De wrede wendingen van het lot van schrijver Esterházy

Péter Esterházy (1950-2016)

Behalve een wiskundige die in de jaren zeventig voor het schrijverschap koos, was graaf Péter Esterházy van Galantha ook een fanatiek voetballiefhebber, al bracht hij het in die carrière niet verder dan de vierde klasse in Boedapest.

Péter Esterházy. Foto ap

En nee, dat bedoelde de donderdag overleden Hongaarse schrijver niet als ironie, want bij elke klasse hoort een eigen niveau, doceerde hij in zijn geestige en wijze verhandeling Reis naar het einde van het strafschopgebied (2006): 'Voetbal is een vak met een duidelijke hiërarchie; een goede vierdeklassevoetballer is een goede voetballer uit de vierde klasse.'

Toen hij piepjong was, beleefde het Hongaarse voetbal de grootste triomf (een finaleplaats op het EK van 1954), meteen gevolgd door de grootste deceptie (de finale tegen Duitsland werd verloren met 3-2). Het was de eerste keer dat Esterházy min of meer bewust werd getroffen door de wrede wendingen die het lot kan nemen.

Informant

Hij kwam uit een adellijk geslacht, zijn vader Mátyás was een graaf, maar diezelfde vader maakte mee dat alle rijkdommen hem werden ontnomen; eerst door de Duitsers, en na de Tweede Wereldoorlog door de communisten, die hem zelfs op het platteland te werk stelden. Later werd vader vertaler in Boedapest. Over zijn land en familie schreef Peter Esterházy de postmoderne familiekroniek Harmonia Caelestis (2000), twee jaar nadat zijn vader was gestorven.

Een schitterende ode. Maar niet het héle verhaal, zo ontdekte Esterházy in hetzelfde jaar dat zijn boek verscheen: vader was vanaf 1957 jaren informant geweest voor de Hongaarse geheime dienst. Een verklikker die zijn eigen familie, zijn eigen schrijvende zoon inbegrepen, heeft bespioneerd. Peters trots op de man die zo veel had doorstaan, en die vaak kaartjes had voor belangrijke voetbalwedstrijden, werd verbrijzeld. De dappere vader was een laffe schurk geweest.

Vervolgboek

Reden te over voor een vervolgboek, het rauwe logboek Verbeterde versie (2004) waarin Péter zijn verbijstering de vrije loop laat, om ten slotte vast te stellen dat de walging het niet heeft gewonnen. Zijn vader was ook een slachtoffer van zijn tijd. 'Ik wilde hem niet verliezen. Nu zie ik dat ik mijn liefde behouden heb.'

Dit jaar nog voltooide Esterházy een heel ander boek dat hij eveneens nooit van plan was geweest: een 'onco-dagboek'. Vorig jaar werd bij hem alvleesklierkanker geconstateerd.

De dood van Johan Cruijff greep hem aan, liet hij in april aan sportboekenkenner Arthur van den Boogaard weten. En ook, dat hij troost putte uit de gedachte dat Johan Cruijff 'nog in elke goede wedstrijd aanwezig is'. Dat schreef hij vanachter zijn laptop, in zijn werkkamer in het voormalig ouderlijk huis in Boedapest. Gezeten aan het oude bureau van zijn vader.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.