De witte magie van tien lefgozertjes

Het zijn hardnekkige beelden, maar waar zijn ze op gebaseerd? Hebben ze iets te maken met de historische werkelijkheid? En wat is eigenlijk de essentie van die eindeloze jaren zestig? Het zijn hartstochtelijke vragen die de Utrechtse hoogleraar politieke geschiedenis Hans Righart even hartstochtelijk als wetenschappelijk verantwoord trachtte te beantwoorden, totdat een ziekte in 2001 vroegtijdig zijn leven beëindigde. Maar zijn inspiratie leeft voort. Een van Righarts leerlingen promoveerde gisteren in Utrecht op een fraaie studie over de verbeelding van de Provo-beweging. Terecht droeg Niek Pas zijn boek aan Righart op.

Imaazje! is de titel, die meteen de kern van het werk aangeeft. Want Provo was een image, misschien wel het eerste in Nederland en zeker een van de succesvolste. Het woord verwijst naar een werkelijkheid die niet is, maar met kunstmatige middelen in het leven wordt geroepen. In de reclamewereld doet men niets anders dan images maken door producten met beelden, gevoelens en emoties te associëren. Een slimme reclamemaker kan een hoop staal met een stuur en vier wielen zo barstensvol betekenissen pompen, dat er een heel levensgevoel schuilt achter de BMW 5-serie, de eend of PT Cruiser.

Dat zoiets ook kan met ideeën en mensen, toonde Provo aan. Niek Pas brengt minutieus in kaart wat die beweging eigenlijk was: een toevallige ontmoeting van ongeveer tien jongens (en een enkel meisje) die op al even toevallige wijze in de openbaarheid belandden om er niet meer uit te verdwijnen. Zelfs hun vrijwillige opheffing in 1967 kon daar geen einde aan maken. Sterker nog, juist door die opheffing kon de mythe ontstaan die nu nog in veel schoolboekjes en documentaires te vinden is: Provo wás de jaren zestig, en de rookbom was dé daad van de jaren zestig.

Pas doet niet veel moeite om te analyseren welke maatschappelijke, culturele of mediale dynamiek juist Provo zo geschikt maakte voor de mythische functie die ze uiteindelijk kreeg. Hij beperkt zich tot het vertellen van het chronologische verhaal rond de hoofdrolspelers en de gebeurtenissen. Terloops neemt hij een aantal beschouwingen mee. Dat levert een boek op dat het vooral moet hebben van de opgediepte feiten, en op dat vlak stelt Pas de lezer bepaald niet teleur. Het is sowieso al goed om te zien dat er ook van anarchistische spontaniteit ruim voldoende archiefmateriaal bewaard is gebleven. Het onderzoeks- en schrijftalent van Pas doen de rest.

Met rode oortjes word je in de levensgeschiedenissen gezogen van de Haagse sitdown-activist en natuurfilosoof Roel van Duijn en de Zaanse antimilitarist, drukker en vormgever Rob Stolk. Hun min of meer toevallige ontmoeting begin 1965 legde de basis voor wat Provo zou worden. Samen met hun vriendinnen bewoonden ze een pand aan de Karthuizerstraat in de Jordaan. Ze deelden ook een anarchistisch gedachtegoed dat bijeen was geraapt uit het oeuvre van Madame Blavatsky, Mahatma Gandhi en Bertrand Russell. De merkwaardige happenings die de exhibitionistische travestiet Robert Jasper Grootveld sinds 1955 in Amsterdam veroorzaakte, zorgden voor artistieke inspiratie.

Wat volgde was in alles een samenraapsel van wat anderen al verzonnen hadden, inclusief de naam Provo, die door de criminoloog Buikhuisen was gemunt. Maar in de presentatie was het allemaal weer zo uniek, dat eerst de Nederlandse en later de wereldpers het rebellenclubje van Van Duijn, Stolk en hun kompanen omarmde. Met hun witte plannen, witte kleding en ludieke acties maakten tien creatieve lefgozertjes Amsterdam tot een magisch centrum van de nieuwe wereld. Ze schiepen een symbolisch universum met provocaties, gekke vormen en bizarre woorden. Volgens Pas was Grootveld hun 'impresario' en de media hun aanvankelijk onwillige, maar steeds gretiger bondgenoot in het scheppen van het 'witte' imago. In een tijd waarin zwart-wit nog de beeldconventies bepaalde, was het een briljante vondst. Wit was zuiver, onschuldig en goed; in hun sombere kleren waren de gezagsdragers boemannen die de stad wilden uitroken door haar vol te leggen met zwart asfalt, desnoods door middel van knuppelgeweld.

Een forse portie geluk was het koninklijke huwelijk dat op 10 maart 1966 in Amsterdam moest worden voltrokken. De ogen van de hele wereld waren via de meer dan veertig televisiecamera's en vijfhonderd verslaggevers op Amsterdam gefixeerd. En ze kregen waar voor hun geld. Een sprookjeshuwelijk met koetsen, afgewisseld met twee witte rookpluimen, een voor en een na de kerkelijke inzegening. De radio- en televisiecommentatoren spraken er hun afschuw over uit, maar het symbool was krachtig genoeg om een eigen leven te gaan leiden. De zes seconden durende rookpluim in een uren durende reportage bepaalt tot op de dag van vandaag de beeldvorming.

Als je het van minuut tot minuut naleest in Imaazje!, valt op hoe toevallig het allemaal bij elkaar kwam. De naar spontaniteit en spectaculaire beelden hunkerende media, de naar bevrijding en persoonlijke status strevende jongeren, de krampachtig aan hun gezag vasthoudende autoriteiten, de enorme publieke behoefte aan beelden die niet rationeel argumenteren maar emotioneel poneren. Zelfs de behoefte van De Telegraaf en andere rechtse media aan het verketteren van dit 'langharig werkschuw tuig' paste naadloos in het totaalbeeld. Met als gevolg die verbijsterende discrepantie tussen de simpele werkelijkheid van tien Amsterdamse jongens en de tot gigantische proporties opgeblazen, wereldwijde mediawerkelijkheid.

De basis voor die discrepantie is tussen 1965 en 1967 gelegd, maar ze is vooral een product van de decennia daarna. Aan die latere verbeelding komt Pas helaas niet toe, laat staan aan de vraag of zij niet veel wezenlijker is geweest voor het ontstaan van de karikatuur die nu van de jaren zestig bestaat. Dat is een gemis, maar het is natuurlijk toe te juichen dat een historicus de moeite heeft genomen om de geschiedenis uiterst gedetailleerd tot haar juiste context terug te brengen.

Zoals de verwetenschappelijking van de oorlogsgeschiedschrijving het oude beeld van goed en fout en onderdrukking en verzet inmiddels heeft gecorrigeerd en verfijnd, zo dient zich nu een nieuwe bezinning aan op de werkelijkheid van de jaren zestig. Maar het zal waarschijnlijk nog wel even duren voordat het mythische imaazje van Provo ook in de publieke verbeelding tot normale proporties zal zijn teruggebracht.

Niek Pas: Imaazje! - De verbeelding van Provo (1965-1967).
Wereldbibliotheek; 467 pagina's; euro 37,50.
ISBN 90 284 2019 3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden