De wreker spreekt

Adelheid Roosen schreef IS.MAN , een theatervoorstelling over eerwraak. Ze sprak met de daders. ‘Voor deze hedendaagse tragedie draaien we ons hoofd om.’ Door Hein Janssen..

Hein Janssen

In de kleedkamer van acteur Youssef Sjoerd Idilbi hangen plaatjes van Paris Hilton. Het is zijn grote idool, evenals trouwens Madonna. Sterke vrouwen die door de media zijn gemaakt, vervolgens afgebrand en geheel op eigen kracht weer opgeklommen. ‘Madonna heeft zichzelf wel tien keer helemaal opnieuw uitgevonden – fantastisch toch!’,

Het is bepaald niet de eerbied die past bij de rol die hij op dit moment heeft. Zojuist heeft hij een krachttoer in theater Lux in Nijmegen volbracht. Anderhalf uur lang speelde Youssef een monoloog: IS.MAN, een voorstelling over eerwraak naar een tekst van Adelheid Roosen, in een regie van de theatermaakster zelf. Elders is hij ook ‘foute man’: deze dagen is hij loverboy in de voorstelling Liefde is kouder dan de dood van de groep rZpkt.

Als na de voorstelling in Nijmegen enkele toeschouwers discussiëren over de vraag of IS.MAN nu wel of niet begrip voor de plegers van eerwraak probeert te kweken, houdt Youssef Idilbi (geboren in Drachten, Palestijnse vader, Nederlandse moeder) zich een beetje afzijdig. Hij speelde eerder in tv-series als Westenwind, Russen en Onderweg naar morgen. Maar dit is andere koek – zwaar, heftig, ingewikkeld.

Later in de kleedkamer: ‘Ik weet eigenlijk zelf niet zo goed wat ik ervan moet vinden. Eerwraak is natuurlijk verwerpelijk, dat vindt iedereen, maar je kunt ook zó gek gemaakt worden dat je uit naam van de familie en traditie toch tot zo’n daad komt. Misschien dat door deze voorstelling de Nederlanders dit beladen onderwerp wat breder kunnen gaan bekijken. Dat ze eerst willen luisteren en zich in het onderwerp verdiepen, voordat ze het verwerpen.’

Eerwraak is volgens de formele omschrijving ‘een gewoonterechtelijk fenomeen waarbij een familie of stam de verloren gegane zedelijke eer kan herstellen door het plegen van een moord op de veroorzaker van het eerverlies’. In de praktijk houdt dat in: het doden van vrouwen (echtgenotes, vriendinnen, dochters, zusjes) omdat zij door hun gedrag de familie-eer hebben bezoedeld. Dat gedrag kan variëren van vreemdgaan tot ‘onkuis’ op straat lopen, van chatten via internet tot een ongewenst vriendje hebben – allemaal dingen die vrouwen in een streng islamitisch milieu niet mogen. Er zijn tal van manieren waarop zij worden vermoord: met mes, vergif, of door een kogel.

In Nederland is de discussie rond eerwraak op de politiek agenda gezet door Ayaan Hirsi Ali. Maar eerwraak als onderwerp voor een theatervoorstelling, dat is nieuw. Adelheid Roosen heeft zich eraan gewaagd, met als resultaat IS.MAN. In haar vorige voorstelling De Gesluierde Monologen liet Roosen moslima’s aan het woord over seksualiteit, intimiteit en gevoel. Nu dan aandacht voor de man, de moslimman, niet de gewone man met een islamitische achtergrond, maar de man die zijn vrouw, zijn dochter of zijn zus vermoordt om de eer van de familie te redden.

Waarom dit onderwerp in het theater? Iemand die eerwraak pleegt is toch een gruwelijke misdadiger? Daar willen wij toch verder niets mee te maken hebben? Roosen heeft het de afgelopen tijd gemerkt: steeds weer moet ze zich verdedigen vanwege haar keuze de daders van eerwraak in het theater een stem te geven.

‘Voor mij is dit een tragedie van deze tijd, en als ik daarover iets op de kaart wil zetten, laat ik dan maar meteen het meest extreme nemen, en dat is eerwraak – dat was mijn beweegreden. Eerwraak is onderdeel van hun cultuur, en dus ook van de onze. In de westerse wereld vallen er doden door verkrachting, incest, anorexia, kindermoordenaars, psychopaten, in de Arabische wereld onder meer door eerwraak. Door dat fenomeen daadwerkelijk te onderzoeken en te beschouwen, kun je het tot ons eigen grondgebied maken, en dan pas kun je het gaan bestrijden.’

Eerwraak, zo vindt Roosen, moet niet een geïsoleerde cel binnen die andere cultuur blijven. Je moet het openbreken, je moet het tot onze geschiedenis maken. Je hoofd omdraaien, het afwijzen, heeft geen zin. Het typeert de houding en werkwijze van deze theatermaakster: de armen wijd open voor elkaar, alle ruimte voor de zachte krachten.

Roosen: ‘Ja, maar dan wel de harde zachte krachten. Niet het sentimentele, niet het mee huilen. Je mag wel oordelen, maar niet veroordelen. Als je veroordeelt blijf je in afzonderlijke werelden en dat leidt tot afstoting, uitstoting. Je moet inzicht krijgen en dan zeggen: ho, hier stoppen! Stoppen nou! Dus niet accepteren dat eerwraak als onderdeel van het systeem blijft bestaan.’

Met IS.MAN schreef Roosen een tekst die zich laat ondergaan als een lang, soms gruwelijk gedicht, geschreven in een bijna nieuw soort Nederlands, een taal die zo uit de mond van daders zelf zou kunnen komen.

Dat is voor een belangrijk deel ook het geval. Roosen heeft de afgelopen twee jaar veelvuldig migrantenmannen opgezocht – in koffiehuizen, op de markt, thuis. Ze sprak ook met hulpverleners, advocaten en opbouwwerkers. En ze is naar de gevangenissen gegaan waar de daders hun straf uitzitten. Na een moeizame en lange weg heeft ze uiteindelijk met tien gedetineerden gesproken. Het werd, al met al, een lange zoektocht naar motieven en omstandigheden.

‘Ik ben ze niet als een rechter gaan ondervragen, maar ben op zoek gegaan naar het verhaal van die mannen. Natuurlijk ben ik vooraf helder geweest over mijn eigen opvattingen. Ik heb ze gezegd: ik ben een vrouw en ik ben opgevoed met het gebod Gij zult niet doden. Maar ik heb ze ook duidelijk gemaakt dat ik daar niet zat om ze opnieuw te veroordelen of te beschimpen.’

Roosen ondervroeg vooral allochtone mannen van de eerste en tweede generatie. De verhalen waren pijnlijk en soms ook gruwelijk – er vielen in de gesprekken meermalen lange stiltes. Praten, doorgronden, de motieven helder krijgen – dat is wat Roosen met haar gesprekken wilde bereiken.

‘Je moet weten welke stappen aan de daad zelf vooraf gaan. Er zit een bepaalde opbouw en systematiek in. Van jongs af aan en generaties lang zijn die mannen opgevoed en opgegroeid in een systeem waarin geweld normaal is, waarin iedere dag geslagen wordt. Ik hoorde vaak: ik weet niet beter. Doordat deze daders zich openstellen, kan dat uiteindelijk leiden naar een betere beheersing. Zij zijn in wezen de richtingaanwijzers voor de hulpverleners, die dit probleem moeten gaan aanpakken.’

In het Lux Theater in Nijmegen is Marijke Schanzleh een van de bezoekers. ‘Ik ben altijd nieuwsgierig naar wat Adelheid Roosen maakt. Hoe zij open naar andere culturen kijkt, en daar creatief mee om gaat. Ik kom zelf regelmatig in Egypte, heb daar veel contact met moslims en ben hier dus erg benieuwd naar.’ Fenna is samen met haar Turkse vriend Taner naar de voorstelling gekomen: ‘Ik ben werkzaam in het welzijnswerk en wil graag zien hoe dit zware onderwerp in het theater wordt behandeld.’

In IS.MAN, zo blijkt in Nijmegen tijdens een van de eerste try-outs, wordt de zwaarte allesbehalve uit de weg gegaan. Roosen heeft drie generaties op het toneel gezet: de dader in de gevangenis (de Turks sprekende Yasar Ustuner), zijn zoon aan wie hij zijn relaas wil doorgeven (Youssef Idilbi) en zijn vader, hier gespeeld door de Koerdische muzikant Brader Musiki. De religie komt aan bod in de aanwezigheid van een gelovige soefi-danser. Het relaas wordt in een razende, kolkende woordenstroom, soms met horten en stoten, verteld.

De slachtoffers van eerwraak – de vrouwen en meisjes – hebben geen stem. Zij zijn in deze voorstelling stille getuigen, verbeeld door de lange gordijnen tegen de achterwand die zijn gedrapeerd als zwartgrijze jurken.

Na afloop stapt een aantal vrouwen op Adelheid Roosen en de acteurs af. Iedereen wil er wel wat over zeggen.

Fenna, de welzijnswerkster: ‘Ik heb niet veel nieuwe dingen gehoord – maar de voorstelling biedt wel een interessant inkijkje in hoe zo iemand denkt. Die druk van de familie, die sterke, cultureel bepaalde banden, dat zit er allemaal in. Dit is het verhaal van de daders en dat is tamelijk uniek, denk ik. Maar het roept ook weerstand op: er wordt begrip gevraagd, terwijl het ook verwerpelijk is.’

Taner, haar vriend: ‘Het is prima dat deze voorstelling is gemaakt, het maakt iets los, het appelleert aan het gevoel. Maar ik hoef nu niet tien voorstellingen over eerwraak te zien. Misschien doorbreekt dit ook het jullie-en-ons-denken een beetje, er is namelijk alleen maar óns.’

De vraag of Adelheid Roosen met IS.MAN modern vormingstoneel wil brengen of artistiek inhoudelijke toneelkunst, wordt door haar als irrelevant beschouwd. Theater is bij haar altijd vormend, maar dan op een artistieke manier. Geen realistisch één-op-één theater, maar een poëtische verbeelding van de werkelijkheid, ook al is die werkelijkheid gruwelijk. Ze heeft IS.MAN gemaakt voor het reguliere theaterpubliek, maar ze zou het stuk heel graag ook willen opvoeren in de gevangenissen en in Blijf-van-mijn-lijf-huizen.

‘Niemand vraagt zich af waarom Oresteia en Medea nog steeds worden opgevoerd – tragedies van ver voor Christus, die ook over familie-eer en wraak gaan. Moeders die hun kinderen doden, zonen die hun moeders doden. Daar gaan we met z’n allen heen, en zeggen na afloop: goh, wat een mooie toneelavond was dat. Maar voor deze hedendaagse tragedie draaien we ons hoofd om. En ik wil nu juist deze tragedie opvoeren, ik geef deze personages van nu een stem!’

Roosen wil een aanvulling geven op de eenzijdige blik van het westen tegenover de Arabische cultuur. Terrorisme, vrouwenonderdrukking, eerwraak – dat is het voor velen nog steeds, en meer niet. ‘Alsof zij ons ook niet wonderschone zaken te bieden hebben. Maar daarvoor zal je los moeten komen van dat vijandsbeeld, daarvoor moet je het offer van de buiging durven brengen. Je zal met elkaar die bocht door moeten!’

Doodop en lichtelijk chaotisch ploft ze na de voorstelling neer in de artiestenfoyer. Ze stift haar lippen – felrood, vuurrood, bloedrood.

Er moet nog veel gebeuren: technisch, ritmisch, de afwisseling van tekst en muziek moet beter. Maar haar missie is duidelijk, en die ontleent ze aan Portia uit Shakespeare’s De Koopman van Venetië, een rol die zij ooit speelde: ‘Boven elk symbool van aardse macht, zweeft genade.’

Roosen: ‘Daar gaat het mij om: laat het strafrecht vooral zijn werk doen, maar laat ook de vergeving toe, anders blijf je eeuwig van elkaar verwijderd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden