Goed & Slecht Oorlog zonder Clichés

De wimpers van Marwan en een onheilspellende geruststelling

Schrijven over oorlog zonder in clichés te vervallen, is niet eenieder gegeven, constateert Arjan Peters.

Beeld Foto: Getty; bewerking: Studio V

Goed schrijven is een oorlogsverklaring aan het cliché. Maar als het gaat over oorlog lijken schrijvers het cliché juist op te zoeken. Het onderwerp is zo wreed en onvatbaar dat het individu op wie de schrijver zich richt bij voorbaat iets zieligs krijgt.

En daar zijn we mooi klaar mee, want als je daar iets lelijks over zegt, heet je al snel een cynicus. Khaled Hosseini, arts en schrijver te Californië, is geboren in Kabul en ging in 1980 als asielzoekerskind mee vanuit Frankrijk naar Amerika, na de staatsgreep in Afghanistan. Nu heeft hij het prozagedicht Bede aan de zee geschreven (De Bezige Bij; € 14,99), ‘geïnspireerd door het verhaal van Alan Kurdi, de driejarige Syrische vluchteling die in september 2015 verdronk in de Middellandse Zee tijdens een poging het veilige Europa te bereiken’. Dat verhaal is vooral een foto, die zonder woorden veel zegt.

Bij Hosseini staat een Syrische vader met het slapende zoontje Marwan in zijn armen, ’s avonds op een strand, te midden van andere vluchtelingen. Zijn vrouw is er niet meer. Hij fluistert over de boerderij van opa (geit, olijfbomen), over de bruisende oude stad Homs (drukke steegjes, soek), en de oorlog (‘de hemel die bommen spuugde’), en nu wachten ze op een boot: ‘Ik kijk naar je profiel/ in het licht van de driekwart maan,/ mijn jongen, je wimpers gekalligrafeerd,/ gesloten in een schuldeloze slaap’. Kunnen wimpers slapen?

Houd mijn hand maar vast, er kan niks ergs gebeuren, zegt vader. ‘De smoesjes van een vader,/ Het vreet aan je vader,/ aan jouw geloof in hem.’ Maar Marwan slaapt toch, wimpers inbegrepen? Dan hoort hij de smoesjes van die zemelaar niet eens.

Hoe kan het wél goed gaan? In de bundel Nachtboot (Van Oorschot; € 18,99) stelt dichter Maria Barnas dat het oorlog is, maar dan op een plek waar we die niet verwachten. En we doen het zelf. ‘Het is oorlog in mijn hoofd en het is oorlog/ in de lucht waar steeds lager drones// razen. Camera’s als de vleugelogen/ van vlinders met uitslaande pupillen// vormen een spiedend fantoomdier./Zo maken we hier een vijand. Met angst// die op angst jaagt en opjaagt. Zielen/ met afstandsbediening spreiden gelijk/ de paniek van wie ze bestuurt de vleugels./ Wees gerust. Wij houden ons in het oog.’

 Zo onheilspellend kan een geruststelling zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.