De woorden goed en hard neuken

Men kent die internationale conferenties wel, op het snijvlak van politiek en kunst. Over de hele wereld worden ze georganiseerd....

Verbeelding en werkelijkheid. Kunst en engagement. Esthetiek versus ethiek. De kracht van het onzegbare. De metafoor als grensoverschrijdend beginsel. Hoe het verder moet met de roman.

Allemaal even goedbedoeld als vruchteloos.

De dichter, prozaïst en beeldend kunstenaar Breyten Breytenbach (Zuid-Afrika, 1939) is een graag geziene gast op dergelijke bijeenkomsten. Ooit zat hij zeven jaar gevangen in zijn geboorteland wegens 'politiek terrorisme', en vanaf toen kende zijn roem geen grenzen meer. Tegenwoordig, meldt zijn nieuwe Nederlandse uitgever Podium, verdeelt hij zijn tijd over Europa, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten, 'en doceert hij op diverse universiteiten'.

Je zou hem er haast om beklagen. In de lezingen en essays van de laatste jaren, gebundeld in Intieme vreemde, zie je Breytenbach soms worstelen met de materie. Hebben ze hem weer eens in New York of Berlijn opgetrommeld, dan zit daar weer een volle zaal met studenten en kunstliefhebbers met open mond te wachten op het verlossende woord over het wezen van het schrijverschap. En los gaat de goede man: 'Het is in het schrijven dat we de matheid noteren, zowel het afgekoelde residu van zuiver bewustzijn als de kiem van nieuwe gewaarwordingen. Het schrijven is de bemiddelende lijn die de paradox uitwerkt. Het schrijven is het voortdurend verbeelden en verzinnen van wat bestaan heeft sinds de eerste duisternis en afwezigheid. Het is onze zichtbare poging ritme te ademen.' Knappe jongen die daar protest tegen aantekent, zonder dat iemand evenwel kan parafraseren wat Breytenbach nu eigenlijk beweert. Applaus dan maar. Dat was weer een puike lezing, en de studenten kunnen aanstonds thuis proberen zelf ritme te gaan ademen.

Het aardige van deze bundel schuilt daarin dat de opsteller van al deze wijsheden er zelf zelden volmaakt tevreden over is. Hij komt zijn publiek een eind tegemoet door te betogen dat poëzie haar eigen betekenis is, en verbeelding noodzakelijk om de werkelijkheid te kunnen begrijpen, dat de kunst als onmacht tegenover de macht van politiek en markt ook een tegenmacht kan zijn, dat magie niet op te meten is (al meent David Hockney van wel) maar een kwestie van verbeelding, transformatie, beweging, proces in plaats van product.

Maar zijn dit nu de 'wortels van het schrijverschap', die Breytenbach volgens de flaptekst onderzoekt, of is dit de omcirkeling van een geheim dat je wezenlijk nooit in algemene termen kunt beschrijven zonder er afbreuk aan te doen?

Die suggestie wordt gewekt door de momenten waarop de kunstenaar in Breytenbach het roer overneemt, en zijn bespiegelingen onderbreekt voor een gedicht, zoals 'New York, 12 september 2001', dat met deze memorabele regels besluit: 'zullen woorden nog vergetelheid drinken/ zal ooit een gedicht genoeg gewicht hebben om te ontstijgen/ aan het puinschrift dat de val en de vergetelheid in herinnering brengt// zal de dood blijven huiveren in het papier', waarbij het ontbreken van expliciete vraagtekens de mededelingen de status verleent van droeve vaststelling én gemurmelde vraag tegelijk.

Die woorden zijn kunst, en die zeggen meer dan welke uiteenzetting ook vermag. De voelbare frictie geeft Intieme vreemde een aangename spanning: herhaaldelijk zien we kunstenaar Breytenbach zich uit het korset wurmen van de essayist die het wel eventjes komt uitleggen. Het belangrijkste kan hij alleen maar laten zien. Of hij permitteert zich een uitdagende beginselverklaring die zijn gehoor zal hebben doen blozen: 'De functie van het gedicht is de woorden goed en hard te neuken.' Die zit.

'Creëer patronen, dwarsverbindingen en riffs', houdt Breytenbach zijn pupillen voor. 'Dit geheel zal je textuur vormen. De smaak van het schrijven schuilt in de textuur.' Zullen ze daar betere schrijvers van worden? Je houdt je hart vast. Maar dan poneert de meester dit: 'De huid is de oppervlakte van de eeuwigheid.' En dat kan houvast geven: zoek de geheimen op in het concrete, alle theorie verdampt als je je zinnen de sporen geeft - en zij jou de sporen geven. Het weldadigste advies verstrekt Breytenbach vlak voor het eind: 'Lees nooit het soort troep dat je nu onder ogen hebt.' Schop alle rimram weg, en schep. Toch een bruikbare cursus.

Arjan Peters

Breyten Breytenbach: Intieme vreemde - Een schrijfboekVertaald uit het Engels door Krijn Peter HesselinkPodium189 pagina's 19,50ISBN 90 5759 341 6

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden