Want als iedereen roept dat je de beste bent, komt er ook een moment waarop ze zeggen dat je dat niet meer bent.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden