AnalyseConcertfilm Stamping Ground

De wonderlijke totstandkoming van de volstrekt unieke Kralingse concertfilm Stamping Ground

De Volkskrant spreekt de makers (toen nog jong en onbekend, nu wereldberoemd) over het blote publiek, ‘verdwenen’ opnamen en vooral de magische sfeer.

Dansende menigte in de film Stamping Ground.Beeld Eye Filmmuseum

‘Gezellige vakantiefilm’, luidde de kop boven de recensie van Stamping Ground in de Volkskrant van vrijdag 2 juli, 1971. Misschien niet helemaal de aanbeveling die je verwacht bij de registratie van het ‘Nederlandse Woodstock’. Dat de film überhaupt te zien was in de bioscoop, een jaar nadat het Kralingse popfestival had plaatsgevonden, noemt de krant ‘eigenlijk al een wonder’, gezien de uiterst rommelige totstandkoming.

Over het peloton cameramannen (negen stuks): ‘Gretig afsnorrend op iedereen die zich maar een beetje uitheinig gedroeg en op elke freak die zich verhief om een danspasje te maken.’ En wat, vroeg criticus Elly de Waard zich af, deden al die beelden van wolken, molens, duinen, eenden en bloembollenvelden toch tussen de live-opnamen van bands als Jefferson Airplane en The Byrds? (De toeristische beelden bleken deels geript uit John Fernhouts documentaireklassieker Sky over Holland, en gewoon in de concertfilm geplakt door de Duitse editor.)

Desondanks werd Stamping Ground aanbevolen voor de lezers: ‘Iedereen moet ’m toch maar even gaan zien.’ Dat was nodig ook, constateerde de krant: ‘Wil er ooit nog eens van een nieuw festival sprake zijn, dan zal dat toch uit de inkomsten van deze film moeten komen. Een andere kans om de kosten te dekken is er namelijk niet meer.’

Failliet

Het festival was failliet, eigenlijk al vóór de eerste bands bezit namen van het podium: driekwart van de bezoekers drong gratis binnen. Kralingen – de wieg van de Nederlandse festivalcultuur – bleef een eenmalige happening. En van de filminkomsten zag de organisatie (of beter: de curator) nooit ook maar een cent. Stamping Ground flopte in de Nederlandse bioscoop, maar ging wél de wereld rond, met bioscoopreleases in de Verenigde Staten, Australië, Zuid-Afrika, Brazilië. ‘De stichting van het festival bezat 40 procent van de wereldrechten van de film’, zegt Georges Knap (86), een van de organisatoren. ‘Dat hadden we onderhandeld met de Duitse producenten en financiers van Stamping Ground. Wij dachten: nou dat levert straks wel wat op. Alleen ontbrak er in dat contract een zinnetje over het meeverhuizen van die rechten, bij verkoop van de film aan een derde partij. Had onze advocaat niet gezien – we waren vrij naïef. Ik geloof dat die producenten dat wel doorhadden.’

De ene producent en financier, Sam Waynberg, was een bekende naam: de man achter Roman Polanski’s Repulsion (1965) en Cul-de-sac (1966). De andere, Wolf Schmid, was een maffioos ogend type dat z’n geld vermoedelijk verdiende in de Hamburgse seksfilmindustrie.

Net als bij de Oscarwinnende documentaire over Woodstock uit 1970, waaraan de nog onbekende editors Thelma Schoonmaker en Martin Scorsese meewerkten, telde de crew van Stamping Ground opvallend veel Nederlands filmtalent. Jan de Bont (Turks Fruit, Die Hard) filmde vanaf het podium. Theo van de Sande (De aanslag, Blade) miste zijn diploma-uitreiking aan de Filmacademie om met zijn camera over het Kralingse veld te trekken. George Sluizer, maker van de klassieke Nederlandse thriller Spoorloos én de Hollywood-remake The Vanishing, trad op als een van de twee regisseurs.

Die ander, de Duitser Hansjürgen ‘Jason’ Pohland, bracht de drie festivaldagen goeddeels door in zijn bed in het Rotterdamse Hilton hotel. Zo verklaarde Sluizer althans in zijn in 2012 gepubliceerde biografie Wie zijn ogen niet gebruikt, is een verloren mens. Eerst zou de Brit Roger Spottiswoode (editor van Straw Dogs (1971), en de latere regisseur van Tomorrow Never Dies) de montage doen, maar hij werd halverwege de klus ontslagen. Vervolgens ging Pohland met Stamping Ground aan de slag, in Duitsland. Sluizer, in zijn biografie: ‘Dat was niet best. Het publiek bewoog op heel andere muziek dan op het podium gespeeld werd, daar klopte niet veel van en dat zag je.’

Een vrouw in een van de waterwalks van beeldende kunstenaar Theo Botschuijver.Beeld Collectie Eye Filmmuseum

Het is waar: kijken naar Stamping Ground is op momenten een mild surrealistische ervaring. Soms is het nacht op het podium, maar dag in de shots van het publiek. Bands komen en gaan, of komen ineens weer terug, zonder enige chronologische orde. Maar die roesachtige non-structuur bezit wel een zekere charme, passend bij de opvallend los en van nabij gefilmde optredens van Santana, Jefferson Airplane en Pink Floyd. Misschien moet de kijker van nu er ook gewoon riant bij blowen, net als het toenmalige publiek. Als tijdsdocument is Stamping Ground van blijvende waarde: dat met gevulde slaapzakken bezaaide veld in de ochtend, de hoeveelheid blootdansers in het publiek en vooral die zo zichtbare gemoedelijkheid van de Hollandse bloemenkinderen.

Een beetje hippie

Misschien had die Pohland wat veel oog voor dat (vrouwelijk en mannelijk) naakt, iets wat de film in de Nederlandse recensies uit 1971 wel werd verweten. Aan de andere kant: zo was het ook gewoon. ‘Toen het ging regenen, riep iemand van The Byrds naar het publiek: trek je kleren uit’, herinnert filmproducent Anne Lordon (86) zich, de weduwe van Sluizer. ‘Ineens zag ik een enorme menigte blote mensen. Ik was zelf ook wel een beetje hippie, in die tijd. Maar dit maakte toch wel indruk.’

Dat Polanski ook nog even in beeld was voor de montage, weet Lordon. ‘George ontving een brief van hem, waarin hij schreef toch van de klus af te zien, ondertekend met een duimafdruk in bloed. Typisch Polanski.’

Als cameraman op het veld was hij volledig vrij, zegt Theo van de Sande. ‘Die Woodstock-film werd heel groot en commercieel opgezet. Bij ons niet, bij ons was het een totale puinhoop. Kon George niks aan doen, lag aan de geldschieters. Ze dreigden ons – de cameramannen – niet te betalen, dus toen ‘verdween’ er even wat cruciaal filmmateriaal, van wat grote bands. Werd later alsnog overhandigd, toen we betaald waren.’

Voor de 73-jarige director of photography, die nog altijd (en veel) in Hollywood werkt, waren de drie dagen een vormende ervaring. Van de Sande: ‘Mijn eerste officiële werkdagen: ik heb ongelooflijk veel gedraaid. Je voelde die vrijheid, de antiautoritaire, bijna anarchistische sfeer, dát wilde ik vastleggen. De bands hadden het ook door, dat dit iets bijzonders was, die reageerden daar ook op.’

Veel concertverslagen uit die tijd waren nog statisch, zegt Jan de Bont (76). ‘Twee of drie vaste opstellingen en dan kon je in- en uitzoomen. Wat wij deden was iets anders. Wij bewogen ons vrij over het podium, filmden handheld tussen de bands, vlak bij ze – vonden die muzikanten prima. Het was geen makkelijke film om te draaien. Om de tien minuten moest je de camera herladen, dan was je weer wat seconden kwijt. Liedjes duurden ook zomaar vijftien minuten.’

Als hoogtepunt noemt de cameraman en Hollywoodregisseur (o.a. Speed) toch dat afsluitende optreden van Pink Floyd. ‘Dat herinner ik me absoluut. Hoe ik door de lens keek, en die magische atmosfeer voelde, de schoonheid van de muzieknoten in combinatie met de zon – ze speelden bij zonsopkomst – en de buitenaardse, soms bijna spookachtige sfeer, alsof de hele kosmos meedeed.’

Pink Floyd.Beeld Collectie Eye Filmmuseum

Met negen cameramannen, die drie dagen lang alle optredens filmden, was er ooit een enorme berg beeldmateriaal. Woodstock was bij de release al 185 minuten lang, en werd in de directors cut uit de jaren negentig opgerekt tot 224. Daar bij steekt de nog altijd maar 90 minuten lange nieuw gerestaureerde ‘directors cut’ van Stamping Ground (nu zonder bloembollenvelden) toch wat mager af. Maar er ís niks meer. Er werd een aantal jaar geleden nog naar beeldmateriaal gezocht, in Londen, Berlijn en Rome. Oud-organisator Knap: ‘We hebben Pohland zelfs nog opgezocht in Cannes, voor z’n overlijden. Leverde niks op, helaas. Zonde, lang niet alle bands zitten in de film.’

Knap en zijn mede-organisatoren vielen een dag na het festival in een gat, toen bleek dat wel heel weinig bezoekers hadden betaald en de kaartverkoopbureaus uit Duitsland en België niet uitkeerden. ‘Ze zijn toch al failliet, dachten ze. Dus we houden dat geld.’

Spijt heeft de 86-jarige nooit gehad, ondanks de hoofdpijn van het faillissement. ‘O nee. Als het kon, deed ik het zo weer. Maar dan wel met de kennis van nu. We hadden een vrij simpel hekje bij de toegang, je kon zo het terrein op. Dat werkte niet.’

Stamping Ground voor Volkskrantlezers

Op dinsdag 30 juni om 14.00 uur kunnen Volkskrantlezers Stamping Ground zien in een Pathé-bioscoop in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht of Breda. De Volkskrant geeft 5 keer 30 kaarten weg, 2 kaartjes per lezer. Kijk op volkskrant.nl/winkaarten

Opknappretje 

26, 27 en 28 juni is de nieuwe, gerestaureerde kopie van Stamping Ground te zien in diverse filmtheaters (en bij Pathé Thuis). Het herstel van de concertfilm uit 1971 werd begeleid door het Eye filmmuseum in Amsterdam en filmrestaurateur Haghefilm. Er resteerden nog twee prints van de oorspronkelijke bioscooprelease, in niet al te beste staat. De Deutsche Kinemathek in Berlijn bezit een kopie van het originele negatief; uit de drie versies werd een nieuwe print geconstrueerd. Ook de destijds in vier sporen opgenomen muziek is digitaal opgeknapt. De rechthebbenden van de nieuwe print zijn de erven van beide (inmiddels overleden) regisseurs van de documentaire, George Sluizer en Hansjürgen Pohland.

En alle hippies dronken Coca-Cola

Het betrof een uitzonderlijke deal met de frisdrankfabrikant, die een groot spandoek ophing voor het Kralingse podium. De prille festivalorganisatie zocht een geldschieter om de eerste bands te kunnen boeken. Melkunie zag er niks in, toen werd het de lokale bottelarij van Coca-Cola. De directeur leende eerst 50 duizend gulden, waarna het bedrag opliep tot zo’n 300 duizend gulden. ‘We stonden steeds weer bij die meneer Smeijers op de stoep om meer te vragen’, zegt oud-festivaslorganisator Georges Knap (86). ‘Hij stond met z’n rug tegen de muur: als het concert niet doorging, was hij alles kwijt.’ Na het faillissement was alsnog alles kwijt en verloor Smeijers z’n baan. Coca-Cola voorzag in alle drankjes tijdens het driedaagse festival. In de documentaire Stamping Ground zijn nogal wat bloemenkinderen – soms zichtbaar onder invloed van rookwaar – in de weer met de bekende blikjes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden