De wielerboekenplank begint door te zakken

Nu de wielerboekenplank begint door te zakken, kan het geen kwaad de nieuwe oogst extra kritisch te inspecteren.

Freddy Maertens en Roger de Vlaeminck. Beeld Cor Vos

Wielrennen is in twintig jaar uitgegroeid tot een boekenkast van de tweede categorie. Wat zolang een eenzaam naslagwerk was, beslaat tegenwoordig zo'n vijf meter aan planken met een leeslast die varieert van heroïsch tot schandalig. De boekenplank buigt door op de plek waar Lance Armstrong het hele spectrum bedient.

De vlucht die het genre heeft genomen, komt het best tot uitdrukking op de afdeling woordenboeken. Al zo'n vijf keer heeft een witte man (altijd witte mannen) de moeite genomen om termen als 'mongolenwaaier' alfabetisch te rangschikken en te duiden.

Onlangs sloot Frank Heinen zich aan bij het gilde der wielerlexicografen, al laat zijn aanstekelijke uitgave zich alweer lezen als een pastiche op dit genre. Wie de Vlaming Michel Wuyts zondag 'ribbedebie' hoort zeggen tijdens de Ronde van Vlaanderen dient pagina 145 van De Kleine Heinen te raadplegen.

Praat maar vol

Wuyts en zijn collega José De Cauwer spreken een woordje mee op de voorjaarsgolf aan nieuwe wielerboeken. Het verst in hun verering gaan Wim te Brake en Jeroen Duvillier die het integrale tv-verslag van de olympische wegrace hebben uitgetikt.

Praat maar vol, jongens! is op z'n best een klankdicht, met name in de extase waarmee Michel Wuyts de overwinning van landgenoot Greg van Avermaet begroet. De typografie trekt op dat moment een rechtstreekse lijn naar de uitbundige poëzie van Paul van Ostaijen, terwijl de kennis van De Cauwer verstopt zit in minuscule terzijdes.

De zorgvuldige tekstbezorging getuigt van de toewijding waarmee dit monnikenwerk is verricht. Natuurlijk blijft het gekkenwerk, zo'n volledige transcriptie. Tegelijkertijd is dat ook de charme ervan. Wie zich aan de start waagt ('Een bijzonder goeiemiddag, kijkers, welkom aan de Copacabana'), wordt 236 kilometer lang meegezogen naar de finish.

Wielrennen is een verhalende sport en kennelijk werkt dat ook in een tv-verslag op papier, of misschien wel juist in een tv-verslag op papier. De gebonden editie van Praat maar vol, jongens!, inclusief leeslint, is een sieraad voor de wielerbibliotheek.

Geldt dat ook voor de rest van het aanbod? Niet of nauwelijks. Gevestigde auteurs zijn beter op dreef geweest en er zit kaf tussen het koren. Je zou haast denken dat de wielerbibliotheek zijn hoogste punt heeft bereikt.

Wim te Brake en Jeroen Duvillier, non-fictie Rake Eenvoud; 176 pagina's; euro 20,-.

Land van wielrenners

Neem Herman Chevrolet, de Vlaamse Amsterdammer die van de wielerliteratuur zijn tweede huis heeft gemaakt. Land van wielrenners is zijn vijfde wielerboek in tien jaar tijd. Chevrolet debuteerde in 2007 met De Flandriens. Dat was een gedegen ontmaskering van de mythische figuur die deze flandrien, onverzettelijke held in guur voorjaarsweer, was geworden.

Na wat uitstapjes richting Tour de France keert Chevrolet terug naar de Vlaamse voorjaarswegen. 'De cirkel is rond', heet het op de achterflap. Dat is nog maar de vraag. Scheidde hij in De Flandriens de schijn van werkelijkheid, nu, in Land van wielrenners, geldt de schijn juist als puurste vorm van die werkelijkheid. Chevrolet is tot het inzicht gekomen dat wielrennen in feite fictie is. Daarin zet hij nu de laatste stap door in de huid te kruipen van oud-coureur Fred De Bruyne.

De eerste zin belooft van alles: 'Op de dag dat ik zou stoppen met koersen, maar dat wist ik toen nog niet, stond ik om zes uur 's morgens op voor mijn ochtendritueel.' Maar de belofte blijkt loos. In acht hoofdstukken waaiert Chevrolet breeduit over het Vlaamse wegdek. Maar het lukt hem niet tot de kern te komen. Veel verhalen lezen als verschaald bier.

Erger nog: Chevrolet heeft altijd een broertje dood gehad aan de opgezwollen taal waarin de lijdensweg van een wielrenner religie wordt. Nu dondert hij zelf in die valkuil. Over Eric Leman, drievoudig winnaar van de Ronde van Vlaanderen: 'Hun tong kroop uit de mond, vol spuug en etensresten. Kramp na kramp, vol van pijn. Een sluipende paniek perste uit hun gewrichten niets dan stuipen. Zelfs uit hun haar en handpalmen lekte miserie.'

Herman Chevrolet, non-fictie De Arbeiderspers; 237 pagina's; euro 19,99.

De kunst van het sprinten

Net als Chevrolet heeft Martin Bons allang zijn plek verdiend op de boekenplank en het goede nieuws is dat hij zichzelf trouw bleef. Vier jaar geleden deed Bons op een jongensachtige manier verslag van pogingen zich de kunst van het dalen eigen te maken. Nu werpt hij zich op de kunst van het sprinten. De procedure is min of meer dezelfde: zijn eigen ervaringen dienen als spiegel van het professionele ambacht.

Zo leuk als de lessen in het dalen wordt het bij lange na niet. Dat ligt niet aan het wedstrijdelement. Bons schrijft als Tim Krabbé met een motortje in zijn frame. Het enthousiasme druipt ervan af wanneer hij je meeneemt op de racefiets en deelgenoot maakt van zijn angsten en verlangens.

Maar de spiegel doet het niet. Kennelijk kon Bons onvoldoende materiaal boven tafel krijgen. Hij vervalt in herhalingen en legt pas halverwege de wortels van het sprinten bloot. Ook die oogst is schamel. In twee alinea's wordt de periode tussen beverige eindstrepen en de introductie van de finishfoto afgeraffeld.

Martin Bons, non-fictie Thomas Rap; 217 pagina's; euro 18,99.

Freddy!

Komen we uit bij het kaf: Freddy! Hierin vertelt de Vlaamse oud-coureur Freddy Maertens zijn levensverhaal aan Filip Osselaer.

Over de tweevoudige wereldkampioen Maertens, wiens wegen duister en zelden aangenaam waren, moet een fantastisch boek te schrijven zijn. Pogingen in die richting zijn ook al gedaan. De Vlaamse journalisten Manu Adriaens en Rik Vanwalleghem schreven respectievelijk Niet van horen zeggen (1988) en Een leven in wit en zwart (2012).

Definitief waren beide werken niet, maar deze brave biografie voegt niets toe. Nee, dat is niet helemaal waar. In zijn naïeve openhartigheid legt Maertens een stukje in de leukste puzzel uit de geschiedenis van de Ronde van Vlaanderen.

Rond die koers doen allerlei verhalen de ronde, het ene nog mooier dan het andere. Wat in het voetbal de zwembadaffaire is (Johan Cruijff versus naakte meisjes), dat is in het wielrennen de Ronde van Vlaanderen 1977.

Bekend was al dat Maertens de voorgaande avond taart tegen de muur smeet. Dankzij Freddy! weten we nu hoe dat ging: 'De crème fraîche droop naar beneden, samen met de chocolade en de kersen.' Ook goed om te weten dat mevrouw Maertens daarna de woorden 'Moa, Freddy, gie stoeterik' sprak. En dat hij vervolgens in zijn auto stapte om vijftig meter verderop de sleutels weg te gooien.

Freddy Maertens werd niet alleen gediskwalificeerd, maar ook betrapt op doping. En misschien verdient Freddy!, vanwege die ene passage, toch een plekje op de boekenplank.

Filip Osselaer en Freddy Maertens, non-fictie Borgerhoff & Lamberigts; 272 pagina's; euro 24,95.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden