De woordenaar

Portret van een 16de-eeuwse ondernemer

De man die in 1573 het allereerste woordenboek van de Nederlandse taal uitgaf, sprak die taal zelf zeer onbeholpen. Maar dat gaf niks. De in Frankrijk geboren Christoffel Plantijn (1520-1589), drukker en uitgever, vond dat zo'n boek er moest komen. Ook al was Latijn de taal van de wetenschap en de kerk, en Frans de taal van de politiek, de mensen dachten en spraken in hun eigen taal. De Antwerpse uitgever Plantijn wist dat alleen die taal de mensen kon binden in een tijd waarin de haat tussen katholieken en protestanten, tussen aanhangers van de koning en van de geuzen, hoog oplaaide. Zijn Schat der Neder-duytscher spraken zou een eerste stap zijn naar het Algemeen Beschaafd Nederlands. Het was ook, schrijft zijn biografe Sandra Langereis, het allereerste woordenboek van een volkstaal ooit verschenen. Volkstalen werden voor boertig versleten.

Zoals de pioniers op het wereldwijde web meenden dat internet van alle mensen broeders en zusters zou maken, was Plantijn ervan overtuigd dat het gedrukte en verspreide woord tot beter begrip tussen de volkeren en de godsdiensten zou leiden. Hij haatte ruzieschoppers. Kennis, dacht hij, zou vanzelf leiden tot redelijkheid. Hij verspreidde kennis door zijn fantastische woordenboeken en atlassen, bracht heruitgaven van klassieke literatuur en gaf wetenschappelijk werk uit.

Zijn opus magnum was de Polyglotbijbel. Plantijn was weliswaar niet de auteur, maar wel bedenker en samensteller van dit briljante meerdelige boek, een ongelooflijk omvangrijk project waarvoor hij de grootste talenten als redacteur had weten te strikken. Ook dit boek moest de mensen in een verscheurd land samenbrengen. Katholieken lazen de Vulgaatbijbel, maar Erasmus had al duidelijk gemaakt dat de bijbel in de grondtalen bestudeerd moest worden. Plantijns meertalenbijbel gaf de oorspronkelijke teksten in het Hebreeuws, Aramees, Latijn, Grieks en Syrisch. Zo was te zien dat de bijbel, behalve het Woord Gods, ook gewoon mensenwerk was.

De twee strijdende religies moesten eens ophouden met hun theologische scherpslijperijen, vond Plantijn. Die leidden maar tot bloedig geweld en economische neergang. Ook al was en bleef de uitgever zijn leven lang katholiek, zijn bijbel was voor iedereen. Hij wist koning Filips II als subsidiegever van deze 'echt katholieke' bijbel te strikken - betalen deed de vorst echter mondjesmaat, waardoor Plantijn bijna failliet ging - maar ook de calvinist Willem van Oranje kreeg een exemplaar.

De woordenaar, het zesde deel in de reeks Sleutelfiguren, een project van het Prins Bernhard Cultuurfonds en uitgeverij Balans, is echt een boek over een sleutelfiguur geworden. In het personage Plantijn weerspiegelt zich zijn onrustige, verscheurde tijd: humanisme, godsdienststrijd, opstand, kapitalisme, stadscultuur, emancipatie van de handelvoerende burger. Het opkomende boekenbedrijf vertelt iets over het culturele en intellectuele leven, maar ook over de economische bloei en neergang van de handelsstad. Dat hele verhaal zit samengebald in de persoon van die ene, eigenwijze, ambitieuze en hardwerkende man, die vanuit het niets de grootste drukker ter wereld werd.

En een beroemde Antwerpenaar. De gebouwen van zijn uitgeverij de Gulden Passer verdwenen van de aardbodem, maar zijn nageslacht zou het bedrijf tot aan het eind van de 19de eeuw voortzetten. In het museum Plantijn-Moretus in Antwerpen zijn nog altijd de persen, de matrijzen, de gietletters en veel drukwerk te bewonderen.

Plantijn was een volbloed ondernemer. Een selfmade man. Zijn jeugd was treurig. Al heel jong verloor de kleine Christoph, die rond 1520 in het Franse Tours werd geboren, zijn moeder aan de pest. Zijn vader, die huisleraar was bij welgestelde families, nam zijn enig kind mee naar zijn opdrachtgevers; zo kreeg Christoph met de zonen des huizes goed onderwijs en leerde hij lezen en schrijven, ook in het Latijn. Toen hij 14 was liet zijn vader hem plompverloren achter i

n Parijs. Aan de universiteit studeren zat er niet in. Na een lange leerschool bij een meester in Caen werd hij boekbinder en drukker. In 1550 vestigde hij zich in Antwerpen. Hij had het goed gezien: dát was de boekenstad, een welvarend handelscentrum, een stad van rijke, geletterde burgers.

Langereis' biografie is vooral het portret van een bevlogen, gewiekste zakenman. Plantijn gaf niet alleen prestigieuze meesterwerken uit, hij drukte ook massa's onbenullige en populair-religieuze werkjes. Hij had immers een nering, het geld moest stromen. Zijn persen - op zeker moment had hij er zeven, geen drukker deed hem dat na - mochten geen dag stilstaan, de gezellen moesten aan het werk blijven. Ook zijn vijf dochters werden zodra ze konden lezen, ingezet in het bedrijf. Plantijn kreeg maar één zoon, die jong stierf. Toch had die tragiek ook een voordeel: zonen kun je niet uitkiezen, schoonzonen wel. Plantijn arrangeerde huwelijken voor zijn dochters en koos zijn favoriete schoonzoon Moretus uit als opvolger.

De zakelijke kant van Plantijns leven bleek goed gedocumenteerd, doordat kasboeken en handelscorrespondentie bewaard waren gebleven. Maar het zijn de verbeeldingskracht en de empathie van de schrijfster die van deze dorre feiten levensechte geschiedenis maken.

Langereis is de lezer behulpzaam. Geduldig rekent ze voor hoe duur iets is of hoe hoog een inkomen. Met oog voor details roept ze een 16de-eeuwse samenleving op. Ze beschrijft hoe mensen woonden. Ze legt de techniek van het drukken uit, ze laat de werklieden aan het werk zien (Plantijn verbood vloeken, winden laten en 'snottebellen aan yemants dingen doen'). Ze beschrijft hoe beeldenstormers hun verwoestende werk deden. Soms herhaalt ze zich, misschien bang om nog niet duidelijk genoeg te zijn. Ze gebruikt hedendaagse termen als 'filiaalmanager', 'subsidie', 'netwerken, en zelfs 'buzzen'. Dat maakt haar verhaal alleen maar levendiger.

Want dat is wat Plantijn deed: zijn naam laten rondzoemen, zich op de juiste plekken vertonen, vriendjes maken. Hij was opportunistisch. Hij bestookte Filips met bedelbrieven voor de productie van zijn bijbels, hij drukte de plakkaten van de wrede Alva en zelfs de index van verboden boeken. Maar hij had ook geheide calvinisten als vrienden en geldschieters. Alles voor de zaak. Een volbloed ondernemer. Hij zou zijn fraai uitgegeven en geïllustreerde levensverhaal graag in handen hebben gehouden.

'MENSEN VAN VLEES EN BLOED'

Niet te dik, niet te moeilijk, maar wel van hoge kwaliteit. Leesbare biografieën voor een breed, historisch geïnteresseerd publiek. Dat stond het Prins Bernhard Cultuurfonds voor ogen, toen het in 2007 begon met de reeks Sleutelfiguren. Het is de derde biografiereeks van dit fonds, die net als de vorige twee wordt uitgegeven door Balans. Tot nu verschenen de biografieën van Jacoba van Beieren, Hermannus Boerhaave, Rutger Jan Schimmelpenninck, Jacob Roggeveen, Mina Kruseman en Christoffel Plantijn.

'Wij hopen dat we met deze reeksen het genre van de biografie in Nederland een beetje vooruit hebben geholpen', zegt Adriana Esmeijer, directeur van het Prins Bernhard Cultuurfonds en initiatiefnemer van Sleutelfiguren. 'Toegankelijkheid en levendigheid zijn belangrijke criteria voor deze reeks.'

Belangrijk is de keuze voor aansprekende, boeiende hoofdpersonen als 'sleutelfiguur'. Bij de keuze liet het Cultuurfonds zich bijstaan door een adviescommissie en door de redactie van de reeks, die bestaat uit historica Els Kloek en mediëvist Catrien Santing.

De geportretteerden zijn niet per se de grootste namen van hun tijd, niet de machtigste of beroemdste mensen, maar mensen wier leven een verrassende ingang op de geschiedenis biedt, zegt Els Kloek. 'Je krijgt een intense blik als je een tijdperk via één persoon bekijkt, er valt een ander licht op een periode. Zoals in het geval van Plantijn: wat betekenden de godsdienststrijd en de Opsta

nd voor mensen die in die tijd leefden, die een bedrijf en een gezin hadden? Geschiedenis wordt gemaakt door mensen van vlees en bloed. Van dat idee drijven veel historici te ver af; ze houden zich liever bezig met grote verbanden, grote ideeën, lange ontwikkelingslijnen en cijfers op macroniveau. Maar de lezer wil weten hoe mensen in het verleden leefden.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden