De wereldburger bestaat niet

Kosmopolitische magie is voorgoed voorbij

Straatvechter René Cuperus gaat in een lang uitgevallen, swingende column tekeer tegen politieke elites die onzekerheid en onveiligheid verkopen en geen leiderschap bieden.

Als medewerker van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA, reist René Cuperus de wereld rond. Cuperus (1960) is oprichter van een Europees netwerk van centrum-linkse denktanks, het 'Forum Scholars for European Social Democracy'. Bij zijn laatste bezoek aan Zweden troffen hem op de luchthaven van Stockholm de manshoge portretten van 'alles wat Zweden heeft voortgebracht'. Het koninklijk paar en Björn Borg, Volvo en Ikea, Anita Ekberg en Greta Garbo, Alfred Nobel en August Strindberg, langlaufkampioenen en ijshockeymiljonairs. Allemaal heten ze de reiziger met gepaste trots welkom in hún Zweden.

Het combineren van openheid naar de wereld en nationale trots is een kunst die de Zweden, de Noren en de Finnen nog altijd goed verstaan, observeert Cuperus. Ook Nederland werd door buitenlanders van oudsher tot deze categorie van 'kosmopolitische nationalisten' gerekend: handelsnaties die hun zelfvertrouwen ontlenen aan een fundament van nationale eigenheid. Die balans, constateert Cuperus in zijn grote essay over de explosieve maatschappelijke verhoudingen van onze tijd, is in Nederland zoekgeraakt.

Volgens velen is dat de schuld van Pim Fortuyn en consorten, die met hun vulgaire populisme van Nederland een bange, gesloten samenleving zouden hebben gemaakt. Cuperus probeerde de afgelopen zeven jaar zijn bezorgde gesprekspartners in het buitenland duidelijk te maken dat het anders lag.

De balans tussen kosmopolitisme en nationale eigenheid is niet in 2002 verstoord geraakt, maar op zijn laatst in 1989, na de val van de Berlijnse Muur. De balans is uit het lood geslagen door de opstand van de elites. Cuperus verwijt de elites een 'rigide, kritiekloze omhelzing van neoliberale globalisering, Europese uitbreiding en verdieping, massamigratie en de kenniseconomie'. Die elites zijn verantwoordelijk voor onzeker makende hervormingen van de publieke sector, voor het 'politiek correcte wegkijken van multiculturele integratieproblemen' en voor de 'zelfontkenning van de natiestaat Nederland'.

In plaats van leiderschap te bieden in een wereld op drift, verkopen politici en experts onzekerheid en onveiligheid. Ze promoten een nieuwe, globale wereld, zonder inbreng of betrokkenheid van de rest van de bevolking. Maar, schrijft Cuperus, 'wie denkt dat de globalisering als vanzelf globale mensen voortbrengt - globale politiek, globale democratie, globale saamhorigheid - die speelt met historisch en maatschappelijk vuur'.

Dat verwijt maakt Cuperus vooral het progressieve establishment: het 'weldenkend Nederland van de well-to-do D66- en GroenLinks-achtigen'. Zij zijn de kop van Jut in De wereldburger bestaat niet, het eerste politieke traktaat waarin de kredietcrisis is verdisconteerd. Cuperus duidt die niet alleen als ontsporing van het financiële kapitalisme, maar als veel verder strekkende 'globaliseringscrisis'. De magie van de naoorlogse idealen van wereldburgerschap en Europese eenwording is voorgoed voorbij.

Het populisme omschrijft Cuperus als een 'rooksignaal van kortsluiting tussen politiek systeem en burgers, tussen elites en achterban'. Die kortsluiting heeft niet alleen betrekking op gebrekkige communicatie. Er is ook sprake van een crisis van de representatie: naar de 'toekomstpessimisten', de meerderheid van de bevolking die zich zorgen maakt over bestaanszekerheid en leefbaarheid als gevolg van globalisering, individualisering, migratie en klimaatcrisis, wordt niet geluisterd.

Cuperus waarschuwt voor de anti-democratische tendenties van het populisme: de definitie van het volk als één en ondeelbaar (tegen het pluralisme) en de dictatuur van de meerderheid (uitsluiting van minderheden). Hij waarschuwt ook tegen de klassieke opvatting van populisme als een intermezzo, een grote schoonm

aak van de democratische instituties die na het instorten van de beweging van de uitdagers verkwikt een nieuw leven beginnen. Daarvoor zit het ressentiment van de massa ten opzichte van de elites te diep. De splijting van de 'middenklassensamenleving' in winnaars en verliezers van de globalisering acht Cuperus bewezen door breuklijnen in de klassieke middenpartijen: de PvdA en de SP, respectievelijk de Duitse SPD en Die Linke als gescheiden optrekkende takken van de sociaal-democratie.

Pendant daarvan is het uiteenvallen van de liberale partijen in kosmopolieten, nationalisten en conservatieven. Behalve met het Misverstand Globalisering en het Misverstand Populisme, illustreert Cuperus deze kortsluiting ook aan de hand van het Misverstand Europa en het Misverstand Multiculturele Samenleving.

Cuperus is schatplichtig aan één van de belangrijkste conservatieve denkers van de twintigste eeuw: de Amerikaanse historicus Christopher Lasch (1932-1994). Een jaar na zijn dood verscheen The Revolt of the Elites and the Betrayal of Democracy. Deze titel is een verwijzing naar het klassieke La rebelión de las masas (De opstand der horden) van de Spaanse filosoof José Ortega y Gasset uit 1930. Volgens Ortega is de elite van oudsher de draagster van de normen en waarden van de beschaving: noblesse oblige. De massamens daarentegen, heeft geen oog voor morele verplichtingen, alleen voor platvloers eigenbelang. Hij is, schreef Ortega, 'het verwende kind van de menselijke geschiedenis'.

De stelling van Lasch is nu dat de realiteit vandaag de dag precies tegenovergesteld is. Niet de elite, maar de gewone mensen vormen het hart van de westerse beschaving. Ze houden vast aan het gezin als bron van stabiliteit in een turbulente wereld, staan gereserveerd ten opzichte van alternatieve levensstijlen en koesteren een diep wantrouwen tegen maatschappijhervormende projecten. Scherper dan de elite zijn gewone mensen zich bewust van de tragiek van het bestaan en van de onmogelijkheid de maatschappelijke ontwikkeling, de natuur, het lichaam en het menselijk geluk onder controle te krijgen.

Cuperus volgt Lasch niet in zijn uiterste consequenties. Hij blijft halverwege steken: toch liever links dan conservatief. Hij bekent zich tot de school van tegendraadse sociaal-democratische denkers als Herman Vuijsje (een geactualiseerde editie van zijn klassieke studie Correct - Weldenkend Nederland sinds de jaren zestig verscheen enkele maanden geleden), H.J Schoo en Paul Scheffer. De invloed van Vuijsje en Schoo op progressief Nederland was marginaal, omdat ze tegen de tijdgeest in schreven. Aan Scheffers lijvige Land van aankomst wordt vooral veel lippendienst bewezen.

Cuperus' boek is minder origineel, maar ook minder pretentieus. Het verschijnt op het juiste moment. Bovendien is Cuperus, nummer vijf op de kandidatenlijst van de PvdA voor het Europees parlement, meer dan zijn leermeesters het type van de politieke straatvechter. Tegenstanders in allerlei soorten en maten, van de Duitse socioloog Ulrich Beck, via Máxima tot Sophie in 't Veld van D66, krijgen er stevig van langs. Aan sweeping statements en hyperbolen geen gebrek. Een lang uitgevallen column, dat is nog de beste typering voor deze swingend geschreven verhandeling over de tijdgeest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden